Wat je tweet ben je zelf

Geplaatst door Rene Jansen Sun, 31 May 2009 11:33:00 GMT

Gisteravond discussieerden de Europse lijsttrekkers via Twitter in het eerste Twitter Verkiezingsdebat. Omdat we bij Winkwaves natuurlijk zo onze ideeën hebben over hoe je online gesprekken op gang brengt heb ik me met veel interesse ook in het discussiegeweld gemengd.


Wat me in het gesprek allereerst opviel is dat ik al na het lezen van 2 of 3 tweets een heel duidelijk beeld van iemand vorm, zoiets als "de eerste indruk" die je in de fysieke wereld in een flits hebt. Aangezien ik de deelnemers in het debat niet als persoon ken heb ik geen idee of mijn beeld ook maar een beetje klopt, maar laat ik eens een paar voorbeelden noemen.


Hans van Baalen van de VVD zijn eerste tweet is bijvoorbeeld "Hè, hè. Wat een techniek. Ik ben online." gevolgd door tweets als "Het Rotterdamsch Studenten Corps was als vanouds!" en "Leiden was en is de mooiste studentenstad.". Inhoudelijk zijn zijn bijdrages redelijk op de man "Berman heeft niet gereageerd want die is subsidies aan het uitdelen van uw belastinggeld".


Judith Sargentini van GroenLinks weet in 140 karakters zowel heldere statements te maken als het gesprek te voeren: "dankzij GL verbod op honden en kattenbont en testen op dieren. uw visie is eigen dieren eerst. daar zijn wij 't niet mee eens @noerlemans" waarmee ze zowel samenvat waar GroenLinks voor staat, als op dit punt het debat zoekt met @noerlemans van de partij voor de dieren.


Sophie in 't Veld van D66, die gister ook werd verkozen tot "Webpoliticus van het jaar" toont zich ook een ervaren twitteraarster met een duidelijke combinatie van persoonlijke profilering, standpunten helder neerzetten én het gesprek aangaan, met tweets als "Eur Liberale fractie: VOOR Verdrag Lissabon, VOOR uitbreiding, VOOR vrij verkeer werknemers, TEGEN Gitmo, TEGEN doodstraf. Van Baalen?". Ook gaf Sophie inhoudelijke reaties op tweets die van buiten kwamen. Zelf had ik (een beetje als test) bijvoorbeeld ook een tweet naar *@twdebat" gestuurd, waar Sophie met twee heldere tweets op reageerde.


Bij Winkwaves zeggen we altijd dat er bij sociale media eigenlijk geen verschil is tussen de fysieke wereld en de online wereld. Dat wat mensen in de online wereld doen hetzelfde is als wat ze in fysieke wereld doen. Kijkend naar de tweets van de Europese lijsttrekkers denk ik dat dat ook hier bleek te gelden: de beelden die de Europese lijsttrekkers in hun tweets oproepen komen redelijk overeen met de beelden die ze in de fysieke wereld en via andere kanalen oproepen.


Tot zover zou ik dan ook de tussenconclusie willen trekken dat het twitterdebat geslaagd is: zonder me in verkiezingsprogramma's te hoeven storten denk ik een redelijk beeld gekregen te hebben van waar iedereen voor staat en heb ik mijn voorkeuren kunnen benoemen.


Als ik echter kijk naar hoe het debat zelf verliep, dan kunnen we veel leren over de kracht en beperkingen van communicatiemedia als Twitter. De kern van Twitter is dat het een "many to many" communicatiemedium is: iedereen gooit zijn berichtje in de lucht en wie wil luisteren of reageren kan dat doen. Vogels zijn hier biologisch op ingesteld en voor hen werkt dit heel OK. Een vogel twittert gewoon de wereld in "er is hier brood, er is hier brood", en als je honger hebt dan reageer je en kom je mee-eten en anders vlieg je vrolijk door. Wij mensen zijn echter in de fysieke wereld alleen maar gewend om 1-op-1 te praten of om als groep te luisteren naar iemand op de zeepkist. Als iedereen in de fysieke wereld met een luidsprekertje tegelijkertijd roept wat hij vindt, wordt het totale communciatiechaos. Dat gebeurde gister in het twitterdebat ook een beetje. Je zag mensen serieuze vragen stellen, direct gericht aan de lijsttrekkers (zoals ik deed) waar vervolgens netjes op gereageerd werd. Maar ook zag je veel mensen gewoon statements maken, waaromheen dan ook helemaal geen gesprek op gang kwam. En je zag individuele mensen om aandacht roepen, een beetje zoals een handtekeningenjagende fan bij een premiere van de nieuwe film met Angelina Jolie over het hekje heenhangend steeds harder "Angelina, Angelina!" blijft roepen. In veel tweets zag ik dan ook wat teleurstelling aan het eind van het debat, of, zoals iemand het in een tweet het na afloop samenvatte: "1e Twitterdebat interessant experiment, maar format mag nog bijgeschaafd worden...." waar ik vooral de puntjes aan het eind van de zin tekenend vind...


Waarmee we voor mij eigenlijk op de kern van de werkzame kracht van Twitter terechtkomen. Twitter werkt erg goed als nieuwsmedium, om korte, feitelijke berichten en verwijzingen snel te verspreiden. Twitter werkt ook erg goed om een gevoel van verbondenheid te creëren, doordat de onderlinge berichtjes een continue heartbeat van de onderlinge relatie in leven houden. Twitter werkt verder prima als profileringsmiddel, met heldere korte statements kun je jezelf net zo goed profileren als je met een korte live introductie of een interviewflits op TV kunt (alleen met een ander bereik natuurlijk). Waarmee Twitter een prima medium is voor politici om zichzelf neer te zetten en de afstand met de burger te verkleinen.


