Mechanismen achter onwetendheid

Geplaatst door Mark Schoondorp Sat, 26 Dec 2009 11:50:00 GMT

Als mensen je niet horen, ga je harder praten. Als mensen je boodschap niet begrijpen, gebruik je andere woorden. Maar wat als deze strategieën niet werken? Hoe bereik je de onbereikbaren? Een zoektocht naar een alternatieve benadering om aansluiting te vinden. Een zoektocht ook naar een antwoord op de vraag: Hoe beschrijf je een niet-weter als je niet in termen van het weten wilt praten?

De overeenkomst tussen software en Vogelaarwijken


Onlangs hebben we een enquête bij een klant gehouden over het gebruik van een wiki op de werkvloer. Een van de belangrijkste bevindingen die naar voren kwam: gebruikers wisten niet goed hoe ze het moesten gebruiken. Er was behoefte aan meer informatie over de mogelijkheden van de software en hoe men geacht werd er gebruik van te maken.

Een bevinding die te voorspellen was. Ik kom haar namelijk de afgelopen 15 jaar bij iedere introductie van nieuwe pakketten op de werkvloer tegen. In dit geval betrof het de wiki van SocialText door ambtenaren van het ministerie van LNV, maar het had even goed over Winkwaves Kenniscafé kunnen gaan, of over Sharepoint, SAP of Siebel. Sterker nog, mijn indruk is dat het zelfs over iets heel anders had kunnen gaan dan software.

Gelijk met deze enquête onderzoeken we namelijk bij een ander ministerie de mogelijkheden om met communicatie jongeren en allochtonen meer te betrekken bij het verbeteren van hun (Vogelaar)wijk. De grote vragen daar zijn: weten ze van de mogelijkheden die de overheid aanbiedt en hoe ze er een beroep op kunnen doen? Hoe kan de overheid ze bewegen gebruik te maken van de mogelijkheden? Hoe moet ze de boodschap brengen om deze doelgroepen beter te bereiken? Ook daar horen we van wijkbewoners die moeite hebben zich te redden in onze Nederlandse samenleving: We begrijpen het niet goed.

Kijk je in beide gevallen naar wat er al aan communicatie gedaan wordt, dan blijkt dat er echt van alles en nog wat aan informatie beschikbaar is. In het geval van de wiki zien we echter dat de help-pagina een van de minst bekeken pagina's van de wiki is. En in het geval van de wijken kun je zeggen dat de informatie van de gemeenten zelf inderdaad niet erg toegankelijk is, maar er zijn zoveel professionals actief in de Vogelaar-wijken dat er eerder sprake is van een overvloed aan informatie dan een gebrek.

Het weten als uitgangspunt


Veel onderzoek levert als belangrijk resultaat op: mensen weten niet hoe ze het moeten gebruiken, dus gebruiken ze het niet. De standaardreactie na zo'n onderzoek is om meer informatie de kant van de niet-wetenden op sturen: websites, folders, filmpjes. Vele euro's later blijkt vervolgens uit een nieuw onderzoek: ze weten het nog steeds niet. Of het nu gaat om het gebruik van nieuwe software of om de procedures om bijvoorbeeld de financiële lasten te verlichten. Een fascinerende cirkel.

Terwijl ik over deze paradox nadacht, realiseerde ik me dat de opmerking 'Ik weet niet hoe ik er gebruik van moeten maken' het wel weten als uitgangspunt neemt. De wel-weter reageert op een dergelijke opmerking met het invullen van het gat tussen het niet-weten en het wel-weten. Hij kijkt waar hij nu staat en kijkt dan achterom. Om de ander in te wijden in het domein van het wel weten, vertelt hij wat hij nu weet en de ander nog niet. Zo, nu weet de ander het ook!

Het manco aan deze tactiek is dat de weter het zelf ook meestal niet zo heeft geleerd. Zij die nu weten, zijn over het algemeen stap voor stap van het niet-weten naar het wel-weten gekomen. We focussen ons zo op wat kennis wel is, dat niet-weten gedefinieerd wordt als het ontbreken van kennis. Terwijl de staat van niet-weten per definitie voorafgaat aan de staat van weten. Hoe beschrijf je iemand die niet weet op een dusdanige manier dat je vervolgens aanknopingspunten vindt hoe je hem kan bereiken?

Lessen uit het onderwijs


Het onderwijs lijkt bij uitstek de plek om de niet-weter te begrijpen. Het onderwijs heeft tenslotte de taak om van de niet-weter een wel-weter te maken. De staat van niet-weten wordt op school niet gedefinieerd in termen wat iemand niet weet, maar in termen van wat iemand wel weet. En daarop wordt aansluiting gezocht. Leer iemand niet wat 10 kwadraat is als hij nog niet kan vermenigvuldigen. Leer iemand niet te schrijven als hij niet kan spellen. Zo ontzettend simpel. Maar als het gaat om de regels, subsidiemogelijkheden, normen en waarden of om software, dan vergeten we deze simpele regel.

De meeste informatie die overheden en software-ontwikkelaars aanbieden, beginnen bij wat zij zelf wel weten: zij begrijpen het systeem. Vervolgens proberen ze het systeem begrijpelijk te maken voor de ander. Daar gaat het echter vaak fout. Ze beginnen bij het schrijven zonder te kijken of iemand kan spellen. Met de huidige gebruikershandleidingen voor software, of met de folders voor burgers, bereik je enkel die mensen die het systeem al begrijpen. Voor alle anderen kan je schrijven wat je wilt - zolang je begint bij wat jezelf weet in plaats van bij wat de ander weet, praat je tegen dovemansoren. Iedere docent kan je dat vertellen.

Wat het onderwijs ons niet kan leren


Toen ik bovenstaande paragrafen opschreef, dacht ik de logische eindconclusie bereikt te hebben en wijdde mij aan de voorbereidingen van het kerstmaal. Maar het artikel gaf de hele avond een onbevredigend gevoel. Ik had in het geheel niet het idee de puzzel gekraakt te hebben. Een puzzel die nog steeds draait om de vraag: hoe beschrijf je een niet-weter als je niet in termen van het weten wilt praten?

Vanochtend realiseerde ik me iets, dat de lezer wellicht al veel eerder had geconcludeerd: Het onderwijs sluit wel aan op de niet-weter, maar heeft tegelijkertijd zijn eindtermen gedefinieerd in termen van het weten. Het hele onderwijstraject is daarmee geplaveid met de belofte van het wel-weten. De niet-weter in het onderwijs is dus precies dat: iemand die nog niet weet wat de docent wel weet. Het onderwijs kan de software-aanbieder en de overheid wel leren dat beginnen te vertellen wat jezelf weet, niet de juiste manier is om de ander iets te leren. Maar ze lost niet de paradox van onwetendheid op.

Niet-wetend of vraagloos?


Wie iets weet, heeft een antwoord op een vraag. "Weet je hoe je dat doet?" "Weet je waar dat staat?" Weet je of dat klopt?" Een niet-weter is daarmee iemand die het antwoord niet heeft. Vandaar dat we geneigd zijn meer informatie zijn kant op sturen. Maar een niet-weter kan ook iemand zijn die de vraag gewoon niet heeft. In dat geval kan je wel informatie zijn kant op sturen, maar zonder de bijbehorende vraag valt die informatie in een zwart gat. Marketeers begrijpen deze dynamiek al lang: creëer een vraag en je hebt een afzetmarkt voor je product. En ook het onderwijs schept zijn eigen vraag. Leerlingen willen succesvol zijn in het leven. Om succesvol te zijn heb je een diploma nodig. Scholen helpen je aan een diploma. Niet-weten is, zo realiseer ik mij langzamerhand, een veelkoppig monster dat ten minste vier verschillende betekenissen verhult. Als iemand zegt iets niet te weten dan:



  • kan het zijn dat de informatie inderdaad niet bij hem bekend is;

  • kan de aanwezige informatie niet aansluiten op wat hij weet;

  • kan de vraag ontbreken waarop het weten het antwoord is.


Een vierde mogelijkheid, die fundamenteel afwijkt van de andere drie, maar waarmee wel rekening gehouden dient te worden, is dat het weten niet als zodanig geaccepteerd wordt door de ander. De Jehova-getuige weet, maar dat is een weten dat niet gedeeld wordt door katholieken, moslims en atheïsten. De kapitalist weet, maar ook dat is een weten dat niet met strategieën voor de eerste drie vormen van niet-weten verspreid kan worden.

De paradox van onwetendheid is waarschijnlijk uiteindelijk vooral een schijnbare paradox, die verklaard kan worden met de verschillende mechanismen achter onwetendheid.

Heidenen, onwetenden, niet-weters en vraaglozen


Resteert de vraag: hoe noem je een niet-wetende zonder vanuit het wel-weten te redeneren? Wil je een niet-wetende niet benaderen als iemand met een gebrek aan weten, maar als daadwerkelijk 'de ander', dan zou een term uit het religieuze domein soelaas kunnen bieden: de heiden. Deze term refereerde oorspronkelijk aan mensen van de heide, mensen met andere behoeften en waarden dan de christenen, die voornamelijk in de stad leefden. Voordeel van de term 'heiden' is dat de vraag: "hoe bereiken we de heiden", niet vanzelfsprekend leidt tot een enkel eenduidig antwoord. Een heiden bereik je door aan te sluiten op zijn kennis, zijn context. In deze tijd hoef je maar om een blik om je heen te werpen, om te zien waartoe dat kan leiden. Onze kerstboom, ons hele kerstfeest getuigt van de brug die geslagen is tussen andere geloven en het christendom.

Moeten we iedere niet-wetende voortaan een heiden noemen? Nee, daarvoor is het begrip 'heiden' uiteindelijk te beladen en te religieus. Daarom een genuanceerder voorstel, waarbij we een onderscheid maken, gebaseerd op de mechanismen van onwetendheid. Niet-weters komen in verschillende smaken.



  • Als het inderdaad een gebrek aan informatie is, dan is er niets mis mee om hem vanuit het wel-weten te benoemen. Dus: een niet-weter.

  • Als hij wel wil weten, maar de informatie geen context kan geven, is het een onwetende, die je kunt bereiken door aan te sluiten op wat hij wel weet.

  • In onze ervaring is echter in de meeste gevallen de niet-weter iemand die geen sterke behoefte heeft om te weten en de context ontbeert om moeiteloos over te stappen naar de wel-weters. In onze ervaring is de hardnekkige niet-weter uiteindelijk dus meestal een vraagloze.

Geplaatst in  | geen reacties | geen trackbacks

Conversations op Eday 2009

Geplaatst door Rene Jansen Sun, 20 Sep 2009 20:33:00 GMT

Op e-day is het elk jaar weer een feest van leuke ontmoetingen en goede gesprekken. Om deze goede gesprekken te stimuleren had Emerce dit jaar op #eday09 een speciale "green room" ingericht met als thema "Conversations", om in kleine setting wat dieper in te kunnen gaan op de betekenis van social media voor organisaties. Ik had de eer om met een drietal ervaren social media mensen diepgaand in gesprek te mogen gaan over de vraag hoe zij intern in hun organisatie omgaan met het tot leven brengen van sociale media.


Want als individu enthousiast aan de slag gaan met twitter, facebook of een blog is eenvoudig. Maar hoe krijg je de social media motor in een bestaande corporate organisatie aan het draaien? En hoe ga je daarbij om met de tegenstrijdigheid tussen de eigenheid van sociale mediaprojecten (openheid, snelheid en vergevingsgezind) versus de gewoontes en procedures binnen een corporate organisatie (gesloten, hierarchisch en onberispelijk)? En zijn er een soort van "universele" werkzame mechanismen van sociale media te benoemen die rond alledrie de organisaties spelen?


Mijn eerste gast was Laurens Aandewiel. Na 8 jaar bij de lokale Rabobank in Katwijk te hebben gewerkt, werkt hij nu twee jaar als intranetmanager bij Rabobank Nederland. Ik zelf ken de Rabobank nog uit de tijd dat ik net bij Bortiboll Communciations begon, halverwege jaren '90, en we een "Interactieve Rabo Top 40 Muziekzuil" hadden ontwikkeld. Ik heb toen mijn eerste ervaringen met usability tests op mogen doen in het Rabobank Usability centrum dat ze toen al hadden. Maar dat geheel terzijde... Sindsdien, zo leerde ik onlangs op een interne Rabobank masterclass waar ik samen met Marco Derksen een bijdrage mocht leveren, heeft de Rabobank erg veel uiteenlopende pilots met social projecten uitgevoerd, zowel intern als extern. Vandaar dat ik hen als gast had uitgenodigd, en Laurens vroeg: wat zijn nou vooral jullie ervaringen intern?


Voor de bank blijkt het goed te werken om een onderscheid te maken tussen "goedgekeurde" informatie en zich nog vormende ideeën. Op het intranet mag alleen "goedgekeurde" informatie gepubliceerd worden door "dossierhouders". Toch gaat het hier niet alleen om corporate informatie. Iedereen die bij de lokale banken interessante informatie maakt die hij graag wil delen, zoals een lokaal sponsorplan of klantevenement, kan deze aanbieden aan de dossierhouders als het zinnig lijkt deze te verspreiden naar een brede doelgroep. In aanvulling op dit intranet zijn er uiteenlopende social media initiatieven, die vooral gericht zijn op meningsvorming en interne crowdsourcing. De belangrijkste waarde van social media die Laurens benoemt is dat social media feedback uit alle hoeken van de organisatie mogelijk maakt, en zichtbaar maakt wat er bij eenieder aan vragen of ideeën leeft.


