weblog over communicatie, kennisdeling en samenwerking via internet

Kennismanagement ofwel de kunst van vervanging (de derde pijler)

Posted by Mark Schoondorp Mon, 29 Sep 2008 07:07:00 GMT

Het grootste nadeel van kennis is niet dat het de gevestigde orde bedreigt, zoals tirannen denken. Of dat het zo snel veroudert, zoals de huidige generatie denkt. Nee, het grootste nadeel van kennis is dat je het niet bij de slager kunt kopen. Kennis is ongrijpbaar, onzichtbaar en staat altijd ter discussie, waarmee het grote overeenkomsten vertoont met zoiets vaags als 'de menselijke ziel'. Een systeem voor kennisdeling is dan ook, op zijn zachtst gezegd, best een gewaagde onderneming. Toch is kennisdeling, naast social networking en gesprekken, de derde pijler onder Winkwaves Kenniscafé. Dit is het laatste artikel in een reeks van drie over de fundering onder Winkwaves Kenniscafé.

Iedere organisatie heeft, met de vergrijzing en de veranderde arbeidsmoraal, te kampen met een fors verloop van personeel. Als antwoord op deze trend besloot veel management, als in een natuurlijke reflex, om te trachten de kennis los te koppelen van mensen en met behulp van ISO normeringen, dikke handboeken en omvangrijke databases procedures en feiten te boekstaven.
Voor organisaties die opereren in de kenniseconomie en hun geld verdienen met dienstverlening, heeft deze opzet van kennismanagement in weinig geresulteerd. De waarde namelijk van kennismanagement in een dergelijke omgeving ligt minder in het conserveren van wat bekend is, en meer in de mate waarin kennismanagement erin slaagt de organisatie te assisteren bij het zich aanpassen aan de nieuwe omstandigheden. Kennismanagement is in wezen de kunst van de vervanging. Als de Direct Marketeer vertrokken is naar een nieuwe baan, bij wie moet ik dan nu zijn? En als wij een nieuwe medewerker hebben met specifieke ervaring, hoe zorg ik er dan voor dat anderen hem vanaf dag 1 kunnen vinden als ze hem nodig hebben?
Een goed systeem voor kennismanagement biedt een continu actuele toegang tot mensen in de organisatie die de kennis hebben waarnaar je op zoek bent.

De nieuwe medewerker

"Ik zal je even voorstellen, dit is... en hij komt" - het alom bekende rondje van de nieuwe medewerker is een vast ritueel binnen iedere organisatie, klein en groot. Maar hoever reikt het rondje? De kantoortuin? De gang? De vestiging? En wat beklijft er van deze kennismaking? Leuke stropdas, gaaf kapsel, die schoenen kunnen dus echt niet...De directe mensen om de nieuwe medewerker heen hebben na een dag al een aardig beeld van hem. Voor de anderen blijft hij lang 'de nieuwe medewerker'. Door roddels, verhalen en gezamenlijke projecten verovert hij langzaam maar zeker een plek in de organisatie. Dit gaat in een tempo dat gedicteerd wordt door geografische, hiërarchische en culturele beperkingen.
Een online omgeving waarin iemand zich niet alleen kan voorstellen, maar ook direct kan participeren, leidt tot een aanzienlijke versnelling van dit proces van integratie. Want in een dergelijke omgeving kan iemand zich sneller profileren en zo bij die mensen op het netvlies komen die behoefte hebben aan zijn expertise. Zeker als deze omgeving erop gericht is het vinden van de juiste persoon voor de juiste vraag te faciliteren, een systeem dat niet blijft hangen bij de 'oude' bekenden, maar keer op keer evalueert wie er nu de juiste persoon is. En daarbij de gesprekken die gevoerd worden, wie wat waardeert, en wie wat doet, laat meewegen. Een dergelijk systeem is Winkwaves Kenniscafé.

In Winkwaves Kenniscafé beschouwen we kennis als een optelsom van 1) wie je zegt dat je bent, 2) wat anderen van je zeggen, 3) wat je toevoegt aan de online omgeving en 4) want anderen doen met jouw bijdragen. Op deze wijze ontstaat een mix van zeggen en doen, en van je activiteiten in de online omgeving en van je activiteiten elders. Bovendien zorgt het systeem ervoor dat iedere expert gewogen wordt in het licht van alle aanwezigen op het platform. Maar waar we in Winkwaves Stage iemand plompverloren als expert aanwezen, zonder toestemming van de persoon in kwestie, hebben we inmiddels geleerd dat mensen graag zelf controle willen houden over hun status. Dus je bent pas een expert als je er zelf mee accoord gaat. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat niet al deze regels op dit moment al live staan. Ze zijn ontworpen, en staan nu in de steigers.

Een bruisend café

In deze en de vorige twee blogposts zijn de drie pijlers van Winkwaves Kenniscafé aan bod gekomen, te weten: 

Op deze drie pijlers hebben wij een omgeving ingericht die we Winkwaves Kenniscafé hebben genoemd om het sociale karakter van de omgeving te benadrukken. Maar de ware essentie van de omgeving ligt in het gebruik dat mensen ervan maken. En inmiddels is wel duidelijk dat een online omgeving alleen zelden een groep kan creëren. Als er geen behoefte is aan groepsvorming, als er geen behoefte is aan gesprekken, als er geen behoefte is aan kennisdeling, als er geen behoefte is om samen sterker te zijn dan alleen, dan zal een Winkwaves Kenniscafé een trieste omgeving zijn, zo eentje waarin de dame op leeftijd de toog afstoft en een enkele heer op leeftijd de hele dag zoekend in de spiegel staart of er nog iemand binnenkomt, tot ook hij uiteindelijk naar buiten sloft en besluit nog liever thuis te zitten dan in deze graftombe.