Maar je voelt de maar al aankomen, Twitter blijkt niet te werken voor een echt goed gesprek, waarin je met elkaar een onderbouwd gesprek kunt voeren, reflecteert, van elkaar leert, en in het gesprek echt verder komt. En dat valt eenvoudig uit te leggen aan de hand van wat mijn oude docent Workshoptechnieken mij heeft geleerd (dank nogmaals voor die wijsheid, @Tommes Snels!), namelijk dat je in een gesprek als facilitator altijd moet zorgen voor een gemeenschappelijke framing van waarover je met elkaar praat. Dat je een foto of flipover ophangt waarover je in gesprek gaat, en je de gemeenschappelijke beelden omheen samenvat. Deze framing kun je bij Twitter op hoofdlijnen oplossen met een #hashtag, maar dat werkt onvoldoende voor echte stroomlijning van het gesprek.


En zoals wij altijd roepen dat je voor een community een "voetbal" moet hebben waaromheen de community zich kan vormen, zo moet je op kleiner niveau in een gesprek ook steeds een centraal frame hebben. Bij het twitterdebat probeerde de radio1 redactie dit te doen door een aantal stellingen neer te leggen, maar omdat het many-to-many twitter "er is hier brood, er is hier brood" gewoon door ging, was het niet altijd even makkelijk te volgen. En opeens realiseer ik me weer de kracht van het Winkwaves Kenniscafe, dat bijvoorbeeld bij D66 als Plein66 in gebruik is. Omdat we daar het gesprek continu vormen rond specifieke documenten, links of nieuwsberichten, en daarnaast toch ook met de shoutbox een "snelle snack voor persoonlijk contact" aanbieden, lijken de gesprekken op Plein66 veel constructiever dan wat we gister in het debat op twitter zagen.


Waarbij ik gister wel de kracht ervoer van de beperking van 140 characters, omdat mensen heel snel to the point kwamen. Moeten we dan voor bijdrages en reacties in het Winkwaves Kenniscafé misschien ook een maximum aantal characters invoeren (bijvoorbeeld 1400, dat is tien Tweets, en dat blijkt voldoende om een heel verkiezingsprogramma in samen te vatten) om mensen te dwingen zich te focussen op wat ze écht willen zeggen en inbrengen? Interessant denkvoer voor deze zonnige zondagmiddag...

Geplaatst in  | Tags , ,  | geen reacties

Vacatures bij Winkwaves

Geplaatst door Mark Schoondorp Thu, 28 May 2009 14:16:00 GMT

De goede verstaander had het waarschijnlijk al door naar aanleiding van onze vacature voor office manager: Barbara heeft een nieuwe baan en is per 1 juni 2009 uit dienst. Gisteravond hebben we in het Haagse tapas-restaurant San Telmo Barbara uitgezwaaid. Op dit moment zitten wij middenin de sollicitatieprocedure voor een nieuwe duizendpoot. We hopen snel weer iemand te hebben, want stiekem raak je wel enorm verwend als iemand je alle huishoudelijke en administratieve en receptionele zaken en nog meer uit handen neemt.


Ondertussen zijn we sinds vandaag ook op zoek naar een business consultant social media. Voel jij je aangesproken? De sluitingstermijn van deze vacature is op 15 juni, dus reageer vooral snel als je geïnteresseerd bent! Lees onze vacature


 

Geplaatst in  | geen reacties

Het roer om voor Hyves en Facebook?

Geplaatst door Rene Jansen Mon, 30 Mar 2009 16:35:00 GMT

Eens per jaar mag ik als visiting professor afreizen naar Kuala Lumpur om les te geven op de University Malaya. Een waar snoepreisje. Niet alleen word ik lekker in de watten gelegd in een prachtig 5 sterren hotel, kan ik voor nog geen 10 euro fantastisch Japans eten inclusief lekkere Sake, maar bovenal is het een feest om met een groep gemotiveerde internationale masterstudenten te werken, die grotendeels uit alle uithoeken van Azie en deels uit Europa komen.

Dit keer heb ik met de groep onderzoek gedaan naar de vraag: moet je als marketeer nou een niche community faciliteren op een groot publiek sociaal netwerk als Hyves of Facebook, of is het slimmer om een eigen, gefocusd sociaal netwerk te starten?

De studenten kwamen met een drietal cases:


  • Bewust bewegen community

    De Maleisische overheid wil graag wat doen aan de gezondheid van de bevolking, en is daarom in steeds meer openbare stadsparken sportinstrumenten aan het neerzetten, zodat ook mensen die geen sportschool kunnen betalen getriggerd worden om toch in beweging te komen en aan hun lijn, conditie en daarmee hun gezondheid te werken. Kan een sociaal netwerk helpen om mensen eventueel gradueel over hun angst te helpen om ook in het park te gaan sporten?

    De conclusie was dat Facebook niet geschikt is, omdat alles wat je op Facebook doet gekoppeld is aan je Facebook profiel. En aangezien dit een schaamte-onderwerp is, zouden de mensen liever starten met een veel anoniemer profiel dat ze specifiek voor deze context kunnen inzetten en waar ze gradueel iets meer van zichzelf bloot kunnen geven, ofwel, een voorkeur voor een specifiek niche-netwerk.