Mijn tweede gast was Maarten Doornik, e-Business manager bij Allianz. Maarten werkte hiervoor bij Cap Gemini en was onder andere betrokken bij de conceptontwikkeling van Flametree van ABN-AMRO. Een belangrijk leerpunt uit het Flametree project was voor Maarten dat het heel lastig is om online een groep te vormen als die er niet in de fysieke wereld al is. Bij Allianz kon Maarten zijn opgedane social media ervaring goed inzetten. Zo ving hij op een goede dag bij de koffie-automaat toevallig een gesprek op tussen een salesmanager en een marketingmanager die bezig waren met een opleidingsprogramma voor een groep financiële adviseurs, die in het huidige financieel economische klimaat graag op een andere manier willen adviseren. Allianz heeft hiervoor het "Pure Life" concept geïntroduceerd. Bij de koffieautomaat ging het over de vraag: hoe kunnen we deze tussenpersonen ook buiten de cursus met elkaar en met ons blijven verbinden? Maarten schraapte zijn keel en stelde voor hiervoor met social media aan de slag te gaan.


Ondertussen is er een Allianz Kenniscafé opgezet, waarin financiële adviseurs met elkaar en met Allianz in gesprek zijn, zowel als onderdeel van het opleidingsprogramma als daarbuiten. Een belangrijke succesfactor die Maarten benoemde is dat er al een groep is, die elkaar eerst in de fysieke wereld heeft leren kennen, en dat social media de ontmoetingsplaats is die tussen de fysieke ontmoetingen door zijn waarde bewijst. Maarten stelt dat het Allianz Kenniscafé voor B2B marketing heel interessant blijkt, omdat het duidelijk maakt dat je je contacten serieus neemt, echt naar hen wilt luisteren en hen oprechte aandacht geeft.


Mijn derde en laatste gast was Davied van Berlo, vooral bekend als initiatiefnemer van Ambtenaar 2.0. Met Davied werd het bijna een filosofisch gesprek hoe we dankzij sociale media op een andere manier onze samenleving kunnen inrichten. Davied oreerde dat een van de belangrijkste waarden van sociale media is dat je het potentieel aan kennis, ervaring en creativiteit dat in een groep aanwezig is, in kunt zetten om vragen te beantwoorden en problemen het hoofd te bieden. In de gewone wereld zijn er al allerlei te verwachten netwerken zoals "het projectleidersoverleg". Een netwerk als Ambtenaar 2.0 helpt vooral om onverwachte verbindingen te leggen.


Een van mijn belangrijkste vragen aan Davied was hoe je in een logge, bureaucratische en niet voor niets zo georganiseerde organisatie als de overheid, toch stappen voorwaarts kunt zetten met social media. Davied zijn aanpak is om stap voor stap alle taken en activiteiten van de overheid onder de loupe te nemen, en acties te benoemen waarover iemand op hoog niveau daadwerkelijk een beslissing kan nemen. Zo kun je in kleine stappen toch verandering krijgen, zonder in een keer het hele systeem te moeten omgooien. Interessante opmerking in de kantlijn was dat innovatie volgens Davied vooral moet komen uit de combinatie van "de gewone Ambtenaar", die via social media een onderwerp tot leven kan brengen (micro-mobilisatie) waardoor het uiteindelijk groot genoeg wordt om op de agenda van de top te komen. De top zal dan wel de beslissingen moeten nemen. Het middenkader is helaas de gebeten hond voor innovaties volgens Davied: door de focus op KPI's, te drukke operationele agenda's en de beperkte invloed om beslissingen over echte veranderingen te nemen hebben zij nauwelijks kracht om innovatie op gang te brengen.


Een van de leukste ervaringen van de dag was wel dat toen het officiële gesprek met Davied afgelopen was, een man of 15 nog lang geen genoeg had van de discussie en we zonder microfoons, wat dichter bij elkaar zijn gaan zitten om het gesprek nog verder voort te zetten.


Mijn belangrijkste observaties uit de drie gesprekken:



  • Social media maakt gesprekken zichtbaar die toch al gevoerd werden (Foot printing), doe daar je voordeel mee;

  • Groepen vormen met Social media is lastig, groepen ondersteunen werkt erg goed;

  • Social media heeft grote potentie voor B2B, aangezien je oprechte aandacht kunt geven aan een grotere groep mensen;

  • Via social media kun je onverwachte contacten en verbindingen leggen waardoor je het potentieel aan kennis, ervaring en creativiteit dat in een groep aanwezig is, in kunt zetten om vragen te beantwoorden en problemen het hoofd te bieden.


 

Geplaatst in  | geen reacties

Hey, ken ik jou niet ergens van?

Geplaatst door Rene Jansen Wed, 15 Jul 2009 09:33:00 GMT

De foutste openingszin in een cafe is natuurlijk "hé, ken ik jou niet ergens van?", op de voet gevolgd door "kom je hier vaker?" en "wil je wat van me drinken?". Kans groot dat de aangesprokene beetje beledigd terugkijkt en de vraagsteller met een blik ver onder nul weer terug zijn schulp in stuurt. Maar hoe werkt dat nu online, een gesprek aanknopen?


Ik kreeg over dit onderwerp een interessant mailtje van Ineke, die schreef: "Je hebt inderdaad gelijk dat je, als je een bepaalde interesse o.i.d. deelt, je sneller in contact komt. Wat mij opvalt is dat het in het kenniscafé net zo moeilijk of wellicht nog moeilijker is om contact te maken met vreemden als in een echt café. Dat wil zeggen: assertiviteit is in de digitale wereld net zo belangrijk als in de ‘echte’ wereld. Is wel een goed onderwerp voor een psychologisch onderzoek: het menselijk gedrag in de digitale wereld. Toen ik net in het kenniscafé kwam heb ik 2x een kronkel geplaatst maar ik vond het effect wat ik hiermee bereikte niet echt stimulerend en ben daar weer mee gestopt. Het is alsof je iets in een groep ‘roept’ tegen niemand in het bijzonder en je komt bij niemand ‘binnen’. Ik neem ook deel aan een paar ning groepen, ook daar merk ik dat het heel moeilijk is om een levendige site te hebben en te houden."


Interessante observatie, en voer voor een blogpost dacht ik zo!


In het werkelijke leven gebruiken we bijna altijd ijsbrekers om met een onbekende het gesprek aan te knopen. De ijsbreker is vaak iets wat we gemeenschappelijk (denken te) hebben (Mark schreef hier ooit zijn legendarische "gaatjes in het plafond" blogpost over - leuke observatie trouwens: googelen op gaatjes in het platfond brengt je gelijk naar deze blogpost). Gister op een terras zag ik bijvoorbeeld een vijftiger het gesprek openen met een leuk blondje van dertig, door haar te vertellen dat hij "net zo'n Jack Russeltje had" als zij op schoot had zitten (zonder veel succes overigens, Joey van Friends zou zeggen dat zij een 9 was, en hij maar een 6). Een andere ijsbreker is een gemeenschappelijke ervaring in het hier en nu "pff, die bus laat weer lang op zich wachten" of "wat vond je net van de presentatie, weinig nieuws he?"


Vervolgens proberen mensen zich een houding te geven, uitgebreid over zichzelf te vertellen, geïnteresseerd vragen te stellen of bijvoorbeeld steeds aansluiting te zoeken bij wat de ander zegt.


En wat zie ik mensen van onze Winkwaves Kenniscafé's doen? Als ijsbreker fungeren veelal de bijdragen die zijn geleverd. En inderdaad zie je op bijvoorbeeld Plein66 een enorme bereidheid te reageren op elkaars bijdragen (zie ook op D66.nl). Vanuit de inhoudelijke reacties komen vervolgens de meer persoonlijke interacties, waarbij bijvoorbeeld gevraagd wordt naar de resultaten van het examen. Maar ook in deze omgeving start het met de bereidheid met elkaar kennis te maken, een bereidheid die niet in alle cafés aanwezig is. Inderdaad heeft Ineke dus een punt. Mensen die elkaar weinig te vertellen hebben, raken niet snel in gesprek, tenzij ze inderdaad ook onine de assertiviteit ten toon spreiden van de cafébezoeker met 'Ken ik jou niet ergens van?'

Geplaatst in  | Tags , ,  | één reactie

Wat je tweet ben je zelf

Geplaatst door Rene Jansen Sun, 31 May 2009 11:33:00 GMT

Gisteravond discussieerden de Europse lijsttrekkers via Twitter in het eerste Twitter Verkiezingsdebat. Omdat we bij Winkwaves natuurlijk zo onze ideeën hebben over hoe je online gesprekken op gang brengt heb ik me met veel interesse ook in het discussiegeweld gemengd.


Wat me in het gesprek allereerst opviel is dat ik al na het lezen van 2 of 3 tweets een heel duidelijk beeld van iemand vorm, zoiets als "de eerste indruk" die je in de fysieke wereld in een flits hebt. Aangezien ik de deelnemers in het debat niet als persoon ken heb ik geen idee of mijn beeld ook maar een beetje klopt, maar laat ik eens een paar voorbeelden noemen.


Hans van Baalen van de VVD zijn eerste tweet is bijvoorbeeld "Hè, hè. Wat een techniek. Ik ben online." gevolgd door tweets als "Het Rotterdamsch Studenten Corps was als vanouds!" en "Leiden was en is de mooiste studentenstad.". Inhoudelijk zijn zijn bijdrages redelijk op de man "Berman heeft niet gereageerd want die is subsidies aan het uitdelen van uw belastinggeld".


Judith Sargentini van GroenLinks weet in 140 karakters zowel heldere statements te maken als het gesprek te voeren: "dankzij GL verbod op honden en kattenbont en testen op dieren. uw visie is eigen dieren eerst. daar zijn wij 't niet mee eens @noerlemans" waarmee ze zowel samenvat waar GroenLinks voor staat, als op dit punt het debat zoekt met @noerlemans van de partij voor de dieren.


Sophie in 't Veld van D66, die gister ook werd verkozen tot "Webpoliticus van het jaar" toont zich ook een ervaren twitteraarster met een duidelijke combinatie van persoonlijke profilering, standpunten helder neerzetten én het gesprek aangaan, met tweets als "Eur Liberale fractie: VOOR Verdrag Lissabon, VOOR uitbreiding, VOOR vrij verkeer werknemers, TEGEN Gitmo, TEGEN doodstraf. Van Baalen?". Ook gaf Sophie inhoudelijke reaties op tweets die van buiten kwamen. Zelf had ik (een beetje als test) bijvoorbeeld ook een tweet naar *@twdebat" gestuurd, waar Sophie met twee heldere tweets op reageerde.


Bij Winkwaves zeggen we altijd dat er bij sociale media eigenlijk geen verschil is tussen de fysieke wereld en de online wereld. Dat wat mensen in de online wereld doen hetzelfde is als wat ze in fysieke wereld doen. Kijkend naar de tweets van de Europese lijsttrekkers denk ik dat dat ook hier bleek te gelden: de beelden die de Europese lijsttrekkers in hun tweets oproepen komen redelijk overeen met de beelden die ze in de fysieke wereld en via andere kanalen oproepen.


Tot zover zou ik dan ook de tussenconclusie willen trekken dat het twitterdebat geslaagd is: zonder me in verkiezingsprogramma's te hoeven storten denk ik een redelijk beeld gekregen te hebben van waar iedereen voor staat en heb ik mijn voorkeuren kunnen benoemen.


Als ik echter kijk naar hoe het debat zelf verliep, dan kunnen we veel leren over de kracht en beperkingen van communicatiemedia als Twitter. De kern van Twitter is dat het een "many to many" communicatiemedium is: iedereen gooit zijn berichtje in de lucht en wie wil luisteren of reageren kan dat doen. Vogels zijn hier biologisch op ingesteld en voor hen werkt dit heel OK. Een vogel twittert gewoon de wereld in "er is hier brood, er is hier brood", en als je honger hebt dan reageer je en kom je mee-eten en anders vlieg je vrolijk door. Wij mensen zijn echter in de fysieke wereld alleen maar gewend om 1-op-1 te praten of om als groep te luisteren naar iemand op de zeepkist. Als iedereen in de fysieke wereld met een luidsprekertje tegelijkertijd roept wat hij vindt, wordt het totale communciatiechaos. Dat gebeurde gister in het twitterdebat ook een beetje. Je zag mensen serieuze vragen stellen, direct gericht aan de lijsttrekkers (zoals ik deed) waar vervolgens netjes op gereageerd werd. Maar ook zag je veel mensen gewoon statements maken, waaromheen dan ook helemaal geen gesprek op gang kwam. En je zag individuele mensen om aandacht roepen, een beetje zoals een handtekeningenjagende fan bij een premiere van de nieuwe film met Angelina Jolie over het hekje heenhangend steeds harder "Angelina, Angelina!" blijft roepen. In veel tweets zag ik dan ook wat teleurstelling aan het eind van het debat, of, zoals iemand het in een tweet het na afloop samenvatte: "1e Twitterdebat interessant experiment, maar format mag nog bijgeschaafd worden...." waar ik vooral de puntjes aan het eind van de zin tekenend vind...