 

Maar is er 1 organisatie in de wereld te vinden die niet juist begonnen is om samen sterker te zijn? Is niet juist het wezen van elke organisatie om gezamenlijk meer te bereiken dan individueel mogelijk was? En als er 1 medewerker wegvalt, om welke reden dan ook, direct de taken over te laten nemen door anderen in de organisatie? Wie het ondersteunen van een dergelijke organisatie ook serieus online wil doen, nodigen wij van harte uit kennis te maken met Winkwaves Kenniscafé en dit platform voor social networking en kennisdeling onder een eigen naam en vormgeving te introduceren op de eigen werkvloer. Want we weten inmiddels ook dat het mogelijk is om een goed florerend, bruisend café in te richten, waar 's avonds laat nog de kennis uit de luidsprekers knalt. Al blijft het probleem van kennis bestaan: ook bij ons kan je het nog steeds niet bij de slager kopen.

Posted in  | Tags  | 2 comments

Gaatjes in het plafond; het belang van een gespreksonderwerp (de tweede pijler)

Posted by Mark Schoondorp Sun, 21 Sep 2008 13:41:00 GMT

Waarom vormen mensen groepen? Om te overleven. Hoe vormen mensen groepen? Door communicatie, door twee-weg-verkeer, door zenden en ontvangen, spreken en luisteren, begrijpen en begrepen worden, door afstemming van acties op elkaar. Het heeft geen zin samen te leven als je vervolgens niet aansluit op ieders talenten en daar ruimte voor biedt. Samen zijn we sterker dan alleen, maar niet als je elkaar in de weg zit. Solipsistisch staren door de ander heen biedt geen vruchtbare grond voor groepsvorming. De dialoog wel. In een eerdere blogpost is social networking als pijler onder Winkwaves Kenniscafé verkend. Ditmaal aandacht voor de tweede pijler onder ons platform voor social networking en kennisdeling: Gesprekken.

Een prachtige, naar ik meen Amerikaanse, ontdekking is de oneliner die je als openingszin meeneemt naar een feest. Probeer contact te leggen met andere feestgangers door ze de zorgvuldige geconstrueerde openingsvraag te stellen. Het voorbeeld dat mij bij dit verhaal (urban legend of werkelijk gebeurd?) verteld werd, was de inderdaad briljante openingszin: Are you by any chance half Jewish? Met een dergelijke opening start je met recht een gesprek. Maar gesprekken start je ook met oogcontact, met mensen die hetzelfde zien als jij. Zo heb ik ooit een vriend opgedaan door het tellen van de gaatjes in het plafond van een dubbeldekstrein - als ontwerper verzin je het niet, maar de werkelijke wereld maakt het mogelijk.

Kronkels als gespreksonderwerpen

De kronkels op Kenniscafé.com zijn in wezen niets anders dan objecten om met elkaar te bespreken, gespreksonderwerpen. Het meest voor de hand liggend is de mogelijkheid er een reactie bij te plaatsen, waarbij het gesprek zich voor iedereen zichtbaar afspeelt rond de kronkel zelf. Maar je kunt het onderwerp ook mailen aan een ander, waarbij het gesprek zich naar een andere context verplaatst. Of je kunt de kronkel leggen op leestafels van publieke kringen waar je lid van bent. Voor een laagdrempeliger en meer 1-op-1 contact kun je de kronkelaar bedanken - even een schouderklopje dat in het Geroezemoes van de ander belandt. En tot slot kun je de kronkel tot die van jezelf maken door (met behoud van een referentie naar de oorspronkelijke kronkel) deze te herkronkelen. Op deze wijze ondersteunen we met Winkwaves Kenniscafé conversaties op meerdere niveaus.

Het gaat niet alleen om de kronkels en de inhoudelijke verdieping, maar ook om het groepsgevoel, de intentie om een groep te zijn, of tenminste iets met elkaar te delen. Vandaar dat er op ieder terras een plek is om laagdrempelig berichten achter te laten, berichten die een vluchtiger karakter hebben dan je eigen kronkels of reacties op kronkels van anderen. Veel van de menselijke communicatie gaat niet verder dan 'pingen' - even zeggen dat je nog leeft en van de ander horen dat dat ook voor hem of haar geldt.

De vraag blijft of, ondanks deze diversiteit aan mogelijkheden, de rijkdom van menselijke communicatie in een virtuele omgeving ooit zelfs maar benaderd kan worden. Ik geloof, althans met de huidige stand van mens-zijn en techniek, niet zo in de vervanging van het fysieke samenzijn door virtuele gezelligheid. Maar ik geloof wel dat we in de online wereld verder kunnen bouwen op contacten die in de werkelijke wereld gelegd zijn. En dat we online mensen kunnen ontdekken die uiteindelijk in de echte wereld interessante projectleden of zelfs vrienden kunnen worden.
Daarvoor moet het mogelijk zijn online een goed gesprek te voeren. Je hebt de gaatjes in het plafond van de trein nodig, een gemeenschappelijk object om over te praten. Bovendien moet je de gelegenheid hebben om op neutraal terrein het gesprek te beginnen. En als je elkaar eenmaal kent, moet je verder kunnen, de diepte in, een diepte die zowel in de oorspronkelijke omgeving als daarbuiten gevonden kan worden. Uiteindelijk moeten de gesprekken ergens toe leiden - en met een Winkwaves Kenniscafé, een platform dat draait rond kennisdeling in de zakelijke omgeving, mag het duidelijk zijn wat het doel van de gesprekken is: de juiste mensen vinden om de juiste dingen te doen. Over kennisdeling meer in het afsluitende deel van deze trilogie over de pijlers van Winkwaves Kenniscafé.