  • Indy music community

    Een groep indonesische studenten besprak de Indy Music scene: muzikanten die zich niet wil overgeven aan de mores van de grote maatschappijen, maar zelfstandig hun eigen koers willen blijven uitstippelen. Maar dat betekent niet dat ze geen interesse hebben in fans, marketing van zichzelf en geld verdienen. Kan een sociaal netwerk helpen om nieuwe fans te interesseren en bestaande fans te binden en te enthousiasmeren om als ambassadeur op te trekken?

    De conclusie was dat voor deze vraag een sociaal netwerk dat gefocusd is op muziek (en eventueel zelfs op het deelgebied van deze alternatieve muziek scene) beter zal werken dan een algemene Facebook groep, omdat mensen in een specifieke context van muziek meer openstaan voor het exploreren van nieuwe bands dan als ze in brede zin met een algemene sociale netwerksite bezig zijn, die meer over hun vrienden en relaties gaat dan over muziek. Een soort SellaBand of LastFM lijkt beter geschikt.

  • Alumni community

    Veel scholen (maar ook bedrijven) willen graag meer contacten onderhouden met hun afgestudeerden of ex-werknemers. Welk netwerk is de beste drager voor de verbindende energie tussen net gestartte studenten of werknemers, bestaande, en alumni?

    De conclusie was dat het eigen intranet hier niet zo geschikt voor is, omdat je dan je intranet (deels) open moet zetten, waardoor het gevoel van veiligheid, beslotenheid en vertrouwdheid dat bestaande studenten of medewerkers met het intranet hebben vermindert. Een (al dan niet besloten) groep op een publiek sociaal netwerk zou kunnen werken, maar lijkt onvoldoende in staat om de relatief dunne binding die er - vooral tussen de alumni en de huidige mensen - is te versterken en constructieve gesprekken op gang te brengen. Een heldere context (wat doen we hier) op een specifiek sociaal netwerk (iedereen die verbonden is of was) en ondersteund met goed gastheerschap en wat redactionele ondersteuning (bijv. door middels interviews de gemeenschappelijkheid te illustreren) lijkt de levensvatbaarste weg, omdat iedereen dan vanuit een heldere rolopvatting zijn bijdrages doet.
Hoewel N=3 natuurlijk geen representatief onderzoek is, zet dit me wel aan het denken. Het lijkt namelijk aan te sluiten op meerdere onderzoeken van de laatste tijd. Zo is door de gemeente Nijmegen een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om Hyves in te zetten om het omgaan met geld en het jezelf niet (teveel) in de schulden steken als onderwerp bespreekbaar te maken bij jongeren. Ook hier blijkt dat Hyves prima werkt om traffic, ofwel, aandacht te vragen voor dit onderwerp, maar dat jongeren over dit onderwerp nauwelijks in gesprek gaan in de daarvoor speciaal ingerichte Hyve.

Als we dit vergelijken met de (eigenlijk helaas heel erg) intensieve participatie op de site die de rijksoverheid specifiek rond dit thema heeft neergezet om het onderwerp huiselijk geweld bespreekbaar te maken, dan wordt het patroon dat de studenten in Kuala Lumpur schetsten verder voortgezet.

Het meer denken in niche-communities sluit ook mooi aan op het Winkwaves verhaal over "de voetbal" (ook wel: het social object genoemd), dat elke community een bindend element of energie nodig heeft waaromheen ieder, vanuit zijn individuele rolopvatting, een rol kan gaan spelen. Bij een relatief algemeen sociaal netwerk als Hyves of Facebook ben ik veelal vanuit mijn privé-rol actief. De andere aspecten van mijn identiteit zul je op die algemene sociale netwerken nauwelijks terugzien, die komen alleen naar voren in de gefocusde niche-communities, waar ik een duidelijk rol rond het "voetbalspel" kan hebben.

Met het toevoegen van het belang van "de voetbal" om de rolopvatting te sturen, kan het wat tegenvallende resultaat van een besloten niche-community rond de toekomst van de randstad (een initiatief van VROM) verklaard worden: hier is geen duidelijke voetbal, de niche is niet klein genoeg, waardoor uiteindelijk de participanten of niet echt actief worden of vanuit een "not in my backyard" prive rolopvatting gaan meedoen.

Samenvattend vormt zich bij mij het beeld dat de publieke sociale netwerken een prima drager voor Buzz-marketing kunnen zijn, het mobiliseren van aandacht (en dus traffic) binnen vrienden- of relatiegroepen, maar dat serieuzere gesprekken en echte kennisdeling pas tot leven komen binnen de heldere context van een niche-community. Hetgeen dus eigenlijk betekent dat als Facebook en Hyves ook op dat gebied willen groeien, zij het roer flink om moeten gooien, omdat het risico anders is dat zij, in combinatie met een trend van "defriending", langzaam zullen verworden tot een algemene profielensite waar mensen steeds minder van zichzelf laten zien, en waar het dus ook steeds minder leuk is om mee te doen...

Geplaatst in  | Tags , , ,  | 4 reacties

Winkwaves+3: over Broodkruimels, Barista's en Bacchanalen

Geplaatst door Rene Jansen Sun, 22 Mar 2009 12:24:00 GMT

"Sinds 2006 het vertrouwde adres voor social media en kennismanagement", prijkt als knipoog op onze authentieke bakkersbakfiets uit 1954 die onze huiskunstenaar Egbert als een van de blikvangers van onze nieuwe werkruimte creëerde. En dat betekent dat we met Winkwaves al weer voor de derde keer onze verjaardag mochten vieren.