Waarmee we voor mij eigenlijk op de kern van de werkzame kracht van Twitter terechtkomen. Twitter werkt erg goed als nieuwsmedium, om korte, feitelijke berichten en verwijzingen snel te verspreiden. Twitter werkt ook erg goed om een gevoel van verbondenheid te creëren, doordat de onderlinge berichtjes een continue heartbeat van de onderlinge relatie in leven houden. Twitter werkt verder prima als profileringsmiddel, met heldere korte statements kun je jezelf net zo goed profileren als je met een korte live introductie of een interviewflits op TV kunt (alleen met een ander bereik natuurlijk). Waarmee Twitter een prima medium is voor politici om zichzelf neer te zetten en de afstand met de burger te verkleinen.


Maar je voelt de maar al aankomen, Twitter blijkt niet te werken voor een echt goed gesprek, waarin je met elkaar een onderbouwd gesprek kunt voeren, reflecteert, van elkaar leert, en in het gesprek echt verder komt. En dat valt eenvoudig uit te leggen aan de hand van wat mijn oude docent Workshoptechnieken mij heeft geleerd (dank nogmaals voor die wijsheid, @Tommes Snels!), namelijk dat je in een gesprek als facilitator altijd moet zorgen voor een gemeenschappelijke framing van waarover je met elkaar praat. Dat je een foto of flipover ophangt waarover je in gesprek gaat, en je de gemeenschappelijke beelden omheen samenvat. Deze framing kun je bij Twitter op hoofdlijnen oplossen met een #hashtag, maar dat werkt onvoldoende voor echte stroomlijning van het gesprek.


En zoals wij altijd roepen dat je voor een community een "voetbal" moet hebben waaromheen de community zich kan vormen, zo moet je op kleiner niveau in een gesprek ook steeds een centraal frame hebben. Bij het twitterdebat probeerde de radio1 redactie dit te doen door een aantal stellingen neer te leggen, maar omdat het many-to-many twitter "er is hier brood, er is hier brood" gewoon door ging, was het niet altijd even makkelijk te volgen. En opeens realiseer ik me weer de kracht van het Winkwaves Kenniscafe, dat bijvoorbeeld bij D66 als Plein66 in gebruik is. Omdat we daar het gesprek continu vormen rond specifieke documenten, links of nieuwsberichten, en daarnaast toch ook met de shoutbox een "snelle snack voor persoonlijk contact" aanbieden, lijken de gesprekken op Plein66 veel constructiever dan wat we gister in het debat op twitter zagen.


Waarbij ik gister wel de kracht ervoer van de beperking van 140 characters, omdat mensen heel snel to the point kwamen. Moeten we dan voor bijdrages en reacties in het Winkwaves Kenniscafé misschien ook een maximum aantal characters invoeren (bijvoorbeeld 1400, dat is tien Tweets, en dat blijkt voldoende om een heel verkiezingsprogramma in samen te vatten) om mensen te dwingen zich te focussen op wat ze écht willen zeggen en inbrengen? Interessant denkvoer voor deze zonnige zondagmiddag...

Geplaatst in  | Tags , ,  | geen reacties

Het roer om voor Hyves en Facebook?

Geplaatst door Rene Jansen Mon, 30 Mar 2009 16:35:00 GMT

Eens per jaar mag ik als visiting professor afreizen naar Kuala Lumpur om les te geven op de University Malaya. Een waar snoepreisje. Niet alleen word ik lekker in de watten gelegd in een prachtig 5 sterren hotel, kan ik voor nog geen 10 euro fantastisch Japans eten inclusief lekkere Sake, maar bovenal is het een feest om met een groep gemotiveerde internationale masterstudenten te werken, die grotendeels uit alle uithoeken van Azie en deels uit Europa komen.

Dit keer heb ik met de groep onderzoek gedaan naar de vraag: moet je als marketeer nou een niche community faciliteren op een groot publiek sociaal netwerk als Hyves of Facebook, of is het slimmer om een eigen, gefocusd sociaal netwerk te starten?

De studenten kwamen met een drietal cases:


  • Bewust bewegen community

    De Maleisische overheid wil graag wat doen aan de gezondheid van de bevolking, en is daarom in steeds meer openbare stadsparken sportinstrumenten aan het neerzetten, zodat ook mensen die geen sportschool kunnen betalen getriggerd worden om toch in beweging te komen en aan hun lijn, conditie en daarmee hun gezondheid te werken. Kan een sociaal netwerk helpen om mensen eventueel gradueel over hun angst te helpen om ook in het park te gaan sporten?

    De conclusie was dat Facebook niet geschikt is, omdat alles wat je op Facebook doet gekoppeld is aan je Facebook profiel. En aangezien dit een schaamte-onderwerp is, zouden de mensen liever starten met een veel anoniemer profiel dat ze specifiek voor deze context kunnen inzetten en waar ze gradueel iets meer van zichzelf bloot kunnen geven, ofwel, een voorkeur voor een specifiek niche-netwerk.

  • Indy music community

    Een groep indonesische studenten besprak de Indy Music scene: muzikanten die zich niet wil overgeven aan de mores van de grote maatschappijen, maar zelfstandig hun eigen koers willen blijven uitstippelen. Maar dat betekent niet dat ze geen interesse hebben in fans, marketing van zichzelf en geld verdienen. Kan een sociaal netwerk helpen om nieuwe fans te interesseren en bestaande fans te binden en te enthousiasmeren om als ambassadeur op te trekken?

    De conclusie was dat voor deze vraag een sociaal netwerk dat gefocusd is op muziek (en eventueel zelfs op het deelgebied van deze alternatieve muziek scene) beter zal werken dan een algemene Facebook groep, omdat mensen in een specifieke context van muziek meer openstaan voor het exploreren van nieuwe bands dan als ze in brede zin met een algemene sociale netwerksite bezig zijn, die meer over hun vrienden en relaties gaat dan over muziek. Een soort SellaBand of LastFM lijkt beter geschikt.

  • Alumni community

    Veel scholen (maar ook bedrijven) willen graag meer contacten onderhouden met hun afgestudeerden of ex-werknemers. Welk netwerk is de beste drager voor de verbindende energie tussen net gestartte studenten of werknemers, bestaande, en alumni?

    De conclusie was dat het eigen intranet hier niet zo geschikt voor is, omdat je dan je intranet (deels) open moet zetten, waardoor het gevoel van veiligheid, beslotenheid en vertrouwdheid dat bestaande studenten of medewerkers met het intranet hebben vermindert. Een (al dan niet besloten) groep op een publiek sociaal netwerk zou kunnen werken, maar lijkt onvoldoende in staat om de relatief dunne binding die er - vooral tussen de alumni en de huidige mensen - is te versterken en constructieve gesprekken op gang te brengen. Een heldere context (wat doen we hier) op een specifiek sociaal netwerk (iedereen die verbonden is of was) en ondersteund met goed gastheerschap en wat redactionele ondersteuning (bijv. door middels interviews de gemeenschappelijkheid te illustreren) lijkt de levensvatbaarste weg, omdat iedereen dan vanuit een heldere rolopvatting zijn bijdrages doet.
Hoewel N=3 natuurlijk geen representatief onderzoek is, zet dit me wel aan het denken. Het lijkt namelijk aan te sluiten op meerdere onderzoeken van de laatste tijd. Zo is door de gemeente Nijmegen een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om Hyves in te zetten om het omgaan met geld en het jezelf niet (teveel) in de schulden steken als onderwerp bespreekbaar te maken bij jongeren. Ook hier blijkt dat Hyves prima werkt om traffic, ofwel, aandacht te vragen voor dit onderwerp, maar dat jongeren over dit onderwerp nauwelijks in gesprek gaan in de daarvoor speciaal ingerichte Hyve.

Als we dit vergelijken met de (eigenlijk helaas heel erg) intensieve participatie op de site die de rijksoverheid specifiek rond dit thema heeft neergezet om het onderwerp huiselijk geweld bespreekbaar te maken, dan wordt het patroon dat de studenten in Kuala Lumpur schetsten verder voortgezet.

Het meer denken in niche-communities sluit ook mooi aan op het Winkwaves verhaal over "de voetbal" (ook wel: het social object genoemd), dat elke community een bindend element of energie nodig heeft waaromheen ieder, vanuit zijn individuele rolopvatting, een rol kan gaan spelen. Bij een relatief algemeen sociaal netwerk als Hyves of Facebook ben ik veelal vanuit mijn privé-rol actief. De andere aspecten van mijn identiteit zul je op die algemene sociale netwerken nauwelijks terugzien, die komen alleen naar voren in de gefocusde niche-communities, waar ik een duidelijk rol rond het "voetbalspel" kan hebben.

Met het toevoegen van het belang van "de voetbal" om de rolopvatting te sturen, kan het wat tegenvallende resultaat van een besloten niche-community rond de toekomst van de randstad (een initiatief van VROM) verklaard worden: hier is geen duidelijke voetbal, de niche is niet klein genoeg, waardoor uiteindelijk de participanten of niet echt actief worden of vanuit een "not in my backyard" prive rolopvatting gaan meedoen.

Samenvattend vormt zich bij mij het beeld dat de publieke sociale netwerken een prima drager voor Buzz-marketing kunnen zijn, het mobiliseren van aandacht (en dus traffic) binnen vrienden- of relatiegroepen, maar dat serieuzere gesprekken en echte kennisdeling pas tot leven komen binnen de heldere context van een niche-community. Hetgeen dus eigenlijk betekent dat als Facebook en Hyves ook op dat gebied willen groeien, zij het roer flink om moeten gooien, omdat het risico anders is dat zij, in combinatie met een trend van "defriending", langzaam zullen verworden tot een algemene profielensite waar mensen steeds minder van zichzelf laten zien, en waar het dus ook steeds minder leuk is om mee te doen...

Geplaatst in  | Tags , , ,  | 4 reacties

De voetbal in een Winkwaves Kenniscafé - op zoek naar objecten om over te praten.

Geplaatst door Mark Schoondorp Sun, 22 Feb 2009 17:06:00 GMT

In object-centered sociality (en in de verhalen die wij vertellen), is de aanname (of moet ik zeggen: het axioma) dat mensen samenkomen rond ‘iets’, een object. Een voetbal, een speeltuin, een hond (niet tegenstaande de briljante titel van de cd van Roosbeef, “Ze willen wel je hond wel aaien, maar niet met je praten”) — objecten verbinden mensen.

Maar eigenlijk al sinds de lancering van Winkwaves Kenniscafé vraag ik me af wat nu precies het object is waaromheen een kenniscafé is opgebouwd. Als ik functioneel kijk, zeg ik gespreksonderwerpen (in de vorm van kronkels). Een antwoord dat nogal goedkoop aanvoelt - een gespreksonderwerp is precies dat wat een object moet bieden. Dus we hebben als centraal onderwerp op een kenniscafé een gespreksonderwerp... tja, niemand die me ongelijk kan geven, maar het gaat niet om gelijk of ongelijk. Vanuit het gedachtegoed van object-centered sociality wil ik juist begrijpen welk onderwerp mensen bindt in een kenniscafé.

Het antwoord ‘Kennis’ lijkt een minstens zo doodlopende weg in te leiden. Want wat is kennis? En hoe definieer ik dat als object van sociality, als ik het geloof in de objectiviteit van kennis verwerp? Bij iets als Wikipedia zou je nog kunnen zeggen dat het onderwerp wat ons bindt precies dat is wat we (denken) te weten. Maar een kenniscafé mist deze focus op 1 ding. We voegen kronkels toe zonder er per sé over in gesprek te willen met anderen. Sterker nog, we voegen kronkels toe zonder dat we verwachten dat ze allemaal gelezen worden. Waarmee je bijna zou gaan twijfelen aan het sociale gehalte van een kenniscafé. Maar gelukkig zijn er ervaringen van mezelf (en van vele anderen), die wel degelijk het sociale karakter van een kenniscafé onderschrijven.


Uit mijn eigen ervaring als bezoeker (niet als ontwerper of regisseur!) van kenniscafé.com, het open intranet van Winkwaves, kan ik 3 contexten benoemen waarin de natuurlijke neiging om groepen te vormen, inderdaad bij mij wordt aangesproken. Ik vind het prettig om met mijn collega's dingen te kunnen delen in een omgeving waarin ik de mogelijkheid heb de status, mijn verhaal, rond de dingen toe te voegen en daar reacties van anderen op te krijgen. Als ik een presentatie toevoeg, kan ik eenvoudig mijn verhaal en mijn opmerkingen erbij plaatsen. Een andere motivatie heb ik binnen de tweede context: de besloten kring met mijn gezin. Deze kring is de plek om suggesties voor vakanties, tentoonstellingen en recepten met elkaar te delen. En tot slot is er nog de (wederom besloten) kring van De Maatschap, een denktank waarin wetenschappers en andere creatieve denkers zich buigen over het fenomeen sociality. Deze kring is voor mij de plek om gezamenlijk ons denken verder te scherpen, de plek waar ik ideeën kan neerleggen voor discussie.

Andere kringen waarvan ik lid ben, weten mij nauwelijks te raken in mijn ‘natuurlijke neiging tot groepsvorming’. De Designklup is vooral een handig ordeningsmechanisme, met de mensen in Enterprise2.0 voel ik mij niet verbonden en hetzelfde geldt voor de Boekenkring - het is niet dat de mensen me niet interesseren, maar ik heb niet het idee dat we iets werkelijk delen – als we dezelfde interesse in een domein delen, betekent dat nog niet dat ik erover in gesprek wil met jou.