NB: deze blogpost is ook te vinden op de 10e online marketing blogkermis

Posted in  | Tags  | no comments

De betekenis van social networking (de eerste pijler)

Posted by Mark Schoondorp Sun, 07 Sep 2008 13:20:00 GMT

Social networking dreigt een jeukbegrip te worden, net zoals e-commerce dat bij de eerste internethype was. Social networking is, afhankelijk van de criticaster die je spreekt, een Engelstalig rookgordijn zonder goede definitie, een hype, een kleffe brownie van Amerikaanse leest of een pathetisch substituut voor echte vrienden. En toch is social networking een van de pijlers (de andere zijn kennisdeling en gesprekken) onder Winkwaves Kenniscafé. Is dit slechts een opportunistische truc van ons om gevonden te worden in Google nu de term ‘Social networking’ steeds vaker gebruikt wordt? Of zit er meer achter? Een poging om social networking in een breder perspectief te plaatsen.

Social networking is niet synoniem aan LinkedIn, Plaxo of Hyves. Social networking is niet een zo groot mogelijke verzameling van gelinkte profielen. Social networking is ook niet een gemankeerde, onnatuurlijke expressie van sociaal gedrag. Integendeel juist, wie het fenomeen goed bestudeerd, moet concluderen dat social networking zo oud is als de mensheid en zich nu via een nieuw medium openbaart in een periode van enorme mobiliteit.

De gangbare darwinistische verklaring voor sociaal gedrag van mensen is dat mensen die samenwerken een grotere kans op overleven hebben dan zij die als individualistische blindgangers hun weg zoeken. De groep waartoe een mens behoort, bepaalt in zeer grote mate het succes dat het individu weet te boeken. Zoals je in het dorp moest weten wie het sterkst was, wie het slimst, wie de leider was en wie het meest loyaal, zo geldt dat nu voor de werkvloer. Alleen, die werkvloer is steeds minder een fysiek aanwijsbare lokatie.

Mobiliteit

Social networking bindt mensen die elkaar anders uit het oog verliezen en verruimt daarmee de mogelijkheden van het individu en de groep. Als ik werkloos raak, dan is de kans dat ik een leuke baan vind via mijn directe omgeving beduidend kleiner dan dat er in het netwerk van ex-collega's, -studie- en -klasgenoten een interessante mogelijkheid ligt te wachten. Wie niet de potentie benut van de contacten uit het verleden, en van de contacten van contacten, laat een enorme bron onbenut.
Social networking is onlosmakelijk verbonden met de komst van de auto, het vliegtuig, het jobhoppen en relatieshoppen, kortom, met de enorm toegenomen mobiliteit van het individu. Social networking is een manier om groepen te vormen en in stand te houden waar de fysieke of sociale afstanden te groot zijn om de groepsvorming organisch via toevallige ontmoetingen of hiërarchisch via opgelegde verbanden, tot stand te brengen. Wellicht dat de groepen die via social networking gevormd worden in tijden van oorlog niet zo veel waarde hebben, maar als het gaat om het favoriete beroep van de afgelopen 50 jaar, dat van kenniswerker, vertegenwoordigt het een niet te onderschatten waarde. Weten wie je nodig hebt voor een project of voor een vraag is de kern van veel van de werkzaamheden van een kenniswerker.

Pijnlijke communicatie

Fysieke locaties moedigen een vanzelfsprekende band tussen mensen aan - een lift die vast zit maakt de liftgenoten automatisch tot een tijdelijke ‘groep’. Dit mechanisme van vanzelfsprekend is in de online omgeving afwezig. Iedere vorm van online contact maken is een moedwillig en gecreëerd communicatiemoment. De expliciete vorm van relaties vastleggen op internet is waarschijnlijk een van de redenen waarom social networking in een kwaad daglicht staat bij die groep die met de online realiteit weinig opheeft. Het medium dwingt een formalisatie af die onnatuurlijk aanvoelt. Zelfs verzoeken van collega's voor een connectie kunnen pijnlijke momenten opleveren: zijn we nu vrienden of zakelijke relaties?
Vooral waar een ongelijkheid in de relatie zit, kan dit tot ongemakkelijke situaties lijden. Op zich niet erger dan de enthousiaste begroeting door een onbekende op een drukke zaterdagmiddag, omgeven door man en kinderen, die na enkele pijnlijke momenten een nieuwe collega blijkt te zijn. Maar op internet ontbreken tot nog toe de subtiele, onbewuste signalen die de kans op sociale rampen aanzienlijk beperken.

Juist door het ontbreken van die rijkdom aan communicatieve lagen, krijgt social networking soms het karakter van borstklopperij, een poging jezelf belangrijk te maken in een omgeving die als los zand aan elkaar lijkt te hangen. Zeker in de Nederlandse cultuur geen praktijk die op veel sympathie kan rekenen. Vandaar dat een omgeving die enkel gericht is op social networking het tegengestelde van sociaal is, of althans maar 1 aspect van sociale interactie vertegenwoordigt - het ik.
Vandaar dat social networking ook maar een van de pijlers onder Winkwaves Kenniscafé is. De volgende keer een blogpost over een andere pijler onder ons platform voor social networking en kennisdeling in de zakelijke omgeving: Gesprekken.