Onze eerste verjaardag Winkwaves+1 stond in het teken van "help, de consument praat terug!". Met een groep van zo'n 35 marketeers co-creëerden we toen een whitepaper over de vragen waar marketeers mee werden (worden?) geconfronteerd als hun klanten via blogs, wiki's en sociale networking hun stem laten horen. Het whitepaper leverde ons een aantal leuke blogs op, o.a. op marketingfacts, en verder mochten we op allerlei congressen hierover presenteren.


Onze tweede verjaardag, Winkwaves+2, stond in het teken van de vraag "wat valt er eigenlijk te delen?" waarin we in een open space bespraken of kennis en liefde wel gedeeld kunnen worden in een online omgeving. Met behulp van blogposts aan ballonnen deelden we uiteindelijk onze conclusies met de wereld.


En nu dan al weer de derde verjaardag, Winkwaves+3. Waar we de eerste twee verjaardagen vooral leuke gesprekken tussen onze vrienden en relaties op gang probeerden te brengen, vonden we het dit keer de moeite waard om eens ons eigen verhaal te vertellen. Het verhaal van broodkruimels, barista's en bacchanalen...


Mark opende met een van zijn aloude passies, voorlezend uit een kinderboek:


"Hoewel hij zijn mond propvol had, begon hij opeens begerig te snuiven en te snuffelen; hij draaide zijn hoofd zoekend naar links en naar rechts. Toen brulde hij: "Ik ruik.., ik ruik.., ik ruik mensenvlees!" (uit: Klein Duimpje en de Grote Reus).


En wat heeft het ruiken van mensenvlees nu te maken met social media en kennismanagement (anders dan de heerlijke melanges die de Barista door de Winkwaves ruimte liet geuren)? Daar ging de rest van de middag over. In de fysieke wereld zijn we namelijk in staat om heel goed van elkaar in te schatten of we elkaar kunnen vertrouwen. Daar gebruiken we enerzijds ons hele arsenaal aan zintuigen voor (waaronder onze neus), en anderzijds vertellen we elkaar continue verhalen over gebeurtenissen en ontmoetingen met anderen, waardoor we continu een beeld construeren van elkaar en wie je wel of niet kunt vertrouwen. En dan hebben we het eigenlijk over identiteit en vertrouwen, waarbij de grote vraag is: wat wil (en kun) je van jezelf laten zien in een online omgeving, waar je identiteit teruggebracht lijkt tot een bordkartonnen werkelijkheid, een avatar foto, wat stukjes tekst en een overzicht van je vrienden- of relatienetwerk.


En dat vraagstuk speelt natuurlijk net zo goed in de manier waarop we binnen en rond organisaties met elkaar omgaan, het werkterrein van Winkwaves. Want om constructief te kunnen samenwerken, moet je elkaar ook kunnen vertrouwen, moet je dus ook beelden kunnen vormen van je collega's, partners en klanten, moet je ook van jezelf kunnen laten zien dat je een geloofwaardige gesprekspartner bent.


Waar Mark en ik dit vraagstuk vanuit onze "commerciële" rol vanuit Winkwaves bespraken, hadden we Wim Bouman bereid gevonden om een wetenschappelijk licht te laten schijnen op deze materie. Wim is, net als Ard Huizing, een van de drijvende krachten achter de maatschap, en daarmee onze nooit benoemde maar meer dan gewaardeerde "board of inspiration". Met deze wetenschappelijke touch zijn wij als Winkwaves misschien niet altijd het makkelijkste, laagdrempelig begrijpelijke bureau, maar wij geloven hiermee uiteindelijk de echte wereld van onze klanten beter te begrijpen en daar beter voor te kunnen ontwerpen. Niet voor niets noemen we Winkwaves+3 een "kennisbacchanaal" :)


Wim verhaalde enthousiast dat de "hipste" onderwerpen in de wetenschap rond social media op dit moment gaan over "sociale objecten" en "kortstondige intensieve relaties", en dat het in het ontwerpen van social media niet gaat over de "looks", of over de ambachtelijke kwaliteiten van de ontwerper, maar om "design without a product". De gedachte hierbij is dat een social media omgeving als Winkwaves Kenniscafé een "unfolding object" is, dat een steeds veranderende betekenis krijgt in de manier waarop mensen er mee omgaan. Dit betekent dat alles wat je ontwerpt waarschijnlijk anders gebruikt gaat worden en een andere betekenis krijgt dan je als ontwerper bedacht (en dus voor ontworpen) had.


Om dit te illustreren schetste Mark hoe hij in de opeenvolgende versies van Winkwaves Stage en nu Winkwaves Kenniscafé, ontworpen heeft voor het kunnen vinden van de juiste gesprekspartner. Hiervoor hebben we al sinds 2006 een soort van "expert finder" ontworpen. Maar het blijkt een erg lastige (en daarmee interessante) vraag: wat maakt een expert nou een expert? En dat betekent dat de expert finder die nu in Winkwaves Kenniscafé komt een heel andere sociale dynamiek rond experts ondersteunt, dan de eerste versie in 2006. En aangezien we volgens de wetenschap dit probleem als een "wicked problem" kunnen zien, is het eigenlijk niet meer dan logisch dat de expert finder, het Winkwaves Kenniscafé, en eigenlijk ook heel Winkwaves, over een jaar er weer heel anders uit zal zien en weer anders voor de sociale dynamiek in online omgevingen zal ontwerpen. En we hopen daar op Winkwaves+4 met al die fijne, interessante en vaak ook zelf erg gepassioneerde mensen die we in de loop der tijd om ons heen hebben verzameld, weer verder over te mogen verhalen! 