Werk als centraal object


Vanuit deze observatie kwam ik laatst, op de motor ter hoogte van de Beneluxtunnel, tot het verrassende inzicht dat er een overkoepelende theorie te formuleren is vanuit mijn drie contexten, al betreft er een mijn collega's, een mijn gezin en een derde een (oneerbiedig gezegd) hobby: in alle drie de gevallen voel ik mezelf nauw betrokken bij het onderwerp en de mensen, en heb ik tevens het gevoel dat de anderen deze zelfde betrokkenheid hebben. Als ik vervolgens kijk naar de belangrijkste omgeving waarin Winkwaves Kenniscafés ingezet worden, bij bedrijven, heb ik eindelijk een theorie over wat het object van een Winkwaves Kenniscafé kan zijn, een object dat abstracter is dan een voetbal, zoals een café in de binnenstad ook niet als object de consumptie heeft. Volgens mij is in veel kenniscafés het centrale object dat mensen bindt simpelweg WERK.


Veel mensen beleven plezier aan hun werk, zijn gemotiveerd en willen graag iets bereiken. En dat brengen zij niet alleen zelf mee, iedere ochtend dat ze naar hun werk gaan, ze verwachten ook dat anderen dat meenemen. Waarmee het werk precies die mengvorm biedt van eigen betrokkenheid en betrokkenheid van anderen, waardoor het als object om mensen samen te brengen in groepen, goed zou kunnen werken.

Het WERK als centraal object – daar zullen we bij toekomstige inrichtingen meer rekening mee gaan houden. Het betekent bijvoorbeeld dat bezoekers van het kenniscafé ook het werk moeten herkennen als leidend principe achter de interactie. Het heeft zo weinig zin tenslotte om een voetbal mee te nemen als niemand doorheeft dat het een uitnodiging tot gezamenlijke interactie is.

Hoe we het werk herkenbaar kunnen maken, is voor mij op dit moment nog een vraag. Suggesties zijn welkom.

Geplaatst in  | 2 reacties | geen trackbacks

Kennismanagement ofwel de kunst van vervanging (de derde pijler)

Geplaatst door Mark Schoondorp Mon, 29 Sep 2008 07:07:00 GMT

Het grootste nadeel van kennis is niet dat het de gevestigde orde bedreigt, zoals tirannen denken. Of dat het zo snel veroudert, zoals de huidige generatie denkt. Nee, het grootste nadeel van kennis is dat je het niet bij de slager kunt kopen. Kennis is ongrijpbaar, onzichtbaar en staat altijd ter discussie, waarmee het grote overeenkomsten vertoont met zoiets vaags als 'de menselijke ziel'. Een systeem voor kennisdeling is dan ook, op zijn zachtst gezegd, best een gewaagde onderneming. Toch is kennisdeling, naast social networking en gesprekken, de derde pijler onder Winkwaves Kenniscafé. Dit is het laatste artikel in een reeks van drie over de fundering onder Winkwaves Kenniscafé.


Iedere organisatie heeft, met de vergrijzing en de veranderde arbeidsmoraal, te kampen met een fors verloop van personeel. Als antwoord op deze trend besloot veel management, als in een natuurlijke reflex, om te trachten de kennis los te koppelen van mensen en met behulp van ISO normeringen, dikke handboeken en omvangrijke databases procedures en feiten te boekstaven.

Voor organisaties die opereren in de kenniseconomie en hun geld verdienen met dienstverlening, heeft deze opzet van kennismanagement in weinig geresulteerd. De waarde namelijk van kennismanagement in een dergelijke omgeving ligt minder in het conserveren van wat bekend is, en meer in de mate waarin kennismanagement erin slaagt de organisatie te assisteren bij het zich aanpassen aan de nieuwe omstandigheden. Kennismanagement is in wezen de kunst van de vervanging. Als de Direct Marketeer vertrokken is naar een nieuwe baan, bij wie moet ik dan nu zijn? En als wij een nieuwe medewerker hebben met specifieke ervaring, hoe zorg ik er dan voor dat anderen hem vanaf dag 1 kunnen vinden als ze hem nodig hebben?

Een goed systeem voor kennismanagement biedt een continu actuele toegang tot mensen in de organisatie die de kennis hebben waarnaar je op zoek bent.


De nieuwe medewerker


"Ik zal je even voorstellen, dit is... en hij komt" - het alom bekende rondje van de nieuwe medewerker is een vast ritueel binnen iedere organisatie, klein en groot. Maar hoever reikt het rondje? De kantoortuin? De gang? De vestiging? En wat beklijft er van deze kennismaking? Leuke stropdas, gaaf kapsel, die schoenen kunnen dus echt niet...De directe mensen om de nieuwe medewerker heen hebben na een dag al een aardig beeld van hem. Voor de anderen blijft hij lang 'de nieuwe medewerker'. Door roddels, verhalen en gezamenlijke projecten verovert hij langzaam maar zeker een plek in de organisatie. Dit gaat in een tempo dat gedicteerd wordt door geografische, hiërarchische en culturele beperkingen.

Een online omgeving waarin iemand zich niet alleen kan voorstellen, maar ook direct kan participeren, leidt tot een aanzienlijke versnelling van dit proces van integratie. Want in een dergelijke omgeving kan iemand zich sneller profileren en zo bij die mensen op het netvlies komen die behoefte hebben aan zijn expertise. Zeker als deze omgeving erop gericht is het vinden van de juiste persoon voor de juiste vraag te faciliteren, een systeem dat niet blijft hangen bij de 'oude' bekenden, maar keer op keer evalueert wie er nu de juiste persoon is. En daarbij de gesprekken die gevoerd worden, wie wat waardeert, en wie wat doet, laat meewegen. Een dergelijk systeem is Winkwaves Kenniscafé.


In Winkwaves Kenniscafé beschouwen we kennis als een optelsom van 1) wie je zegt dat je bent, 2) wat anderen van je zeggen, 3) wat je toevoegt aan de online omgeving en 4) wat anderen doen met jouw bijdragen. Op deze wijze ontstaat een mix van zeggen en doen, en van je activiteiten in de online omgeving en van je activiteiten elders. Bovendien zorgt het systeem ervoor dat iedere expert gewogen wordt in het licht van alle aanwezigen op het platform. Maar waar we in Winkwaves Stage iemand plompverloren als expert aanwezen, zonder toestemming van de persoon in kwestie, hebben we inmiddels geleerd dat mensen graag zelf controle willen houden over hun status. Dus je bent pas een expert als je er zelf mee accoord gaat. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat niet al deze regels op dit moment al live staan. Ze zijn ontworpen, en staan nu in de steigers.


Een bruisend café


In deze en de vorige twee blogposts zijn de drie pijlers van Winkwaves Kenniscafé aan bod gekomen, te weten: 



Op deze drie pijlers hebben wij een omgeving ingericht die we Winkwaves Kenniscafé hebben genoemd om het sociale karakter van de omgeving te benadrukken. Maar de ware essentie van de omgeving ligt in het gebruik dat mensen ervan maken. En inmiddels is wel duidelijk dat een online omgeving alleen zelden een groep kan creëren. Als er geen behoefte is aan groepsvorming, als er geen behoefte is aan gesprekken, als er geen behoefte is aan kennisdeling, als er geen behoefte is om samen sterker te zijn dan alleen, dan zal een Winkwaves Kenniscafé een trieste omgeving zijn, zo eentje waarin de dame op leeftijd de toog afstoft en een enkele heer op leeftijd de hele dag zoekend in de spiegel staart of er nog iemand binnenkomt, tot ook hij uiteindelijk naar buiten sloft en besluit nog liever thuis te zitten dan in deze graftombe.


 


Maar is er 1 organisatie in de wereld te vinden die niet juist begonnen is om samen sterker te zijn? Is niet juist het wezen van elke organisatie om gezamenlijk meer te bereiken dan individueel mogelijk was? En als er 1 medewerker wegvalt, om welke reden dan ook, direct de taken over te laten nemen door anderen in de organisatie? Wie het ondersteunen van een dergelijke organisatie ook serieus online wil doen, nodigen wij van harte uit kennis te maken met Winkwaves Kenniscafé en dit platform voor social networking en kennisdeling onder een eigen naam en vormgeving te introduceren op de eigen werkvloer. Want we weten inmiddels ook dat het mogelijk is om een goed florerend, bruisend café in te richten, waar 's avonds laat nog de kennis uit de luidsprekers knalt. Al blijft het probleem van kennis bestaan: ook bij ons kan je het nog steeds niet bij de slager kopen.

Geplaatst in  | Tags  | 2 reacties

Gaatjes in het plafond; het belang van een gespreksonderwerp (de tweede pijler)

Geplaatst door Mark Schoondorp Sun, 21 Sep 2008 13:41:00 GMT

Waarom vormen mensen groepen? Om te overleven. Hoe vormen mensen groepen? Door communicatie, door twee-weg-verkeer, door zenden en ontvangen, spreken en luisteren, begrijpen en begrepen worden, door afstemming van acties op elkaar. Het heeft geen zin samen te leven als je vervolgens niet aansluit op ieders talenten en daar ruimte voor biedt. Samen zijn we sterker dan alleen, maar niet als je elkaar in de weg zit. Solipsistisch staren door de ander heen biedt geen vruchtbare grond voor groepsvorming. De dialoog wel. In een eerdere blogpost is social networking als pijler onder Winkwaves Kenniscafé verkend. Ditmaal aandacht voor de tweede pijler onder ons platform voor social networking en kennisdeling: Gesprekken.


Een prachtige, naar ik meen Amerikaanse, ontdekking is de oneliner die je als openingszin meeneemt naar een feest. Probeer contact te leggen met andere feestgangers door ze de zorgvuldige geconstrueerde openingsvraag te stellen. Het voorbeeld dat mij bij dit verhaal (urban legend of werkelijk gebeurd?) verteld werd, was de inderdaad briljante openingszin: Are you by any chance half Jewish? Met een dergelijke opening start je met recht een gesprek. Maar gesprekken start je ook met oogcontact, met mensen die hetzelfde zien als jij. Zo heb ik ooit een vriend opgedaan door het tellen van de gaatjes in het plafond van een dubbeldekstrein - als ontwerper verzin je het niet, maar de werkelijke wereld maakt het mogelijk.


Kronkels als gespreksonderwerpen


De kronkels op Kenniscafé.com zijn in wezen niets anders dan objecten om met elkaar te bespreken, gespreksonderwerpen. Het meest voor de hand liggend is de mogelijkheid er een reactie bij te plaatsen, waarbij het gesprek zich voor iedereen zichtbaar afspeelt rond de kronkel zelf. Maar je kunt het onderwerp ook mailen aan een ander, waarbij het gesprek zich naar een andere context verplaatst. Of je kunt de kronkel leggen op leestafels van publieke kringen waar je lid van bent. Voor een laagdrempeliger en meer 1-op-1 contact kun je de kronkelaar bedanken - even een schouderklopje dat in het Geroezemoes van de ander belandt. En tot slot kun je de kronkel tot die van jezelf maken door (met behoud van een referentie naar de oorspronkelijke kronkel) deze te herkronkelen. Op deze wijze ondersteunen we met Winkwaves Kenniscafé conversaties op meerdere niveaus.


Het gaat niet alleen om de kronkels en de inhoudelijke verdieping, maar ook om het groepsgevoel, de intentie om een groep te zijn, of tenminste iets met elkaar te delen. Vandaar dat er op ieder terras een plek is om laagdrempelig berichten achter te laten, berichten die een vluchtiger karakter hebben dan je eigen kronkels of reacties op kronkels van anderen. Veel van de menselijke communicatie gaat niet verder dan 'pingen' - even zeggen dat je nog leeft en van de ander horen dat dat ook voor hem of haar geldt.


De vraag blijft of, ondanks deze diversiteit aan mogelijkheden, de rijkdom van menselijke communicatie in een virtuele omgeving ooit zelfs maar benaderd kan worden. Ik geloof, althans met de huidige stand van mens-zijn en techniek, niet zo in de vervanging van het fysieke samenzijn door virtuele gezelligheid. Maar ik geloof wel dat we in de online wereld verder kunnen bouwen op contacten die in de werkelijke wereld gelegd zijn. En dat we online mensen kunnen ontdekken die uiteindelijk in de echte wereld interessante projectleden of zelfs vrienden kunnen worden.

Daarvoor moet het mogelijk zijn online een goed gesprek te voeren. Je hebt de gaatjes in het plafond van de trein nodig, een gemeenschappelijk object om over te praten. Bovendien moet je de gelegenheid hebben om op neutraal terrein het gesprek te beginnen. En als je elkaar eenmaal kent, moet je verder kunnen, de diepte in, een diepte die zowel in de oorspronkelijke omgeving als daarbuiten gevonden kan worden. Uiteindelijk moeten de gesprekken ergens toe leiden - en met een Winkwaves Kenniscafé, een platform dat draait rond kennisdeling in de zakelijke omgeving, mag het duidelijk zijn wat het doel van de gesprekken is: de juiste mensen vinden om de juiste dingen te doen. Over kennisdeling meer in het afsluitende deel van deze trilogie over de pijlers van Winkwaves Kenniscafé.