Posted in  | Tags  | no comments

Het meten van het succes van een (online) community

Posted by Rene Jansen Sun, 24 Feb 2008 12:04:00 GMT

Martin Kloos, een oud student van me die twee jaar geleden bij mij is afgestudeerd op het onderwerp communities of practice, triggerde mij vandaag tot een blogpost over het meten van het succes van een (online) community. Martin besprak op zijn blog de tool Nuconomy, die claimt om het succes van communities te kunnen meten middels zachte factoren. Als je je er dan wat verder in verdiept blijkt Nuconomy eigenlijk vooral relatief traditionele maten als aantallen bezoekers en aantal uploaders te gebruiken om het succes te meten. Ik bood Martin gelijk aan om hier eens samen een artikel over te schrijven, want het meten van het succes van een community kan natuurlijk veel beter. In deze blogpost wat eerste gedachten over het meten van het succes van een (online) community, waarin ik natuurlijk ook gebruik zal maken van ons ondertussen bekroonde onderzoek samen met de Universiteit van Amsterdam naar sociaal gedrag in online omgevingen.

Laten we allereerst beginnen met de context waarin Nuconomy zijn meettool vooral wordt ingezet. Steeds meer organisaties zijn er op uit om "een community" te starten, een social netwerk waarin hun medewerkers, klanten en prospects waardevolle gesprekken hebben en een hechte onderlinge relatie kunnen opbouwen. Een belangrijk kenmerk van een community is echter dat communities zich niet laten afdwingen: het is een sociaal proces dat slechts gefaciliteerd of gefrustreerd kan worden. Zoals we in ons co-created whitepaper "Help, de consument praat terug" ook al schreven, is het belangrijk om als initiatiefnemer of facilitator van een community, zelf ook op een transparante en authentieke wijze te participeren in een community. Het succes voor jou als organisatie, datgene wat Nuconomy dus met zijn tool probeert te meten, is daarmee slechts één kant van de medaille.

De andere kant van de medaille komt voort uit de belangrijkste eigenschap van een community, namelijk dat het een sociaal proces tussen mensen betreft, waarbij verschillende mensen met verschillende rolopvattingen participeren. Iedereen heeft daarbij zijn eigen motivatie om te participeren, zijn eigen inbreng in het sociale proces, en dus ook zijn eigen maatstaven om te bepalen in welke mate hij zich identificeert met de community en in welke mate hij de community en zijn bijdrage daarin als waardevol ervaart. Het meten van het succes van een community zal deze diversiteit aan rolopvattingen moeten ondersteunen.

Dat brengt ons bij de vraag: welke rolopvattingen zien we terug in online communities? Wij hebben bij de implementaties van ons sociale en dynamische kennisdelingsplatform Winkwaves Stage, eigenlijk is dit ook een online community-tool, veel onderzoek gedaan naar de rolopvattingen die mensen hebben als zij op dit platform actief worden. Deze rolopvattingen zal ik hier iets generieker beschrijven om ze in het algemeen voor online communities van toepassing te laten zijn.

Allereerst enkele rolopvattingen die leiden tot het toevoegen van informatie aan de online community:

  • De tipper
    Rolopvatting: Ik heb altijd voor iedereen leuke tips als "heb je dat restaurant al geprobeerd, dat boek al gelezen, die site al eens uitgeplozen?"
    Motivatie: ik deel graag tips met iedereen, zo ben ik nu eenmaal.
    Community is voor mij een succes als ik er makkelijk mijn tips kan delen en verspreiden.
  • De storyteller
    Rolopvatting: Ik heb een visie, een mening, en ik zoek een podium om dat uit te dragen
    Motivatie: Ik wil graag gehoord worden
    Community is voor mij een succes als ik er mijn verhaal goed kan vertellen en er interessant publiek komt
  • De profileerder
    Rolopvatting: Ik wil gezien worden als expert, daarom zoek ik overal podia om aan mijn imago te kunnen werken.
    Motivatie: ik wil graag gezien woren
    Community is voor mij een succes als ik beter vindbaar ben en meer volgers krijg
  • De archiveerder
    Rolopvatting: ik bewaar en orden informatie voor mezelf, en als anderen daar ook hun voordeel mee kunnen doen heb ik daar geen problemen mee
    Motivatie: Ik hou het graag opgeruimd en overzichtelijk voor mezelf
    Community is voor mij een succes als ik er gewoon op een handige manier mijn eigen ding kan doen (en verder heb ik niet zoveel met dat community gedoe)
  • De blogger
    Rolopvatting: ik zoek overal plaatsen waar ik mijn blog kan promoten
    Motivatie: Hoe meer linkjes naar mijn blog hoe beter mijn Google pagerank...
    Community is voor mij een succes als ik meer traffic naar mijn blog krijg
  • De reageerder
    Rolopvatting: zelf informatie toevoegen zie ik niet zo zitten, maar ik reageer graag met een reactie of stem op wat anderen posten
    Motivatie: hoewel ik niet zo van de spotlights hou ik wel van een goed gesprek
    Community is voor mij een succes als ik interessante gesprekken kan hebben.

Naast deze mensen die actief toevoegen, zijn er ook mensen die minder zichtbaar een rol spelen in de community:

  • De connector
    Rolopvatting: Ik vertel iedereen enthousiast dat deze community er is (en leuk is)
    Motivatie: ik vertegenwoordig graag een ambassadeursfunctie, maar heb zelf niet zoveel in te brengen
    Community is voor mij een succes als ik er enthousiast over kan vertellen
  • De lurker
    Rolopvatting: Altijd op zoek naar handige (extra) informatiebronnen
    Motivatie: ik kom vooral voor inspiratie
    Community is voor mij een succes zolang ik er zinvolle informatie vind
  • De eendagsvlieg
    Rolopvatting: Ik kijk rond of ik deze community interessant vind
    Motivatie: Ik probeer altijd graag nieuwe dingen uit
    Community is voor mij een succes als hij me meer raakt dan alle andere dingen die ik uitprobeer