De presentatie vind je natuurlijk op Kenniscafe, net als de foto's.

Geplaatst in  | Tags ,  | geen reacties

De voetbal in een Winkwaves Kenniscafé - op zoek naar objecten om over te praten.

Geplaatst door Mark Schoondorp Sun, 22 Feb 2009 17:06:00 GMT

In object-centered sociality (en in de verhalen die wij vertellen), is de aanname (of moet ik zeggen: het axioma) dat mensen samenkomen rond ‘iets’, een object. Een voetbal, een speeltuin, een hond (niet tegenstaande de briljante titel van de cd van Roosbeef, “Ze willen wel je hond wel aaien, maar niet met je praten”) — objecten verbinden mensen.

Maar eigenlijk al sinds de lancering van Winkwaves Kenniscafé vraag ik me af wat nu precies het object is waaromheen een kenniscafé is opgebouwd. Als ik functioneel kijk, zeg ik gespreksonderwerpen (in de vorm van kronkels). Een antwoord dat nogal goedkoop aanvoelt - een gespreksonderwerp is precies dat wat een object moet bieden. Dus we hebben als centraal onderwerp op een kenniscafé een gespreksonderwerp... tja, niemand die me ongelijk kan geven, maar het gaat niet om gelijk of ongelijk. Vanuit het gedachtegoed van object-centered sociality wil ik juist begrijpen welk onderwerp mensen bindt in een kenniscafé.

Het antwoord ‘Kennis’ lijkt een minstens zo doodlopende weg in te leiden. Want wat is kennis? En hoe definieer ik dat als object van sociality, als ik het geloof in de objectiviteit van kennis verwerp? Bij iets als Wikipedia zou je nog kunnen zeggen dat het onderwerp wat ons bindt precies dat is wat we (denken) te weten. Maar een kenniscafé mist deze focus op 1 ding. We voegen kronkels toe zonder er per sé over in gesprek te willen met anderen. Sterker nog, we voegen kronkels toe zonder dat we verwachten dat ze allemaal gelezen worden. Waarmee je bijna zou gaan twijfelen aan het sociale gehalte van een kenniscafé. Maar gelukkig zijn er ervaringen van mezelf (en van vele anderen), die wel degelijk het sociale karakter van een kenniscafé onderschrijven.


Uit mijn eigen ervaring als bezoeker (niet als ontwerper of regisseur!) van kenniscafé.com, het open intranet van Winkwaves, kan ik 3 contexten benoemen waarin de natuurlijke neiging om groepen te vormen, inderdaad bij mij wordt aangesproken. Ik vind het prettig om met mijn collega's dingen te kunnen delen in een omgeving waarin ik de mogelijkheid heb de status, mijn verhaal, rond de dingen toe te voegen en daar reacties van anderen op te krijgen. Als ik een presentatie toevoeg, kan ik eenvoudig mijn verhaal en mijn opmerkingen erbij plaatsen. Een andere motivatie heb ik binnen de tweede context: de besloten kring met mijn gezin. Deze kring is de plek om suggesties voor vakanties, tentoonstellingen en recepten met elkaar te delen. En tot slot is er nog de (wederom besloten) kring van De Maatschap, een denktank waarin wetenschappers en andere creatieve denkers zich buigen over het fenomeen sociality. Deze kring is voor mij de plek om gezamenlijk ons denken verder te scherpen, de plek waar ik ideeën kan neerleggen voor discussie.

Andere kringen waarvan ik lid ben, weten mij nauwelijks te raken in mijn ‘natuurlijke neiging tot groepsvorming’. De Designklup is vooral een handig ordeningsmechanisme, met de mensen in Enterprise2.0 voel ik mij niet verbonden en hetzelfde geldt voor de Boekenkring - het is niet dat de mensen me niet interesseren, maar ik heb niet het idee dat we iets werkelijk delen – als we dezelfde interesse in een domein delen, betekent dat nog niet dat ik erover in gesprek wil met jou.


Werk als centraal object


Vanuit deze observatie kwam ik laatst, op de motor ter hoogte van de Beneluxtunnel, tot het verrassende inzicht dat er een overkoepelende theorie te formuleren is vanuit mijn drie contexten, al betreft er een mijn collega's, een mijn gezin en een derde een (oneerbiedig gezegd) hobby: in alle drie de gevallen voel ik mezelf nauw betrokken bij het onderwerp en de mensen, en heb ik tevens het gevoel dat de anderen deze zelfde betrokkenheid hebben. Als ik vervolgens kijk naar de belangrijkste omgeving waarin Winkwaves Kenniscafés ingezet worden, bij bedrijven, heb ik eindelijk een theorie over wat het object van een Winkwaves Kenniscafé kan zijn, een object dat abstracter is dan een voetbal, zoals een café in de binnenstad ook niet als object de consumptie heeft. Volgens mij is in veel kenniscafés het centrale object dat mensen bindt simpelweg WERK.


Veel mensen beleven plezier aan hun werk, zijn gemotiveerd en willen graag iets bereiken. En dat brengen zij niet alleen zelf mee, iedere ochtend dat ze naar hun werk gaan, ze verwachten ook dat anderen dat meenemen. Waarmee het werk precies die mengvorm biedt van eigen betrokkenheid en betrokkenheid van anderen, waardoor het als object om mensen samen te brengen in groepen, goed zou kunnen werken.