NB: deze blogpost is ook te vinden op de 10e online marketing blogkermis

Geplaatst in  | Tags  | geen reacties

De betekenis van social networking (de eerste pijler)

Geplaatst door Mark Schoondorp Sun, 07 Sep 2008 13:20:00 GMT

Social networking dreigt een jeukbegrip te worden, net zoals e-commerce dat bij de eerste internethype was. Social networking is, afhankelijk van de criticaster die je spreekt, een Engelstalig rookgordijn zonder goede definitie, een hype, een kleffe brownie van Amerikaanse leest of een pathetisch substituut voor echte vrienden. En toch is social networking een van de pijlers (de andere zijn kennisdeling en gesprekken) onder Winkwaves Kenniscafé. Is dit slechts een opportunistische truc van ons om gevonden te worden in Google nu de term ‘Social networking’ steeds vaker gebruikt wordt? Of zit er meer achter? Een poging om social networking in een breder perspectief te plaatsen.


Social networking is niet synoniem aan LinkedIn, Plaxo of Hyves. Social networking is niet een zo groot mogelijke verzameling van gelinkte profielen. Social networking is ook niet een gemankeerde, onnatuurlijke expressie van sociaal gedrag. Integendeel juist, wie het fenomeen goed bestudeerd, moet concluderen dat social networking zo oud is als de mensheid en zich nu via een nieuw medium openbaart in een periode van enorme mobiliteit.


De gangbare darwinistische verklaring voor sociaal gedrag van mensen is dat mensen die samenwerken een grotere kans op overleven hebben dan zij die als individualistische blindgangers hun weg zoeken. De groep waartoe een mens behoort, bepaalt in zeer grote mate het succes dat het individu weet te boeken. Zoals je in het dorp moest weten wie het sterkst was, wie het slimst, wie de leider was en wie het meest loyaal, zo geldt dat nu voor de werkvloer. Alleen, die werkvloer is steeds minder een fysiek aanwijsbare lokatie.


Mobiliteit


Social networking bindt mensen die elkaar anders uit het oog verliezen en verruimt daarmee de mogelijkheden van het individu en de groep. Als ik werkloos raak, dan is de kans dat ik een leuke baan vind via mijn directe omgeving beduidend kleiner dan dat er in het netwerk van ex-collega's, -studie- en -klasgenoten een interessante mogelijkheid ligt te wachten. Wie niet de potentie benut van de contacten uit het verleden, en van de contacten van contacten, laat een enorme bron onbenut.

Social networking is onlosmakelijk verbonden met de komst van de auto, het vliegtuig, het jobhoppen en relatieshoppen, kortom, met de enorm toegenomen mobiliteit van het individu. Social networking is een manier om groepen te vormen en in stand te houden waar de fysieke of sociale afstanden te groot zijn om de groepsvorming organisch via toevallige ontmoetingen of hiërarchisch via opgelegde verbanden, tot stand te brengen. Wellicht dat de groepen die via social networking gevormd worden in tijden van oorlog niet zo veel waarde hebben, maar als het gaat om het favoriete beroep van de afgelopen 50 jaar, dat van kenniswerker, vertegenwoordigt het een niet te onderschatten waarde. Weten wie je nodig hebt voor een project of voor een vraag is de kern van veel van de werkzaamheden van een kenniswerker.


Pijnlijke communicatie


Fysieke locaties moedigen een vanzelfsprekende band tussen mensen aan - een lift die vast zit maakt de liftgenoten automatisch tot een tijdelijke ‘groep’. Dit mechanisme van vanzelfsprekend is in de online omgeving afwezig. Iedere vorm van online contact maken is een moedwillig en gecreëerd communicatiemoment. De expliciete vorm van relaties vastleggen op internet is waarschijnlijk een van de redenen waarom social networking in een kwaad daglicht staat bij die groep die met de online realiteit weinig opheeft. Het medium dwingt een formalisatie af die onnatuurlijk aanvoelt. Zelfs verzoeken van collega's voor een connectie kunnen pijnlijke momenten opleveren: zijn we nu vrienden of zakelijke relaties?

Vooral waar een ongelijkheid in de relatie zit, kan dit tot ongemakkelijke situaties lijden. Op zich niet erger dan de enthousiaste begroeting door een onbekende op een drukke zaterdagmiddag, omgeven door man en kinderen, die na enkele pijnlijke momenten een nieuwe collega blijkt te zijn. Maar op internet ontbreken tot nog toe de subtiele, onbewuste signalen die de kans op sociale rampen aanzienlijk beperken.


Juist door het ontbreken van die rijkdom aan communicatieve lagen, krijgt social networking soms het karakter van borstklopperij, een poging jezelf belangrijk te maken in een omgeving die als los zand aan elkaar lijkt te hangen. Zeker in de Nederlandse cultuur geen praktijk die op veel sympathie kan rekenen. Vandaar dat een omgeving die enkel gericht is op social networking het tegengestelde van sociaal is, of althans maar 1 aspect van sociale interactie vertegenwoordigt - het ik.

Vandaar dat social networking ook maar een van de pijlers onder Winkwaves Kenniscafé is. De volgende keer een blogpost over een andere pijler onder ons platform voor social networking en kennisdeling in de zakelijke omgeving: Gesprekken.

Geplaatst in  | Tags  | geen reacties

Het meten van het succes van een (online) community

Geplaatst door Rene Jansen Sun, 24 Feb 2008 12:04:00 GMT

Martin Kloos, een oud student van me die twee jaar geleden bij mij is afgestudeerd op het onderwerp communities of practice, triggerde mij vandaag tot een blogpost over het meten van het succes van een (online) community. Martin besprak op zijn blog de tool Nuconomy, die claimt om het succes van communities te kunnen meten middels zachte factoren. Als je je er dan wat verder in verdiept blijkt Nuconomy eigenlijk vooral relatief traditionele maten als aantallen bezoekers en aantal uploaders te gebruiken om het succes te meten. Ik bood Martin gelijk aan om hier eens samen een artikel over te schrijven, want het meten van het succes van een community kan natuurlijk veel beter. In deze blogpost wat eerste gedachten over het meten van het succes van een (online) community, waarin ik natuurlijk ook gebruik zal maken van ons ondertussen bekroonde onderzoek samen met de Universiteit van Amsterdam naar sociaal gedrag in online omgevingen.

Laten we allereerst beginnen met de context waarin Nuconomy zijn meettool vooral wordt ingezet. Steeds meer organisaties zijn er op uit om "een community" te starten, een social netwerk waarin hun medewerkers, klanten en prospects waardevolle gesprekken hebben en een hechte onderlinge relatie kunnen opbouwen. Een belangrijk kenmerk van een community is echter dat communities zich niet laten afdwingen: het is een sociaal proces dat slechts gefaciliteerd of gefrustreerd kan worden. Zoals we in ons co-created whitepaper "Help, de consument praat terug" ook al schreven, is het belangrijk om als initiatiefnemer of facilitator van een community, zelf ook op een transparante en authentieke wijze te participeren in een community. Het succes voor jou als organisatie, datgene wat Nuconomy dus met zijn tool probeert te meten, is daarmee slechts één kant van de medaille.

De andere kant van de medaille komt voort uit de belangrijkste eigenschap van een community, namelijk dat het een sociaal proces tussen mensen betreft, waarbij verschillende mensen met verschillende rolopvattingen participeren. Iedereen heeft daarbij zijn eigen motivatie om te participeren, zijn eigen inbreng in het sociale proces, en dus ook zijn eigen maatstaven om te bepalen in welke mate hij zich identificeert met de community en in welke mate hij de community en zijn bijdrage daarin als waardevol ervaart. Het meten van het succes van een community zal deze diversiteit aan rolopvattingen moeten ondersteunen.

Dat brengt ons bij de vraag: welke rolopvattingen zien we terug in online communities? Wij hebben bij de implementaties van ons sociale en dynamische kennisdelingsplatform Winkwaves Stage, eigenlijk is dit ook een online community-tool, veel onderzoek gedaan naar de rolopvattingen die mensen hebben als zij op dit platform actief worden. Deze rolopvattingen zal ik hier iets generieker beschrijven om ze in het algemeen voor online communities van toepassing te laten zijn.

Allereerst enkele rolopvattingen die leiden tot het toevoegen van informatie aan de online community:



  • De tipper

    Rolopvatting: Ik heb altijd voor iedereen leuke tips als "heb je dat restaurant al geprobeerd, dat boek al gelezen, die site al eens uitgeplozen?"

    Motivatie: ik deel graag tips met iedereen, zo ben ik nu eenmaal.

    Community is voor mij een succes als ik er makkelijk mijn tips kan delen en verspreiden.

  • De storyteller

    Rolopvatting: Ik heb een visie, een mening, en ik zoek een podium om dat uit te dragen

    Motivatie: Ik wil graag gehoord worden

    Community is voor mij een succes als ik er mijn verhaal goed kan vertellen en er interessant publiek komt

  • De profileerder

    Rolopvatting: Ik wil gezien worden als expert, daarom zoek ik overal podia om aan mijn imago te kunnen werken.

    Motivatie: ik wil graag gezien woren

    Community is voor mij een succes als ik beter vindbaar ben en meer volgers krijg

  • De archiveerder

    Rolopvatting: ik bewaar en orden informatie voor mezelf, en als anderen daar ook hun voordeel mee kunnen doen heb ik daar geen problemen mee

    Motivatie: Ik hou het graag opgeruimd en overzichtelijk voor mezelf

    Community is voor mij een succes als ik er gewoon op een handige manier mijn eigen ding kan doen (en verder heb ik niet zoveel met dat community gedoe)

  • De blogger

    Rolopvatting: ik zoek overal plaatsen waar ik mijn blog kan promoten

    Motivatie: Hoe meer linkjes naar mijn blog hoe beter mijn Google pagerank...

    Community is voor mij een succes als ik meer traffic naar mijn blog krijg

  • De reageerder

    Rolopvatting: zelf informatie toevoegen zie ik niet zo zitten, maar ik reageer graag met een reactie of stem op wat anderen posten

    Motivatie: hoewel ik niet zo van de spotlights hou ik wel van een goed gesprek

    Community is voor mij een succes als ik interessante gesprekken kan hebben.


Naast deze mensen die actief toevoegen, zijn er ook mensen die minder zichtbaar een rol spelen in de community:


  • De connector

    Rolopvatting: Ik vertel iedereen enthousiast dat deze community er is (en leuk is)

    Motivatie: ik vertegenwoordig graag een ambassadeursfunctie, maar heb zelf niet zoveel in te brengen

    Community is voor mij een succes als ik er enthousiast over kan vertellen

  • De lurker

    Rolopvatting: Altijd op zoek naar handige (extra) informatiebronnen

    Motivatie: ik kom vooral voor inspiratie

    Community is voor mij een succes zolang ik er zinvolle informatie vind

  • De eendagsvlieg

    Rolopvatting: Ik kijk rond of ik deze community interessant vind

    Motivatie: Ik probeer altijd graag nieuwe dingen uit

    Community is voor mij een succes als hij me meer raakt dan alle andere dingen die ik uitprobeer




Organisaties die een community met hun klanten willen opzetten, ontwerpen zo'n community vaak alleen maar voor "de actieve participant", en meten het succes ook alleen maar aan het aantal mensen die bijdragen. Zo werkt ook de Nuconomy tool. Het interessante is echter dat alle genoemde rolopvattingen belangrijk zijn voor een afgewogen sociaal proces in de community, en daarmee, voor het succes van de community. De lurkers lijken alleen maar profiteurs maar spelen een belangrijke rol doordat zij het publiek zijn voor tippers, profileerders en storytellers. De organisatie die de community wil opzetten zal dus per participant moeten benoemen welk doel hij zelf met elke rol in de community heeft, en hoe belangrijk de verschillende rollen zijn. Een handig hulpmiddel is om voor alle rolopvattingen Persona's te ontwerpen. Een tool om het succes van een community te meten, zal dan per actie die in de community wordt uitgevoerd moeten analyseren vanuit welke rolopvatting of persona die actie is uitgevoerd, en op basis daarvan bepalen welke waarde er wordt geleverd, ofwel, welke succesmaat gemeten moet worden. Een tool die op deze rijke visie op communities is gebaseerd heeft volgens mij vele malen meer potentie dan Nucomony. Ik heb Martin Kloos voorgesteld om hier eens samen een gedegen onderzoekje naar te doen. Zin om ook mee te denken en te schrijven of goede cases in te brengen? Helemaal leuk!

Geplaatst in  | Tags , , ,  | één reactie

Mag ik je vrienden hebben? Kritische kanttekeningen bij Google's OpenSocial

Geplaatst door Mark Schoondorp Sun, 04 Nov 2007 20:35:00 GMT

Het grootste nieuws van de afgelopen week op internet is zonder twijfel de lancering door Google van OpenSocial. Onder het (populistische) motto: 'The web is better when it's social' ontfermt Google met OpenSoical zich over de identiteit van miljoenen internetters. Wat dit betekent voor de dominantie van Google op internet, is een onderwerp apart. Vandaag op de Winkwaves blog aandacht voor een ander aspect: wat is de waarde van een techniek die je moeiteloos je vrienden laat meenemen van de ene omgeving naar de andere?


OpenSocial is geen nieuw social networking website, maar wil een interface bieden tussen bestaande social sites. Daartoe biedt het gestandaardiseerde informatieprotocollen, oftewel API's. Google onderscheidt daarbij drie soorten:



  1. Wie ben ik? Profielinformatie

  2. Wie ken ik? Vriendeninformatie

  3. Wat doe ik? Activiteiteninformatie


Voor meer details van het platform, kijk bv. op 25hoursaday, het artikel van Dion Hinchcliffe of hier.