Organisaties die een community met hun klanten willen opzetten, ontwerpen zo'n community vaak alleen maar voor "de actieve participant", en meten het succes ook alleen maar aan het aantal mensen die bijdragen. Zo werkt ook de Nuconomy tool. Het interessante is echter dat alle genoemde rolopvattingen belangrijk zijn voor een afgewogen sociaal proces in de community, en daarmee, voor het succes van de community. De lurkers lijken alleen maar profiteurs maar spelen een belangrijke rol doordat zij het publiek zijn voor tippers, profileerders en storytellers. De organisatie die de community wil opzetten zal dus per participant moeten benoemen welk doel hij zelf met elke rol in de community heeft, en hoe belangrijk de verschillende rollen zijn. Een handig hulpmiddel is om voor alle rolopvattingen Persona's te ontwerpen. Een tool om het succes van een community te meten, zal dan per actie die in de community wordt uitgevoerd moeten analyseren vanuit welke rolopvatting of persona die actie is uitgevoerd, en op basis daarvan bepalen welke waarde er wordt geleverd, ofwel, welke succesmaat gemeten moet worden. Een tool die op deze rijke visie op communities is gebaseerd heeft volgens mij vele malen meer potentie dan Nucomony. Ik heb Martin Kloos voorgesteld om hier eens samen een gedegen onderzoekje naar te doen. Zin om ook mee te denken en te schrijven of goede cases in te brengen? Helemaal leuk!

Posted in  | Tags , , ,  | 1 comment

Mag ik je vrienden hebben? Kritische kanttekeningen bij Google's OpenSocial

Posted by Mark Schoondorp Sun, 04 Nov 2007 20:35:00 GMT

Het grootste nieuws van de afgelopen week op internet is zonder twijfel de lancering door Google van OpenSocial. Onder het (populistische) motto: 'The web is better when it's social' ontfermt Google met OpenSoical zich over de identiteit van miljoenen internetters. Wat dit betekent voor de dominantie van Google op internet, is een onderwerp apart. Vandaag op de Winkwaves blog aandacht voor een ander aspect: wat is de waarde van een techniek die je moeiteloos je vrienden laat meenemen van de ene omgeving naar de andere?

OpenSocial is geen nieuw social networking website, maar wil een interface bieden tussen bestaande social sites. Daartoe biedt het gestandaardiseerde informatieprotocollen, oftewel API's. Google onderscheidt daarbij drie soorten:

  1. Wie ben ik? Profielinformatie
  2. Wie ken ik? Vriendeninformatie
  3. Wat doe ik? Activiteiteninformatie

Voor meer details van het platform, kijk bv. op 25hoursaday, het artikel van Dion Hinchcliffe of hier.

Viral marketing

Ik heb grote vraagtekens bij de werkelijke toegevoegde waarde. De controle van de data lijkt in handen te liggen van de social networking sites die de API's van OpenSocial gebruiken. Het belang van sites kan ik begrijpen: viral marketing was nog nooit zo eenvoudig. Ik kan mijn vrienden eenvoudig uitnodigen voor welke nieuwe dienst dan ook die ik besluit te gebruiken. Mijn vrienden kan ik op Hyves aanmaken en dan koppelen aan mijn Netvibes account. Zo breidt het netwerk van een nieuwe dienst zich snel uit. Maar me vrij bewegen op internet wordt steeds lastiger.
Het is alsof ik continu mijn hele familie mee zeul, zodra ik een nieuwe dienst uitprobeer. 'He ma, kijk eens waar ik nu weer uithang...' Je kunt zeggen: maar je hoeft je profielen niet te koppelen. Inderdaad, maar hoeveel mensen kiezen niet gemak boven afgewogen keuzen? Ik voorspel dat ik steeds vaker de moeders van anderen tegen zal komen, zonder dat zij mij of ik hen ook maar iets te melden heb.

Het netwerk van connecties zal zich als een olievlek uitbreiden. Wat betekent dat echter voor de groepen waarin ik me thuis voel? Gemeenschappen onderscheiden zich minstens zozeer door de mensen die erin zitten als door de mensen die geweigerd kunnen worden. Maar als je vrijwel automatisch je connecties meeneemt, lijkt de aantrekkingskracht van het getal het te winnen van de kwaliteit. Zoals mij laatst overkwam op een site voor freelancers: ik meende mijn adresboek te importeren, maar het bleek dat ik al mijn contacten uitnodigde ook op het freelance netwerk te komen. Terwijl het merendeel van die contacten in de verste verte geen freelancer is.
Wat heeft het in voor zin om vrienden mee te nemen van site naar site, als je juist diverse vrienden hebt om diverse dingen te doen? Wat doe je met al die uitnodigingen? Weigeren lijkt een afwijzing, accepteren hypocriet. Vrienden raken gevangen in elkaars netwerk van social sites en zeker als vrienden geen vrienden zijn maar business partners en klanten, wordt het allemaal wel heel gevoelig. OpenSocial erodeert het begrip 'vrienden' verder, totdat uiteindelijk vrienden onze vijanden zijn, omdat ze ofwel teveel aandacht vragen, ofwel te vaak afgewezen zijn. OpenSocial maakt 'social' misschien wel te gemakkelijk.

Posted in  | Tags ,  | 3 comments

Tagging in soorten en maten

Posted by Mark Schoondorp Fri, 31 Aug 2007 12:54:00 GMT

Deel 1 van deze tweeluik over tagging en trefwoorden beschreef de verborgen kosten van tagging. We signaleerden een spanning tussen het snelle shoot-and-run karakter van tagging enerzijds en de organiserende behoefte van de mens anderzijds. In deel 2 een ontwerpoplossing om de twee tactieken met elkaar te verzoenen. Een oplossing die inmiddels voorzichtig ondersteund wordt op 'Watvindenwijover.nl'.