Het WERK als centraal object – daar zullen we bij toekomstige inrichtingen meer rekening mee gaan houden. Het betekent bijvoorbeeld dat bezoekers van het kenniscafé ook het werk moeten herkennen als leidend principe achter de interactie. Het heeft zo weinig zin tenslotte om een voetbal mee te nemen als niemand doorheeft dat het een uitnodiging tot gezamenlijke interactie is.

Hoe we het werk herkenbaar kunnen maken, is voor mij op dit moment nog een vraag. Suggesties zijn welkom.

Geplaatst in  | 2 reacties | geen trackbacks

Een korte impressie van de nieuwe werkruimte van Winkwaves

Geplaatst door Mark Schoondorp Mon, 16 Feb 2009 12:01:00 GMT

We zijn al eventjes geleden verhuisd binnen de Caballero Fabriek en zitten nu in unit 80. Al doet de term Unit eigenlijk volstrekt geen recht aan onze nieuwe apenkooi met werkplekken. Vorm je een indruk van onze heerlijke ruimte. Onze ruimte is ingericht door Egbert van Triest Interieurstyling, een naam die op zijn beurt weer volstrekt geen recht doet aan de creativiteit, kunstzinnigheid en artisticiteit van Egbert en zijn twee partners, Eric en Rudolf. Behalve met de identiteit en waarden van Winkwaves is bij het ontwerp bovendien rekening gehouden met het Cradle to Cradle principe. Op dit moment is de binnendruif die de twee kooien moet gaan overwoekeren, hard aan het groeien en, net als de menselijke maat in de digitale ruimte, blijkt ook de binnendruif zich nauwelijks beperkt te voelen door de vorm die wij voor hem bedacht hadden ;-).


 

Geplaatst in  | geen reacties

Rogier stelt zich voor...

Geplaatst door Rogier Fri, 30 Jan 2009 15:45:00 GMT

Ik ben Rogier Metselaar uit Gouda en ik ben nu twee maanden werkzaam bij Winkwaves en daarom is het de hoogste tijd om mezelf even voor te stellen.


Ik ben aangenomen als Webdesigner (visual desginer) maar ben afgestudeerd als New Media Designer aan het Grafisch Lyceum Rotterdam en als Interaction and Visual Interface Designer aan de Hogeschool Rotterdam. Hierdoor ben ik niet meer alleen Webdesigner maar ondersteun ik Mark ook met Interaction Design



Tijdens het afstuderen heb ik een scriptie moeten schrijven dat gaat over online applicaties (in dit geval een Content Management Systeem) en de bijbehorende aspecten zoals de usability, designpatterns, vormgeving, user experience en natuurlijk ook de verschillende gebruikers.


In mijn vrije tijd voetbal ik bij ONA uit Gouda en fitness en squash ik bij Sportcity. Film en muziek zijn ook erg belangrijk voor mij en daardoor ben ik er vaak mee bezig. Als ik geen film kijk of muziek luister ben ik vaak aan het online gamen op mijn Xbox360. Call of Duty en Fifa zijn mijn favoriete games om onder andere met vrienden te spelen. In het weekend ga ik vaak met vrienden stappen en zorg ik dat ik zondag weer fit ben om een, altijd belangrijke, wedstrijd te spelen.


Deze twee maanden bij Winkwaves zijn al erg leerzaam geweest omdat het mij een “andere kant” van het internet laat zien. Social networking en kennismanagement is erg interessant en daarom hoop ik nog veel te leren bij Winkwaves.

Geplaatst in  | geen reacties

Winkwaves wenst je hele fijne feestdagen en een goed 2009

Geplaatst door Mark Schoondorp Mon, 22 Dec 2008 14:03:00 GMT

One laptop per child voor de kerst


Kerstkaarten stromen binnen, maar (weer) niet van Winkwaves. Want voor de tweede keer op rij hebben wij besloten voor kerst niet TNT Post te steunen, maar een goed doel ergens in de wereld. Vorig jaar was het KNGF Geleidehonden de gelukkige en adopteerden wij een pup, Menno. Dit jaar is One Laptop per Child (OLPC) de uitverkorene.


Wie de missie achter deze beweging leest, zal (hopelijk) direct de verbintenis die wij voelen met OLPC begrijpen:


"To create educational opportunities for the world's poorest children by providing each child with a rugged, low-cost, low-power, connected laptop with content and software designed for collaborative, joyful, self-empowered learning. When children have access to this type of tool they get engaged in their own education. They learn, share, create, and collaborate. They become connected to each other, to the world and to a brighter future."


Een prachtig initiatief dat dit jaar onze steun krijgt. Wil je zelf ook een laptop doneren, surf naar Amazon.com.


Vanaf onze blog en onze website wensen wij al onze relaties hele fijne feestdagen en een gelukkig, leerzaam 2009.

Tags  | geen reacties

Kennismanagement ofwel de kunst van vervanging (de derde pijler)

Geplaatst door Mark Schoondorp Mon, 29 Sep 2008 07:07:00 GMT

Het grootste nadeel van kennis is niet dat het de gevestigde orde bedreigt, zoals tirannen denken. Of dat het zo snel veroudert, zoals de huidige generatie denkt. Nee, het grootste nadeel van kennis is dat je het niet bij de slager kunt kopen. Kennis is ongrijpbaar, onzichtbaar en staat altijd ter discussie, waarmee het grote overeenkomsten vertoont met zoiets vaags als 'de menselijke ziel'. Een systeem voor kennisdeling is dan ook, op zijn zachtst gezegd, best een gewaagde onderneming. Toch is kennisdeling, naast social networking en gesprekken, de derde pijler onder Winkwaves Kenniscafé. Dit is het laatste artikel in een reeks van drie over de fundering onder Winkwaves Kenniscafé.