Viral marketing


Ik heb grote vraagtekens bij de werkelijke toegevoegde waarde. De controle van de data lijkt in handen te liggen van de social networking sites die de API's van OpenSocial gebruiken. Het belang van sites kan ik begrijpen: viral marketing was nog nooit zo eenvoudig. Ik kan mijn vrienden eenvoudig uitnodigen voor welke nieuwe dienst dan ook die ik besluit te gebruiken. Mijn vrienden kan ik op Hyves aanmaken en dan koppelen aan mijn Netvibes account. Zo breidt het netwerk van een nieuwe dienst zich snel uit. Maar me vrij bewegen op internet wordt steeds lastiger.

Het is alsof ik continu mijn hele familie mee zeul, zodra ik een nieuwe dienst uitprobeer. 'He ma, kijk eens waar ik nu weer uithang...' Je kunt zeggen: maar je hoeft je profielen niet te koppelen. Inderdaad, maar hoeveel mensen kiezen niet gemak boven afgewogen keuzen? Ik voorspel dat ik steeds vaker de moeders van anderen tegen zal komen, zonder dat zij mij of ik hen ook maar iets te melden heb.


Het netwerk van connecties zal zich als een olievlek uitbreiden. Wat betekent dat echter voor de groepen waarin ik me thuis voel? Gemeenschappen onderscheiden zich minstens zozeer door de mensen die erin zitten als door de mensen die geweigerd kunnen worden. Maar als je vrijwel automatisch je connecties meeneemt, lijkt de aantrekkingskracht van het getal het te winnen van de kwaliteit. Zoals mij laatst overkwam op een site voor freelancers: ik meende mijn adresboek te importeren, maar het bleek dat ik al mijn contacten uitnodigde ook op het freelance netwerk te komen. Terwijl het merendeel van die contacten in de verste verte geen freelancer is.

Wat heeft het in voor zin om vrienden mee te nemen van site naar site, als je juist diverse vrienden hebt om diverse dingen te doen? Wat doe je met al die uitnodigingen? Weigeren lijkt een afwijzing, accepteren hypocriet. Vrienden raken gevangen in elkaars netwerk van social sites en zeker als vrienden geen vrienden zijn maar business partners en klanten, wordt het allemaal wel heel gevoelig. OpenSocial erodeert het begrip 'vrienden' verder, totdat uiteindelijk vrienden onze vijanden zijn, omdat ze ofwel teveel aandacht vragen, ofwel te vaak afgewezen zijn. OpenSocial maakt 'social' misschien wel te gemakkelijk.

Geplaatst in  | Tags ,  | 3 reacties

Tagging in soorten en maten

Geplaatst door Mark Schoondorp Fri, 31 Aug 2007 12:54:00 GMT

Deel 1 van deze tweeluik over tagging en trefwoorden beschreef de verborgen kosten van tagging. We signaleerden een spanning tussen het snelle shoot-and-run karakter van tagging enerzijds en de organiserende behoefte van de mens anderzijds. In deel 2 een ontwerpoplossing om de twee tactieken met elkaar te verzoenen. Een oplossing die inmiddels voorzichtig ondersteund wordt op 'Watvindenwijover.nl'.


Er is inmiddels heel veel geschreven over de praktijk van tagging. Een goed overzicht staat in het proefschrift van Moritz Stefaner, "Visual tools for the socio–semantic web" (hoofdstuk 2.5).

Maar als ontwerper wil ik meer dan de theorie - ik wil de doorleefde emotie. Na anderhalf jaar heb ik die wel. En gelukkig strookt mijn emotie met theoretische inzichten. Dus staat me dan als ontwerper maar een ding te doen: ontwerpen voor de nieuwe inzichten. En nee, daarmee wordt het niet makkelijker, wel krachtiger. Het goede nieuws is: voor wie geen krachtiger mogelijkheden wil, verandert er helemaal niets op 'Watvindenwijover.nl' Nog beter nieuws: wie behoefte heeft aan meer structuur in het gebruik van trefwoorden, bieden we een eerste voorzichtige aanzet, die op basis van de ervaringen verder ontwikkeld zal worden.


Onderwerp, typering en doel


Bij tagging denken de meesten in eerste instantie aan het benoemen van het onderwerp van de website: waar gaat deze pagina over? Het idee is dat hier over de tijd heen een zekere consensus tussen mensen over zal ontstaan. Een pagina over hondentrainingen zal vrij snel een gelijkende set trefwoorden opleveren. En dan is het prettig om op 'hond' door te klikken naar andere pagina's over honden.

Dan heb ik vrijwel altijd ook trefwoorden die iets over mijn oordeel zeggen. 'Leuk' of 'handig' bijvoorbeeld. Deze groep trefwoorden, waartoe ik ook neutralere termen als 'recensie' of 'statistiek' reken, geeft de context weer die de gebruiker aan de pagina meegeeft. En deze context is van een andere orde dan een onderwerp. Ze zijn bedoeld ter typering, niet voor definiëring.

Tot slot voeg ik veel websites toe met een specifiek doel: bijvoorbeeld terwijl ik met mijn vakantieplanning bezig ben, of met informatiegaring voor mijn promotie. Een doel dat je deelt met meerderen, is een reden om een groep te starten, maar als je het vooral voor jezelf doet, kan je ook een trefwoord eraan toewijzen.


Het failliet van de orde die vanzelf komt


Zo vind ik in mijn trefwoorden van alles en nog wat door elkaar heen. Structuur is ver te zoeken, en in deze chaos blijkt er helemaal niets 'vanzelf' te ontstaan (dat zou ook volledig indruisen tegen alle natuurwetten; orde ontstaat nimmer vanzelf.) De praktijk van tagging vereist bepaalde basisregels. Uit de voorafgaande analyse mag duidelijk zijn waaraan ik denk: de mogelijkheid trefwoorden te classificeren en van elkaar te onderscheiden. Tagging wordt complexer, maar om te leren zul je je eerst bewust moeten worden van wat je doet. Iedere leraar kan je dat vertellen. Tagging is niet gratis, maar met een bepaalde set van basisregels kun je wel de brug slaan van shoot-and-run naar leren.

Om te leren moet je onderscheid gaan maken tussen de trefwoorden die je gebruikt: wat is het onderwerp, hoe kan ik de informatie typeren en voor welk doel voeg ik de pagina toe? Op 'Watvindenwijover.nl' hebben we daarom speciale karakters geïntroduceerd.


  • '=' voor de typering

  • '@' voor het doel

  • '*' voor een bedankje, mocht je de tipgever extra aandacht willen geven (heeft inderdaad niets van doen met trefwoorden, maar veel met hoffelijkheid, een behoefte waar we regelmatig last van hadden zonder dat we er op een natuurlijk voelende wijze handen en voeten aan konden geven)

Voor de traditionele trefwoorden voor onderwerpen hebben vanzelfsprekend we geen speciaal teken geïntroduceerd. En niet iedere pagina heeft trefwoorden van elk soort nodig.




Alhoewel we op dit moment op 'Watvindenwijover.nl' nog niets doen met de diverse soorten trefwoorden, moet daarin snel verandering komen. Als mijn theorie klopt, dan wil je straks ook verschillende functionaliteiten koppelen aan de verschillende soorten. Maar graag horen we eerst de ervaringen. En suggesties voor verbeteringen of aanvullingen zijn van harte welkom!

Geplaatst in  | Tags ,  | één reactie

Tagging en taxonomieën - verandering versus stabiliteit

Geplaatst door Mark Schoondorp Sun, 05 Aug 2007 08:13:00 GMT

Een van de steeds terugkerende discussies bij Winkwaves betreft het gebruik van trefwoorden (tags) voor het organiseren van informatie. Zijn trefwoorden beter dan taxonomieën? Ja, zo zegt de een vanuit een liberaal-marxistisch perspectief: vrij van de manipulatie van de gevestigde orde, kun je met trefwoorden zelf je betekenis geven aan wat je vindt. Niet per sé, zegt de ander, licht aangetast met een conservatief-elitair virus: Taxonomieën helpen je om op de schouders van je voorgangers te staan en aan te sluiten bij erkende betekenisgeving. Winkwaves wijdt een tweeluik aan de lange termijn effecten van tagging, gebaseerd op anderhalf jaar ervaringen met 'Watvindenwijover.nl' en inzichten van mede-taggers. Vandaag deel 1: De kosten van tagging.



De zegeningen van trefwoorden ten opzichte van folders en categorieën lijken duidelijk: een interessante webpagina valt zelden in slechts één hokje te plaatsen en met trefwoorden ben je vrij je eigen multi-ordening toe te passen. En aangezien 'gewone' gebruikers meestal enkel voor zichzelf ordenen, lijkt er geen vuiltje aan de lucht. Dankzij trefwoorden vind je veel eenvoudiger je informatie terug, bevrijd als je bent van het ouderwetse hokjes denken.


Bovendien, zo luidt de utopische web 2.0 belofte: door de trefwoorden van alle gebruikers voor een specifieke informatiebron te verzamelen, maak je de wisdom of the crowds inzichtelijk. De menigte geeft haar oordeel waarover de bron gaat en dit oordeel is (meestal) wijzer dan dat van de individuele expert. Per slot van rekening is betekenis een democratisch construct: iets krijgt geen betekenis van bovenaf, maar door het gebruik dat wij ervan maken. Halleluja voor de trefwoorden! Welke dinosaurus wil nog met hiërarchische indelingen en taxonomieën werken?


De keerzijde van trefwoorden


Er is echter over de maanden heen steeds duidelijker een keerzijde van tagging zichtbaar geworden. Kijkende naar de cijfers die we met 'watvindenwijover.nl hebben verzameld, valt me op dat het aantal pagina's en het aantal trefwoorden ongeveer 1 op 1 loopt. Voor iedere nieuwe pagina wordt zo ongeveer ook een nieuw trefwoord aan het systeem toegevoegd. Een gebruiker met 8 pagina's heeft dus gemiddeld ook 8 trefwoorden. Is dat erg? Niet per sé. Hooguit kun je hieruit afleiden dat we niet echt goed zijn in het terugbrengen van complexiteit naar een simpeler systeem. Ockham draait zich in zijn graf om, maar dat is slechts pijnlijk voor een aantal estheten onder ons.

Of zijn de kosten groter? Gevolg van mijn hoeveelheid trefwoorden is dat ik inmiddels ook niet meer gebaat ben bij het bladeren in mijn eigen meningen met behulp van trefwoorden. Kan ik er van op aan dat als ik bijvoorbeeld kijk bij social-networking, ik ook alles vind dat ik als zodanig nu zou willen vinden? Heb ik niet eerder of later een andere term gebruikt?


Lastiger, en waarschijnlijk gekoppeld aan het vorige argument, is dat ik zelf merk dat ik nauwelijks nog weet welk trefwoord ik moet gebruiken bij een artikel dat ik toevoeg. Trefwoorden als duiding voor betekenis staat op gespannen voet met trefwoorden als basis voor het terugvinden van mijn meningen. In het kader van terugvinden en opruimen, ben ik gebaat bij een beperkte set van trefwoorden. Maar dat vergroot de kosten van het toekennen van trefwoorden enorm. Het is nu een mix tussen recht doen aan het artikel en recht doen aan mijn eigen ordening. Welk trefwoord gebruikte ik vorige keer bij een soortgelijke pagina?

Wanneer ik tegenwoordig een mening toevoeg, zorg ik ervoor dat de titel, de url, mijn eigen mening en de trefwoorden zelf als geheel de grootste kans op terugvinden bieden. Dus tijdens het schrijven van mijn mening ben ik al bezig met de mogelijke vragen waarop ik deze mening als resultaat wil terugkrijgen.


Het episodische karakter van tagging


Het mag inmiddels helder zijn: het argument dat tagging 'goedkoper' is dan taxonomieën creëren, klopt volgens mij op de middellange en lange termijn niet. Structuren moeten zich inbedden in je geest om uiteindelijk eenvoudig toegankelijk te zijn. Tagging leent zich prima voor de korte termijn en bespaart je inderdaad de moeite van het verzinnen van structuren, maar zodra je een grotere verzameling bronnen wilt ontsluiten met trefwoorden, loop je tegen de kosten en de beperkingen op. In psychologische termen: tagging is episodisch, taxonomieën zijn semantisch.


In deel 2 van deze tweeluik zal ik mijn nieuwe strategie voor tagging toelichten, waarin ik (vanzelfsprekend) een poging doe de spanning tussen het episodische en het semantische recht te doen.

Geplaatst in  | Tags ,  | 3 reacties

Nyenrode goes 2.0

Geplaatst door Rene Jansen Wed, 11 Jul 2007 10:59:00 GMT

De afgelopen tijd kreeg ik bij gesprekken bij klanten regelmatig de vraag: "joh, is er geen leuke opleiding om me wat meer te verdiepen in al die leuke ontwikkelingen rond web2.0 en social software waar je nu zo enthousiast over verteld?". Ik stotterde dan meestal wat van "nee, sorry, maar je kan ons wel inhuren als adviseur...", niet echt een sterk antwoord natuurlijk.