Er is inmiddels heel veel geschreven over de praktijk van tagging. Een goed overzicht staat in het proefschrift van Moritz Stefaner, "Visual tools for the socio–semantic web" (hoofdstuk 2.5).
Maar als ontwerper wil ik meer dan de theorie - ik wil de doorleefde emotie. Na anderhalf jaar heb ik die wel. En gelukkig strookt mijn emotie met theoretische inzichten. Dus staat me dan als ontwerper maar een ding te doen: ontwerpen voor de nieuwe inzichten. En nee, daarmee wordt het niet makkelijker, wel krachtiger. Het goede nieuws is: voor wie geen krachtiger mogelijkheden wil, verandert er helemaal niets op 'Watvindenwijover.nl' Nog beter nieuws: wie behoefte heeft aan meer structuur in het gebruik van trefwoorden, bieden we een eerste voorzichtige aanzet, die op basis van de ervaringen verder ontwikkeld zal worden.

Onderwerp, typering en doel

Bij tagging denken de meesten in eerste instantie aan het benoemen van het onderwerp van de website: waar gaat deze pagina over? Het idee is dat hier over de tijd heen een zekere consensus tussen mensen over zal ontstaan. Een pagina over hondentrainingen zal vrij snel een gelijkende set trefwoorden opleveren. En dan is het prettig om op 'hond' door te klikken naar andere pagina's over honden.
Dan heb ik vrijwel altijd ook trefwoorden die iets over mijn oordeel zeggen. 'Leuk' of 'handig' bijvoorbeeld. Deze groep trefwoorden, waartoe ik ook neutralere termen als 'recensie' of 'statistiek' reken, geeft de context weer die de gebruiker aan de pagina meegeeft. En deze context is van een andere orde dan een onderwerp. Ze zijn bedoeld ter typering, niet voor definiëring.
Tot slot voeg ik veel websites toe met een specifiek doel: bijvoorbeeld terwijl ik met mijn vakantieplanning bezig ben, of met informatiegaring voor mijn promotie. Een doel dat je deelt met meerderen, is een reden om een groep te starten, maar als je het vooral voor jezelf doet, kan je ook een trefwoord eraan toewijzen.

Het failliet van de orde die vanzelf komt

Zo vind ik in mijn trefwoorden van alles en nog wat door elkaar heen. Structuur is ver te zoeken, en in deze chaos blijkt er helemaal niets 'vanzelf' te ontstaan (dat zou ook volledig indruisen tegen alle natuurwetten; orde ontstaat nimmer vanzelf.) De praktijk van tagging vereist bepaalde basisregels. Uit de voorafgaande analyse mag duidelijk zijn waaraan ik denk: de mogelijkheid trefwoorden te classificeren en van elkaar te onderscheiden. Tagging wordt complexer, maar om te leren zul je je eerst bewust moeten worden van wat je doet. Iedere leraar kan je dat vertellen. Tagging is niet gratis, maar met een bepaalde set van basisregels kun je wel de brug slaan van shoot-and-run naar leren.
Om te leren moet je onderscheid gaan maken tussen de trefwoorden die je gebruikt: wat is het onderwerp, hoe kan ik de informatie typeren en voor welk doel voeg ik de pagina toe? Op 'Watvindenwijover.nl' hebben we daarom speciale karakters geïntroduceerd.

  • '=' voor de typering
  • '@' voor het doel
  • '*' voor een bedankje, mocht je de tipgever extra aandacht willen geven (heeft inderdaad niets van doen met trefwoorden, maar veel met hoffelijkheid, een behoefte waar we regelmatig last van hadden zonder dat we er op een natuurlijk voelende wijze handen en voeten aan konden geven)

Voor de traditionele trefwoorden voor onderwerpen hebben vanzelfsprekend we geen speciaal teken geïntroduceerd. En niet iedere pagina heeft trefwoorden van elk soort nodig.

Alhoewel we op dit moment op 'Watvindenwijover.nl' nog niets doen met de diverse soorten trefwoorden, moet daarin snel verandering komen. Als mijn theorie klopt, dan wil je straks ook verschillende functionaliteiten koppelen aan de verschillende soorten. Maar graag horen we eerst de ervaringen. En suggesties voor verbeteringen of aanvullingen zijn van harte welkom!

Posted in  | Tags ,  | 1 comment

Tagging en taxonomieën - verandering versus stabiliteit

Posted by Mark Schoondorp Sun, 05 Aug 2007 08:13:00 GMT

Een van de steeds terugkerende discussies bij Winkwaves betreft het gebruik van trefwoorden (tags) voor het organiseren van informatie. Zijn trefwoorden beter dan taxonomieën? Ja, zo zegt de een vanuit een liberaal-marxistisch perspectief: vrij van de manipulatie van de gevestigde orde, kun je met trefwoorden zelf je betekenis geven aan wat je vindt. Niet per sé, zegt de ander, licht aangetast met een conservatief-elitair virus: Taxonomieën helpen je om op de schouders van je voorgangers te staan en aan te sluiten bij erkende betekenisgeving. Winkwaves wijdt een tweeluik aan de lange termijn effecten van tagging, gebaseerd op anderhalf jaar ervaringen met 'Watvindenwijover.nl' en inzichten van mede-taggers. Vandaag deel 1: De kosten van tagging.