Iedere organisatie heeft, met de vergrijzing en de veranderde arbeidsmoraal, te kampen met een fors verloop van personeel. Als antwoord op deze trend besloot veel management, als in een natuurlijke reflex, om te trachten de kennis los te koppelen van mensen en met behulp van ISO normeringen, dikke handboeken en omvangrijke databases procedures en feiten te boekstaven.

Voor organisaties die opereren in de kenniseconomie en hun geld verdienen met dienstverlening, heeft deze opzet van kennismanagement in weinig geresulteerd. De waarde namelijk van kennismanagement in een dergelijke omgeving ligt minder in het conserveren van wat bekend is, en meer in de mate waarin kennismanagement erin slaagt de organisatie te assisteren bij het zich aanpassen aan de nieuwe omstandigheden. Kennismanagement is in wezen de kunst van de vervanging. Als de Direct Marketeer vertrokken is naar een nieuwe baan, bij wie moet ik dan nu zijn? En als wij een nieuwe medewerker hebben met specifieke ervaring, hoe zorg ik er dan voor dat anderen hem vanaf dag 1 kunnen vinden als ze hem nodig hebben?

Een goed systeem voor kennismanagement biedt een continu actuele toegang tot mensen in de organisatie die de kennis hebben waarnaar je op zoek bent.


De nieuwe medewerker


"Ik zal je even voorstellen, dit is... en hij komt" - het alom bekende rondje van de nieuwe medewerker is een vast ritueel binnen iedere organisatie, klein en groot. Maar hoever reikt het rondje? De kantoortuin? De gang? De vestiging? En wat beklijft er van deze kennismaking? Leuke stropdas, gaaf kapsel, die schoenen kunnen dus echt niet...De directe mensen om de nieuwe medewerker heen hebben na een dag al een aardig beeld van hem. Voor de anderen blijft hij lang 'de nieuwe medewerker'. Door roddels, verhalen en gezamenlijke projecten verovert hij langzaam maar zeker een plek in de organisatie. Dit gaat in een tempo dat gedicteerd wordt door geografische, hiërarchische en culturele beperkingen.

Een online omgeving waarin iemand zich niet alleen kan voorstellen, maar ook direct kan participeren, leidt tot een aanzienlijke versnelling van dit proces van integratie. Want in een dergelijke omgeving kan iemand zich sneller profileren en zo bij die mensen op het netvlies komen die behoefte hebben aan zijn expertise. Zeker als deze omgeving erop gericht is het vinden van de juiste persoon voor de juiste vraag te faciliteren, een systeem dat niet blijft hangen bij de 'oude' bekenden, maar keer op keer evalueert wie er nu de juiste persoon is. En daarbij de gesprekken die gevoerd worden, wie wat waardeert, en wie wat doet, laat meewegen. Een dergelijk systeem is Winkwaves Kenniscafé.


In Winkwaves Kenniscafé beschouwen we kennis als een optelsom van 1) wie je zegt dat je bent, 2) wat anderen van je zeggen, 3) wat je toevoegt aan de online omgeving en 4) wat anderen doen met jouw bijdragen. Op deze wijze ontstaat een mix van zeggen en doen, en van je activiteiten in de online omgeving en van je activiteiten elders. Bovendien zorgt het systeem ervoor dat iedere expert gewogen wordt in het licht van alle aanwezigen op het platform. Maar waar we in Winkwaves Stage iemand plompverloren als expert aanwezen, zonder toestemming van de persoon in kwestie, hebben we inmiddels geleerd dat mensen graag zelf controle willen houden over hun status. Dus je bent pas een expert als je er zelf mee accoord gaat. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat niet al deze regels op dit moment al live staan. Ze zijn ontworpen, en staan nu in de steigers.


Een bruisend café


In deze en de vorige twee blogposts zijn de drie pijlers van Winkwaves Kenniscafé aan bod gekomen, te weten: 



Op deze drie pijlers hebben wij een omgeving ingericht die we Winkwaves Kenniscafé hebben genoemd om het sociale karakter van de omgeving te benadrukken. Maar de ware essentie van de omgeving ligt in het gebruik dat mensen ervan maken. En inmiddels is wel duidelijk dat een online omgeving alleen zelden een groep kan creëren. Als er geen behoefte is aan groepsvorming, als er geen behoefte is aan gesprekken, als er geen behoefte is aan kennisdeling, als er geen behoefte is om samen sterker te zijn dan alleen, dan zal een Winkwaves Kenniscafé een trieste omgeving zijn, zo eentje waarin de dame op leeftijd de toog afstoft en een enkele heer op leeftijd de hele dag zoekend in de spiegel staart of er nog iemand binnenkomt, tot ook hij uiteindelijk naar buiten sloft en besluit nog liever thuis te zitten dan in deze graftombe.