Dus toen ik weer eens met Ed Peelen (één van de promotoren van mijn proefschrift en tegenwoordig hoogleraar Marketing bij Nyenrode) zat te babbelen over een congres waar we samen zouden optreden, vroeg ik of hij mogelijkheden zag om in nauwe samenwerking tussen Nyenrode en Winkwaves een echt goede 2.0 opleiding te organiseren. Ed werd gelijk enthousiast, en afgelopen week waren we zover dat we deze opleiding inderdaad publiekelijk hebben aangekondigd met een persbericht. Het 2.0 heeft de titel niet gehaald (Nyenrode is niet zo van de hypes natuurlijk), en we hebben uiteindelijk gekozen voor "Masterclass Internet Marketingstrategie".

De opleiding wordt uiteindelijk vormgegeven door een mooie samenwerking van Nyenrode, Winkwaves en de marketinggroep van ATOS Consulting. We zijn bezig met een aantal leuke gastsprekers, en proberen zo een mooie mix aan te bieden waarbij theorie en trends vertaald worden naar wat je als marketeer nou echt als voordeel kunt halen uit de ontwikkelingen die we bij Winkwaves+1 hebben getypeerd als "Help, de consument praat terug".

Meer informatie vind je op de site van Nyenrode, of neem gewoon even contact op als je vragen hebt. Het loopt aardig storm qua interesse, dus volgens mij is er behoefte aan deze opleiding :)

Geplaatst in  | Tags , , ,  | geen reacties

6e online blog kermis

Geplaatst door Rene Jansen Mon, 04 Jun 2007 08:29:00 GMT

Vandaag is de zesde online blog kermis life gegaan op de blog van Karel Geenen. Er zijn dit keer meer dan 20 exposanten op de kermis, en ook wij staan er natuurlijk op, dit keer met het co-created whitepaper "Help, de consument praat terug".

Leuke trouwens van deze blogkermis: Karel heeft ook een verloting op de kermis uitgeschreven, dus je kunt ook mooie prijzen winnen bij hem. Dus niet alleen leuk vanwege de leuke artikelen, maar ook nog wat te winnen. Kijk, zo begint de week goed!

Geplaatst in  | Tags  | geen reacties

Twitter in veel meer dan 140 karakters

Geplaatst door Mark Schoondorp Sun, 20 May 2007 20:27:00 GMT

Een maand geleden had ik het plan al opgevat: een gedegen blogpost over Twitter, de site waar microbloggen tot levensstijl is verheven. Maar sindsdien lijkt het wel of iedereen in Nederland over Twitter schrijft. Bright heeft er verschillende artikelen aan gewijd, BlueAce heeft erover bericht en ook Marketingfacts heeft de trend uit Amerika al opgepikt. Kortom: Twitter is ontegenzeggelijk een nieuwe Web2.0 hype. Zo zie je maar weer dat een maand op internet nog steeds best wel lang is...

Ik heb even getwijfeld of ik mijn eigen bijdrage nog wel moest leveren. Ik bedoel, wat Twitter is, is inmiddels geen nieuws meer. Gelukkig is bij lange na nog niet alles gezegd over het fenomeen.

Want wat betekent Twitter, en haar steeds populairder wordende Finse evenknie Jaiku, nu precies voor ons leven? Inderdaad, ons leven - Twitter heeft de potentie ons leven te veranderen. Of, beter gezegd, ontwikkelingen die in gang zijn gezet met chat en vooral SMS, te versnellen en te versterken.

Het moge duidelijk zijn, dit gaat niet om de merknaam of de site Twitter, maar om, zoals Twitter haar eigen dienst omschrijft: "a large-scale, device agnostic, message routing system".
Kijk, dat is gaaf - sms-en zonder de dwang van een mobiele telefoon. Maar wacht even, waarom is dat gaaf? In welke behoefte voorziet SMS en waarom zouden we dat naar andere media willen vertalen? Wat is de aantrekkingskracht van kleine berichten van minder dan 140 karakters - behalve de prijs die voor SMS lager is dan voor een telefoongesprek?

Microbloggen en sms-en vormen de macht van degene die de boodschap stuurt: met een kort berichtje komt hij even je leven binnen, om direct weer te verdwijnen. Tenzij je reageert, waarop de dynamiek van een traag-verlopende conversatie op gang komt, is het niet meer dan een 'kiekeboe, hier ben ik'. Een bevestiging van je bestaan, en van het feit dat je in een zekere relatie staat tot de ontvanger.

De luxe van microbloggen is dat je boodschap maar heel kort kan zijn. Luxe? Ja, want deze door de techniek gesanctioneerde kortheid, maakt dat je zonder schaamte alles de wereld kan ingooien. Elk kort bericht, dat voor een e-mail te onzinnig is, voor een blogpost te stompzinnig, heeft plots zijn eigen platform. Het is alsof je je moeder 5 minuten kunt bellen zonder verwijten te krijgen dat je niet meer tijd voor haar hebt. De korte berichtjes complementeren je foto's op Flickr, je activiteiten op MySpace, je video's op YouTube, je meningen op 'Watvindenwijover.nl'.

Jaiku voert deze opname van je lifestream consequenter door dan Twitter, en positioneert wat dat betreft de mogelijkheden scherper. Microbloggen maakt het mogelijk alles wat je denkt te delen met de wereld - je hoeft geen brieven te schrijven en te herschrijven, je hoeft geen mails te verzenden waarin je nog enigszins met de ander rekening hoeft te houden. Nee, het is geoorloofd observaties en gedachten met anderen te delen zonder dat je eigenlijk rekening hoeft te houden met wie de ander is. Schrijven wat je meemaakt zonder verdere toelichting. Of, zoals mijn favoriete Twitter luidt: "Sharmoota is having fun with the paper shredder. DIE paper DIE" - Wie Sharmoota is? Geen flauw idee. Wat deze melding in haar leven betekent? Eveneens geen flauw idee. Maar de toon en de melding: korter dan dit kan humor niet zijn. En dat maakt Twitter verslavend - je kunt van alles de wereld inslingeren, je kunt je leven delen met onbekenden of met vrienden, en niemand verwacht meer dan 140 karakters van je.


Hetgeen me terugbrengt bij de vraag waarom deze service de potentie heeft ons leven verder te veranderen: met een service a la Twitter is internet een stap verder in het verbinden van onze levens voorbij de grenzen van tijd en plaats. Onbekenden en bekenden vertellen de wereld wat ze doen. En als je wilt luisteren, ben je uitgenodigd.

Dit gezegd hebbende, weet ik weer waarom het zolang duurde voordat ik eindelijk de post schreef. Er is zoveel meer over te zeggen - een heel boek. Misschien wel een heel leven...

Geplaatst in  | één reactie

Democratie 2.0

Geplaatst door Rene Jansen Sun, 08 Apr 2007 11:09:00 GMT

In Nederland leven we, gelukkig, in een democratie. Dat betekent dat iedere volwassene - vrouw of man, geschoold of ongeschoold, werkend of werkloos, optimist of pessimist, slimste van de klas of probleemgeval, een gelijk recht heeft te stemmen bij politieke verkiezingen. En dat is goed. Toch werkt het democratische principe niet optimaal. Er wordt een steeds grotere kloof ervaren tussen de Haagse politiek en de belevingswereld van de gewone burger. De afgelopen jaren zijn, mede geïnitieerd door Pim Fortuijn en de daaropvolgende gebeurtenissen, verschillende richtingen aangedragen om deze kloof te dichten:

  • Meer openheid en communiceren vanuit Den Haag naar de burger (minder torentjesoverleg);
  • beter luisteren naar de kiezer en de borreltafel thema’s beter verwoorden (de kracht van bijvoorbeeld SP en Geert Wilders);
  • duidelijker (en daarmee hardere) standpunten innemen (Verdonk).

Als ik kijk naar mijn eigen ervaring bij de afgelopen verkiezingen, zowel de 2e kamerverkiezingen eind vorig jaar, als de provinciale statenverkiezingen begin dit jaar, dan speelt internet een cruciale rol in mijn opinievorming en keuzeproces. Als goedwillend betrokken burger staat mij een uiteenlopende variëteit van stemwijzers ter beschikking om mij te helpen te bepalen op welke partij ik zou moeten kiezen. Waar ik voorheen vooral op basis van uitgangspunten van een partij stemde (sociaal democratisch, liberaal of christelijk bijvoorbeeld) kan ik nu op basis van thema’s uit het verkiezingsprogramma of actuele wetsvoorstellen uit de afgelopen periode zien hoe groot de overlap in denken tussen mij en de verschillende partijen is.


De interessante constatering voor mij was de diversiteit die zich bij deze stemwijzers voordeed: mijn stemadvies bleek te variëren van SP (63% overlap), via PvdA (69%) en D66 (70%) tot aan CDA (63%) en VVD (69%). Ik zou mij dus net zo verwant moeten voelen met PvdA als met de VVD, en ik vraag me af of statistisie de winnende procent verschil met D66 als statistisch relevant zouden benoemen. Het probleem is dat ik mij voor het ene thema identificeer met het standpunt van de ene partij, en voor het andere thema met het standpunt van de andere partij.


Volgens mij is dit de illustratie van het failliet van ons huidige democratische bestel. Onze politieke partijen zijn toch vooral een overblijfsel van de verzuiling: onze huidige politieke partijen vertegenwoordigen één verzameling van standpunten over alle themas heen. Met de ontwikkelingen van social software en web2.0 zouden we volgens mij toe kunnen groeien naar een heel ander staatkundig bestel, een democratie 2.0 zeg maar.


Belangrijke ontwikkelingen die we op het gebied van web2.0 zien, zijn de mogelijkheid om je stem te laten horen (blogs), mee te onderhandelen over de relevantie van thema’s (digg), onze mening over thema’s te laten horen (watvindenwijover.nl) en de betekenis van thema’s vast te leggen (wikipedia). Waar het belang van communities in de fysieke wereld vermindert (de buren en de buurt) zoeken we elkaar massaal op in de virtuele online wereld (chat, Hyves en second life). De uitdaging ligt er in om vanuit deze trend een beeld te schetsen van een nieuw soort democratie die de oude verzuiling los laat en inspeelt op onze emotionele betrokkenheid bij thema’s die ons wel boeien en binden.


Ik zou graag een denkrichting willen schetsen voor deze democratie 2.0. De bestaande politieke partijen die op een veelheid aan thema’s een standpunt moeten hebben verdwijnen. Daarvoor in de plaats komen kleine gefocusde partijen die voor een specifiek thema een standpunt hebben. Je krijgt dan bijvoorbeeld 3 partijen voor volksgezondheid, die ieder op hun eigen manier een oplossing voor de problemen in de zorg aandragen. Eigenlijk kies ik als burger mijn minister voor volksgezondheid. En zo kies ik ook een minister (en daarmee een oplossingsrichting) voor onderwijs, voor economie en voor ruimtelijke ordening. Zo stel ik bij de tweede kamerverkiezingen zelf mijn ideale kabinet samen, en aangezien alle burgers dat doen, zal het uiteindelijke kabinet per thema veel beter de stem van de kiezer vertegenwoordigen. De tijd die ik nu steek in het online invullen van stemwijzers en kieshulpen zou ik in deze nieuwe situatie ook gebruiken om gelijk mijn stem uit te brengen, zodat het mij eigenlijk geen extra tijd kost.


Zal een kabinet dat op deze manier is samengesteld betere beslissingen kunnen nemen? Per thema wel, daar ben ik van overtuigd. We kennen allen de “pot met bonen” waar mensen moeten raden hoeveel bonen erin zitten. Wetenschappelijk is aangetoond dat als mensen van elkaar hun schatting niet weten, maar je van een grote groep stemmen het gemiddelde uitrekent, je een heel preciese benadering van het echte aantal bonen krijgt. Wisdom of the crowds wordt dit wel genoemd.


De echte uitdaging om deze denkrichting te laten werken zit in het vinden van een 2.0 oplossing voor het afstemmings- en prioriteitenvraagstuk over de thema’s heen. Nu is het de politieke partij die staat voor een bepaalde prioriteitsstelling: VVD zal altijd “de economie” laten prefaleren, waar Groenlinks altijd het milieu prioriteit geeft. Mijn verwachting is dat je hiervoor een stemmingsmechanisme kunt gebruiken zoals Digg: binnen een bepaalde bandbreedte kan de burger tijdens periodieke stemrondes stemmen om meer geld uit te trekken voor het ene thema (duimpje omhoog voor dit thema), ten koste van geld voor het andere thema (duimpje naar beneden). De wisdom of the crowds voorspelt dat de massa bij elkaar een goede verdeling van onze gemeenschappelijke middelen waarborgt.


Wat mij aanspreekt in deze benadering, is dat ik veel duidelijker mijn stem kan laten horen op gebieden die ik interessant vind. Mijn stem die ik bij de verkiezingen laat horen is geen overlap van 60-70% met een partij, maar een 100% keuze, hetgeen mij weerhoudt om mijn toevlucht te zoeken om “strategisch” te stemmen. Met op deze manier gekozen ministers, en de mogelijkheid om met elkaar het belang van thema’s en daarmee de budgetverdeling over ministeries heen te bepalen, verwacht ik dat de afstand tussen politiek en burger enorm verkleind wordt. We hebben nog een flinke weg te gaan om deze denkrichting verder door te denken, maar het huidige kabinet zou haar innovatiebudget prima kunnen steken in het ontwikkelen van een mooie web2.0 omgeving om deze denkrichting verder te verfijnen en onderzoeken op haalbaarheid. Wij van Winkwaves zouden dit platform dan graag helpen ontwerpen en bouwen natuurlijk :)

Geplaatst in  | Tags , ,  | één reactie

Online reclame met geluid: waarom?