De zegeningen van trefwoorden ten opzichte van folders en categorieën lijken duidelijk: een interessante webpagina valt zelden in slechts één hokje te plaatsen en met trefwoorden ben je vrij je eigen multi-ordening toe te passen. En aangezien 'gewone' gebruikers meestal enkel voor zichzelf ordenen, lijkt er geen vuiltje aan de lucht. Dankzij trefwoorden vind je veel eenvoudiger je informatie terug, bevrijd als je bent van het ouderwetse hokjes denken.

Bovendien, zo luidt de utopische web 2.0 belofte: door de trefwoorden van alle gebruikers voor een specifieke informatiebron te verzamelen, maak je de wisdom of the crowds inzichtelijk. De menigte geeft haar oordeel waarover de bron gaat en dit oordeel is (meestal) wijzer dan dat van de individuele expert. Per slot van rekening is betekenis een democratisch construct: iets krijgt geen betekenis van bovenaf, maar door het gebruik dat wij ervan maken. Halleluja voor de trefwoorden! Welke dinosaurus wil nog met hiërarchische indelingen en taxonomieën werken?

De keerzijde van trefwoorden

Er is echter over de maanden heen steeds duidelijker een keerzijde van tagging zichtbaar geworden. Kijkende naar de cijfers die we met 'watvindenwijover.nl hebben verzameld, valt me op dat het aantal pagina's en het aantal trefwoorden ongeveer 1 op 1 loopt. Voor iedere nieuwe pagina wordt zo ongeveer ook een nieuw trefwoord aan het systeem toegevoegd. Een gebruiker met 8 pagina's heeft dus gemiddeld ook 8 trefwoorden. Is dat erg? Niet per sé. Hooguit kun je hieruit afleiden dat we niet echt goed zijn in het terugbrengen van complexiteit naar een simpeler systeem. Ockham draait zich in zijn graf om, maar dat is slechts pijnlijk voor een aantal estheten onder ons.
Of zijn de kosten groter? Gevolg van mijn hoeveelheid trefwoorden is dat ik inmiddels ook niet meer gebaat ben bij het bladeren in mijn eigen meningen met behulp van trefwoorden. Kan ik er van op aan dat als ik bijvoorbeeld kijk bij social-networking, ik ook alles vind dat ik als zodanig nu zou willen vinden? Heb ik niet eerder of later een andere term gebruikt?

Lastiger, en waarschijnlijk gekoppeld aan het vorige argument, is dat ik zelf merk dat ik nauwelijks nog weet welk trefwoord ik moet gebruiken bij een artikel dat ik toevoeg. Trefwoorden als duiding voor betekenis staat op gespannen voet met trefwoorden als basis voor het terugvinden van mijn meningen. In het kader van terugvinden en opruimen, ben ik gebaat bij een beperkte set van trefwoorden. Maar dat vergroot de kosten van het toekennen van trefwoorden enorm. Het is nu een mix tussen recht doen aan het artikel en recht doen aan mijn eigen ordening. Welk trefwoord gebruikte ik vorige keer bij een soortgelijke pagina?
Wanneer ik tegenwoordig een mening toevoeg, zorg ik ervoor dat de titel, de url, mijn eigen mening en de trefwoorden zelf als geheel de grootste kans op terugvinden bieden. Dus tijdens het schrijven van mijn mening ben ik al bezig met de mogelijke vragen waarop ik deze mening als resultaat wil terugkrijgen.

Het episodische karakter van tagging

Het mag inmiddels helder zijn: het argument dat tagging 'goedkoper' is dan taxonomieën creëren, klopt volgens mij op de middellange en lange termijn niet. Structuren moeten zich inbedden in je geest om uiteindelijk eenvoudig toegankelijk te zijn. Tagging leent zich prima voor de korte termijn en bespaart je inderdaad de moeite van het verzinnen van structuren, maar zodra je een grotere verzameling bronnen wilt ontsluiten met trefwoorden, loop je tegen de kosten en de beperkingen op. In psychologische termen: tagging is episodisch, taxonomieën zijn semantisch.

In deel 2 van deze tweeluik zal ik mijn nieuwe strategie voor tagging toelichten, waarin ik (vanzelfsprekend) een poging doe de spanning tussen het episodische en het semantische recht te doen.

Posted in  | Tags ,  | 3 comments

Nyenrode goes 2.0

Posted by Rene Jansen Wed, 11 Jul 2007 10:59:00 GMT

De afgelopen tijd kreeg ik bij gesprekken bij klanten regelmatig de vraag: "joh, is er geen leuke opleiding om me wat meer te verdiepen in al die leuke ontwikkelingen rond web2.0 en social software waar je nu zo enthousiast over verteld?". Ik stotterde dan meestal wat van "nee, sorry, maar je kan ons wel inhuren als adviseur...", niet echt een sterk antwoord natuurlijk.

Dus toen ik weer eens met Ed Peelen (één van de promotoren van mijn proefschrift en tegenwoordig hoogleraar Marketing bij Nyenrode) zat te babbelen over een congres waar we samen zouden optreden, vroeg ik of hij mogelijkheden zag om in nauwe samenwerking tussen Nyenrode en Winkwaves een echt goede 2.0 opleiding te organiseren. Ed werd gelijk enthousiast, en afgelopen week waren we zover dat we deze opleiding inderdaad publiekelijk hebben aangekondigd met een persbericht. Het 2.0 heeft de titel niet gehaald (Nyenrode is niet zo van de hypes natuurlijk), en we hebben uiteindelijk gekozen voor "Masterclass Internet Marketingstrategie".

De opleiding wordt uiteindelijk vormgegeven door een mooie samenwerking van Nyenrode, Winkwaves en de marketinggroep van ATOS Consulting. We zijn bezig met een aantal leuke gastsprekers, en proberen zo een mooie mix aan te bieden waarbij theorie en trends vertaald worden naar wat je als marketeer nou echt als voordeel kunt halen uit de ontwikkelingen die we bij Winkwaves+1 hebben getypeerd als "Help, de consument praat terug".