 


Maar is er 1 organisatie in de wereld te vinden die niet juist begonnen is om samen sterker te zijn? Is niet juist het wezen van elke organisatie om gezamenlijk meer te bereiken dan individueel mogelijk was? En als er 1 medewerker wegvalt, om welke reden dan ook, direct de taken over te laten nemen door anderen in de organisatie? Wie het ondersteunen van een dergelijke organisatie ook serieus online wil doen, nodigen wij van harte uit kennis te maken met Winkwaves Kenniscafé en dit platform voor social networking en kennisdeling onder een eigen naam en vormgeving te introduceren op de eigen werkvloer. Want we weten inmiddels ook dat het mogelijk is om een goed florerend, bruisend café in te richten, waar 's avonds laat nog de kennis uit de luidsprekers knalt. Al blijft het probleem van kennis bestaan: ook bij ons kan je het nog steeds niet bij de slager kopen.

Geplaatst in  | Tags  | 2 reacties

Gaatjes in het plafond; het belang van een gespreksonderwerp (de tweede pijler)

Geplaatst door Mark Schoondorp Sun, 21 Sep 2008 13:41:00 GMT

Waarom vormen mensen groepen? Om te overleven. Hoe vormen mensen groepen? Door communicatie, door twee-weg-verkeer, door zenden en ontvangen, spreken en luisteren, begrijpen en begrepen worden, door afstemming van acties op elkaar. Het heeft geen zin samen te leven als je vervolgens niet aansluit op ieders talenten en daar ruimte voor biedt. Samen zijn we sterker dan alleen, maar niet als je elkaar in de weg zit. Solipsistisch staren door de ander heen biedt geen vruchtbare grond voor groepsvorming. De dialoog wel. In een eerdere blogpost is social networking als pijler onder Winkwaves Kenniscafé verkend. Ditmaal aandacht voor de tweede pijler onder ons platform voor social networking en kennisdeling: Gesprekken.


Een prachtige, naar ik meen Amerikaanse, ontdekking is de oneliner die je als openingszin meeneemt naar een feest. Probeer contact te leggen met andere feestgangers door ze de zorgvuldige geconstrueerde openingsvraag te stellen. Het voorbeeld dat mij bij dit verhaal (urban legend of werkelijk gebeurd?) verteld werd, was de inderdaad briljante openingszin: Are you by any chance half Jewish? Met een dergelijke opening start je met recht een gesprek. Maar gesprekken start je ook met oogcontact, met mensen die hetzelfde zien als jij. Zo heb ik ooit een vriend opgedaan door het tellen van de gaatjes in het plafond van een dubbeldekstrein - als ontwerper verzin je het niet, maar de werkelijke wereld maakt het mogelijk.


Kronkels als gespreksonderwerpen


De kronkels op Kenniscafé.com zijn in wezen niets anders dan objecten om met elkaar te bespreken, gespreksonderwerpen. Het meest voor de hand liggend is de mogelijkheid er een reactie bij te plaatsen, waarbij het gesprek zich voor iedereen zichtbaar afspeelt rond de kronkel zelf. Maar je kunt het onderwerp ook mailen aan een ander, waarbij het gesprek zich naar een andere context verplaatst. Of je kunt de kronkel leggen op leestafels van publieke kringen waar je lid van bent. Voor een laagdrempeliger en meer 1-op-1 contact kun je de kronkelaar bedanken - even een schouderklopje dat in het Geroezemoes van de ander belandt. En tot slot kun je de kronkel tot die van jezelf maken door (met behoud van een referentie naar de oorspronkelijke kronkel) deze te herkronkelen. Op deze wijze ondersteunen we met Winkwaves Kenniscafé conversaties op meerdere niveaus.


Het gaat niet alleen om de kronkels en de inhoudelijke verdieping, maar ook om het groepsgevoel, de intentie om een groep te zijn, of tenminste iets met elkaar te delen. Vandaar dat er op ieder terras een plek is om laagdrempelig berichten achter te laten, berichten die een vluchtiger karakter hebben dan je eigen kronkels of reacties op kronkels van anderen. Veel van de menselijke communicatie gaat niet verder dan 'pingen' - even zeggen dat je nog leeft en van de ander horen dat dat ook voor hem of haar geldt.


De vraag blijft of, ondanks deze diversiteit aan mogelijkheden, de rijkdom van menselijke communicatie in een virtuele omgeving ooit zelfs maar benaderd kan worden. Ik geloof, althans met de huidige stand van mens-zijn en techniek, niet zo in de vervanging van het fysieke samenzijn door virtuele gezelligheid. Maar ik geloof wel dat we in de online wereld verder kunnen bouwen op contacten die in de werkelijke wereld gelegd zijn. En dat we online mensen kunnen ontdekken die uiteindelijk in de echte wereld interessante projectleden of zelfs vrienden kunnen worden.

Daarvoor moet het mogelijk zijn online een goed gesprek te voeren. Je hebt de gaatjes in het plafond van de trein nodig, een gemeenschappelijk object om over te praten. Bovendien moet je de gelegenheid hebben om op neutraal terrein het gesprek te beginnen. En als je elkaar eenmaal kent, moet je verder kunnen, de diepte in, een diepte die zowel in de oorspronkelijke omgeving als daarbuiten gevonden kan worden. Uiteindelijk moeten de gesprekken ergens toe leiden - en met een Winkwaves Kenniscafé, een platform dat draait rond kennisdeling in de zakelijke omgeving, mag het duidelijk zijn wat het doel van de gesprekken is: de juiste mensen vinden om de juiste dingen te doen. Over kennisdeling meer in het afsluitende deel van deze trilogie over de pijlers van Winkwaves Kenniscafé.

NB: deze blogpost is ook te vinden op de 10e online marketing blogkermis

Geplaatst in  | Tags  | geen reacties