Meer informatie vind je op de site van Nyenrode, of neem gewoon even contact op als je vragen hebt. Het loopt aardig storm qua interesse, dus volgens mij is er behoefte aan deze opleiding :)

Posted in  | Tags , , ,  | no comments

6e online blog kermis

Posted by Rene Jansen Mon, 04 Jun 2007 08:29:00 GMT

Vandaag is de zesde online blog kermis life gegaan op de blog van Karel Geenen. Er zijn dit keer meer dan 20 exposanten op de kermis, en ook wij staan er natuurlijk op, dit keer met het co-created whitepaper "Help, de consument praat terug".

Leuke trouwens van deze blogkermis: Karel heeft ook een verloting op de kermis uitgeschreven, dus je kunt ook mooie prijzen winnen bij hem. Dus niet alleen leuk vanwege de leuke artikelen, maar ook nog wat te winnen. Kijk, zo begint de week goed!

Posted in  | Tags  | no comments

Twitter in veel meer dan 140 karakters

Posted by Mark Schoondorp Sun, 20 May 2007 20:27:00 GMT

Een maand geleden had ik het plan al opgevat: een gedegen blogpost over Twitter, de site waar microbloggen tot levensstijl is verheven. Maar sindsdien lijkt het wel of iedereen in Nederland over Twitter schrijft. Bright heeft er verschillende artikelen aan gewijd, BlueAce heeft erover bericht en ook Marketingfacts heeft de trend uit Amerika al opgepikt. Kortom: Twitter is ontegenzeggelijk een nieuwe Web2.0 hype. Zo zie je maar weer dat een maand op internet nog steeds best wel lang is...

Ik heb even getwijfeld of ik mijn eigen bijdrage nog wel moest leveren. Ik bedoel, wat Twitter is, is inmiddels geen nieuws meer. Gelukkig is bij lange na nog niet alles gezegd over het fenomeen.
Want wat betekent Twitter, en haar steeds populairder wordende Finse evenknie Jaiku, nu precies voor ons leven? Inderdaad, ons leven - Twitter heeft de potentie ons leven te veranderen. Of, beter gezegd, ontwikkelingen die in gang zijn gezet met chat en vooral SMS, te versnellen en te versterken.
Het moge duidelijk zijn, dit gaat niet om de merknaam of de site Twitter, maar om, zoals Twitter haar eigen dienst omschrijft: "a large-scale, device agnostic, message routing system". Kijk, dat is gaaf - sms-en zonder de dwang van een mobiele telefoon. Maar wacht even, waarom is dat gaaf? In welke behoefte voorziet SMS en waarom zouden we dat naar andere media willen vertalen? Wat is de aantrekkingskracht van kleine berichten van minder dan 140 karakters - behalve de prijs die voor SMS lager is dan voor een telefoongesprek?

Microbloggen en sms-en vormen de macht van degene die de boodschap stuurt: met een kort berichtje komt hij even je leven binnen, om direct weer te verdwijnen. Tenzij je reageert, waarop de dynamiek van een traag-verlopende conversatie op gang komt, is het niet meer dan een 'kiekeboe, hier ben ik'. Een bevestiging van je bestaan, en van het feit dat je in een zekere relatie staat tot de ontvanger.
De luxe van microbloggen is dat je boodschap maar heel kort kan zijn. Luxe? Ja, want deze door de techniek gesanctioneerde kortheid, maakt dat je zonder schaamte alles de wereld kan ingooien. Elk kort bericht, dat voor een e-mail te onzinnig is, voor een blogpost te stompzinnig, heeft plots zijn eigen platform. Het is alsof je je moeder 5 minuten kunt bellen zonder verwijten te krijgen dat je niet meer tijd voor haar hebt. De korte berichtjes complementeren je foto's op Flickr, je activiteiten op MySpace, je video's op YouTube, je meningen op 'Watvindenwijover.nl'.
Jaiku voert deze opname van je lifestream consequenter door dan Twitter, en positioneert wat dat betreft de mogelijkheden scherper. Microbloggen maakt het mogelijk alles wat je denkt te delen met de wereld - je hoeft geen brieven te schrijven en te herschrijven, je hoeft geen mails te verzenden waarin je nog enigszins met de ander rekening hoeft te houden. Nee, het is geoorloofd observaties en gedachten met anderen te delen zonder dat je eigenlijk rekening hoeft te houden met wie de ander is. Schrijven wat je meemaakt zonder verdere toelichting. Of, zoals mijn favoriete Twitter luidt: "Sharmoota is having fun with the paper shredder. DIE paper DIE" - Wie Sharmoota is? Geen flauw idee. Wat deze melding in haar leven betekent? Eveneens geen flauw idee. Maar de toon en de melding: korter dan dit kan humor niet zijn. En dat maakt Twitter verslavend - je kunt van alles de wereld inslingeren, je kunt je leven delen met onbekenden of met vrienden, en niemand verwacht meer dan 140 karakters van je.

Hetgeen me terugbrengt bij de vraag waarom deze service de potentie heeft ons leven verder te veranderen: met een service a la Twitter is internet een stap verder in het verbinden van onze levens voorbij de grenzen van tijd en plaats. Onbekenden en bekenden vertellen de wereld wat ze doen. En als je wilt luisteren, ben je uitgenodigd.
Dit gezegd hebbende, weet ik weer waarom het zolang duurde voordat ik eindelijk de post schreef. Er is zoveel meer over te zeggen - een heel boek. Misschien wel een heel leven...

Posted in  | 1 comment

Older posts: 1 2 3