Geplaatst door Hans de Graaff Mon, 02 Apr 2007 07:37:52 GMT

Als er iets is wat ik niet begrijp, dan is het het idee achter flash reclames met geluid die op een site staan. Nietsvermoedend wil ik even op een site kijken, zoals net op de ANWB site of er nog file is, en direct begint er een dialoog of muziekje alle aandacht op te eisen. NIet alleen van mij, maar ook van mijn collega's. Plots ben ik de paria van de gemeenschappelijke ruimte, Ík ben blijkbaar niet aan het werk. Thuis zijn de blikken wellicht iets minder verwijtend, maar niet minder verstoord.

Mijn onmiddelijke reactie is dan toch om het window dicht te klikken. Dan maar geen file-info, of wat dan ook waar ik naar op zoek was. Dat kan toch ook niet de bedoeling zijn van de site-eigenaar of de reclame-maker. Dus ik vraag me toch een beetje af hoe mensen denken dat dit werkt. Het kan ook niet de bedoeling zijn dat ik het geluid helemaal uit heb staan. Daarmee val ik weliswaar niemand meer lastig, maar dan mis ik ook de handige earcons die mijn applicaties produceren. Bovendien hoor ik dan ook de reclame-geluidjes niet. Blijft over de mogelijkheid om altijd met een koptelefoontje op te zitten. Ook niet echt een fijne oplossing om in contact te blijven met je collega's of huisgenoten. Ik kan dus niet anders concluderen dan dat dit soort reclames verzonnen worden door mensen die de mooie hoekkamer voor zichzelf hebben. Daar maakt het inderdaad niet uit of er plots allerlei herrie uit je luidsprekers komt. Voor alle andere mensen is het gewoon hinderlijk.

Geplaatst in  | geen reacties

Stijlvol bloggen, alsjeblieft!

Geplaatst door Mark Schoondorp Thu, 29 Mar 2007 09:02:00 GMT

Mijn favoriete blog is Creating Passionate Users van Kathy Sierra. Afgelopen week is haar het zwijgen opgelegd. Ruim een maand van steeds heftiger persoonlijke aanvallen en bedreigingen op diverse fora braken uiteindelijk de mentale weerbaarheid van deze zeer populaire blogster. Haar (vooralsnog) laatste post is gewijd aan de psychische impact van de bedreigingen.



Waarom juist Kathy Sierra mikpunt is geworden, is een raadsel. In de reacties op haar laatste blogposts en in commentaren elders op internet lees je diverse verklaringen. Sommigen denken dat haar vrouw-zijn ermee te maken heeft, anderen haar succes. Persoonlijk neig ik naar de mening dat wellicht haar standpunt over succesvolle producten een stel psycho's aan het rebelleren heeft gebracht.


Lovers & Haters


Haar stelling, die bij ons op kantoor aan de wand hangt, is dat succesvolle producten een groep liefhebbers en een groep haters hebben. En dat deze tweespalt onder de gemeenschap ook precies de reden is dat deze producten succesvol zijn. Producten die geen uitgesproken reactie oproepen, zijn gedoemd ten onder te gaan. Misschien dat uit een soort zeer verknipte vorm van fan-zijn, een stel gestoorde gekken zover gaat dat ze hun haat voeden als bewijs van haar gelijk. Zoals John Lennon ooit vermoord werd door Mark Chapman, een fan.


De politie is op dit moment op jacht naar de bedreigers, die volgens de Amerikaanse wet (gelukkig) zich schuldig maken aan zware criminele activiteiten. Hopelijk worden ze snel gevonden. Maar zoals Kathy Sierra zelf schrijft, haar leven zal nooit meer hetzelfde zijn.


Keuze beste Nederlandse blog is geen stijl


Hetgeen mij brengt bij de titel van dit stuk, Stijlvol bloggen. In Nederland heeft het internetpubliek de blog GeenStijl uitgekozen tot beste blog van Nederland in 2006. De toon van deze blog is hard, recht op de man en wars van politieke correctheid. Een verademing, zo vinden blijkbaar velen.


Het is echter deze opvatting over de vrijheid van meningsuiting die volgens mij excessen in de hand werkt. Het is te goedkoop om GeenStijl te beschuldigen van betrokkenheid bij het monddood maken van Kathy Sierra. Maar door 'zeggen wat je denkt en schrijven wat je vindt' als norm op internet te promoten, maak je de grens naar online doodsbedreigingen wel heel dun - iedereen heeft wel eens iemand in een vlaag van ergernis dood gewenst.


Goed schrijven betekent volgens mij weloverwogen je mening geven, en altijd je respect betonen. Het is daarom zonde dat GeenStijl blijkbaar als de beste blog van Nederland wordt gezien.

Excessen als de doodsbedreiging tegen Kathy Sierra zijn uitzonderlijk, maar als we de norm van GeenStijl als lichtend voorbeeld presenteren aan de opgroeiende internetgeneratie, dan kunnen we er nog heel wat verwachten, vrees ik. Daarom mijn pleidooi voor Stijlvol bloggen: laat alsjeblieft de beste blog van Nederland volgend jaar wel stijl hebben!

Geplaatst in  | Tags , ,  | 111 reacties

Help, de consument praat terug

Geplaatst door Rene Jansen Fri, 16 Mar 2007 13:07:00 GMT

Eerder schreven we al over Winkwaves+1, het open space event ter gelegenheid van onze eerste verjaardag. Ondertussen hebben we met de 35 participanten een whitepaper geschreven, of eigenlijk moet ik natuurlijk "ge-co-creëerd" zeggen, waarin we de belangrijkste vragen en antwoorden rond het thema van de middag "Help, de consument praat terug" samenvatten. Je vindt dit whitepaper op de Winkwaves Site onder het kopje perspectief.

Leuk om je reacties via mail, telefoon of hieronder in de comments te horen natuurlijk!

Geplaatst in ,  | Tags , , ,  | één reactie

De drie P's van innovatie

Geplaatst door Rene Jansen Tue, 13 Feb 2007 22:50:00 GMT

Vanavond was Winkwaves uitgenodigd om aan te schuiven bij een zeer interessante round table in het kasteel van Nyenrode, georganiseerd door Ebbinge & Company en Thaesis (een strategisch adviesbureau voor bedrijven in de "nieuwe economie"). Aanwezig waren mensen die CIO achtige functies vervullen in een diversiteit aan sectoren, zoals bij uitgevers, de media, maar ook uit de transport en logistiek. Het thema van de (perfect verzorgde) avond was Innovatie.

Na afloop van de geanimeerde discussie heb ik een en ander voor mezelf samengevat in "de drie P's van innovatie". Nu nog geen bekend rijtje, maar ongetwijfeld over 10 jaar standaard kost voor elke student Bedrijfskunde (sorry, ik heb ook mijn dromen ooit in één adem met Porter genoemd te worden, dromen mag toch?!). De eerste twee P's zijn nodig om uberhaupt tot innovatie te kunnen komen:

  • Pijn
    Als een organisatie geen "pijn" voelt, dan is er geen sense of urgency om met innovatie bezig te zijn, en is het dus lastig om innovatie goed op de agenda te krijgen.
  • Passie
    Een gepassioneerd leider, met een visie waar hij heen wil, geïnspireerd door wat de potentiële gebruiker echt gelukkig maakt en in zijn visie meenemend wat er technologisch mogelijk is, is een belangrijke motor voor innovatie. De naam Steve Jobs viel erg veel als voorbeeld van zo'n gepassioneerd en visionair leider.

Een innovatieproces kan alleen van de grond komen als er ?óf Pijn, of Passie, of allebei aanwezig is. Als er dan een innovatieproces gestart wordt, is de derde P relevant:

  • Perfecte beleving
    Innovatie is vooral succesvol als de uitvoering van het idee met een hoog kwaliteitsbesef wordt uitgevoerd. Deze executie blijkt in de praktijk lastig: hoe creëer je de beleving die jouw potentiële klant of gebruiker echt raakt, aansluitend op je eigen commerciële doelstelling, gebruikmakend van de mogelijkheden van de techniek, binnen het beschikbare budget en de beschikbare tijd. Een uitdaging, maar zonder het creëren van zo'n perfecte beleving boet je in op succes. Ook hier weer Apple als voorbeeld van een bedrijf dat een erg goede beleving weet te creëren rond zijn producten, en de rol van leider Steve Jobs die bekend staat voor zijn knetterharde manier van sturen op kwaliteit en perfecte beleving.


Vond deze drie P's te mooi om niet even snel een blogpostje aan te wijden, reacties uiteraard welkom!

Geplaatst in  | geen reacties

Zin en onzin over marketing in second life

Geplaatst door Rene Jansen Sat, 09 Dec 2006 10:54:00 GMT

De afgelopen weken heb ik op verschillende congressen een presentatie mogen geven over de ontwikkelingen op het gebied van web2.0, social software in combinatie met marketing. Onder andere op een masterclass multichannel management bij Nyenrode en gister bijvoorbeeld bij de cross media middag van het European Center for the Experience Economy. Er ontstaat dan altijd een interessante discussie: waarom zou je als organisatie iets met second live doen? Voer voor een blogpost in het kader van alweer een Nederlandse blogkermis (dit keer bij Kletskous) dacht ik zo...

Laat ik beginnen bij het bericht afgelopen week op Emerce dat ABN AMRO tegenwoordig al vergadert in Second Life. Directievoorzitter Jan Peter Schmittmann vertelt dit met duidelijke trots aan een aantal journalisten. Hij stelt dat hij het heel effectief vindt om in 2nd life te vergaderen. De grootst mogelijke onzin natuurlijk: 2nd life is helemaal niet ingericht om effectief te vergaderen. Daar zijn veel betere online tools voor beschikbaar. Even verder lees ik dan ook dat Schmittmann vooral blij is dat ze eerder zijn dan de andere banken met deze actie. En daar zit hem volgens mij de kneep van alle aandacht op dit moment voor second life. Ik kan namelijk maar drie échte drijfveren onderkennen:


  • Geassocieerd worden met innovatie

    Het is op dit moment hip en vet om iets met second life te doen. Door dit soort acties associeer je je als organisatie met innovatie en creativiteit, zonder dat dat echt grote investeringen kost. Slim dus, als je de innovativiteit van je imago wat op wilt poetsen;

  • Free publictiy

    Aansluitend op het vorige punt, vinden alle marketingbladen en blogs het hip als grote organisaties iets doen op second life, en dus ben je verzekerd van veel free publicity. Ideaal natuurlijk;

  • Je doelgroep zit op second life

    Op dit moment zitten er zo'n 1,8 miljoen gebruikers op second life. Wereldwijd. Even voor de duidelijkheid, onze Nederlanse knuffel social network site Hyves heeft meer gebruikers (al geef ik direct toe dat 2nd life gebruikers wel actiever betrokken zijn bij second life dan Hyves gebruikers by Hyves). Als je doelgroep bestaat uit de 1,8 innovatieve, creatieve gadgetfreaks die vooral op 2nd life huizen, dan is aanwezigheid daar heel interessant. Terug naar het voorbeeld van ABN AMRO: Ik vermoed echter dat het grootste deel van de klantengroep van ABN AMRO nog nooit van 2nd life gehoord heeft, en er al helemaal niet actief is...


Lees je nou enige scepsis in deze opsomming? Inderdaad. Ik vind second life leuk, en interessant. Maar wat mij verbaast, echt oprecht verbaast, is dat we in second life gewoon de fysieke wereld aan het copiëren zijn. Bijvoorbeeld economisch: de neo klassieke economische theorie gaat over schaarste van goederen die nuttig zijn, en waarvan je jezelf de waarde kunt toeëigenen. En kijk, Linden Labs heeft heel slim wederom schaarste gecreëerd: goede locaties en interessante online gebouwen en goederen hebben waarde en zijn schaars, en zijn dus goed verhandelbaar (voorlopig in Linden Dollars, een paar centen, maar de inflatie is vele malen hoger dan wat Zalm acceptabel zou vinden). Voila, de interessante cashflow die op dit moment wordt gecreëerd. Maar wel als gewone copy van de fysieke wereld. Niet verwonderlijk dus dat de verschillende belastingdiensten onderzoeken of ze op deze handel niet gewoon "belasting toegevoegde waarde" (want daar staat BTW voor) kunnen innen.

En dan bijvoorbeeld RAI, die een virtueel congrescentrum opent waar zij dan weer gewoon standruimte kan verhuren rond bepaalde evenementen. Vernieuwend? In het geheel niet. Het enige nieuwe is dat de actoren in second life kunnen vliegen en via teleports zich heel snel kunnen verplaatsen. Maar voor de rest zie ik voorlopig gewoon een copy van de fysieke wereld en de traditionele manieren van communicatie, marketing en commercie. En dat vind ik jammer. Ik geloof dan ook dat we nog een aardige stap te zetten hebben, waarin we daadwerkelijk de mogelijkheden van web2.0, social software en virtuele werelden gaan begrijpen en inzetten voor vernieuwende vormen van marketing. Ik denk bijvoorbeeld aan peer 2 peer affiliation, waarbij ik een CD die ik goed vind aanraad aan mijn vrienden in mijn sociale netwerk, en daarvoor een fee ontvang. Ofwel, een mooie mashup van iTunes en Hyves. Of dat ik een fee ontvang voor verkeer naar een site die ik heb aanbevolen op watvindenwijover.nl. Mashups als marketingplatform. LastFM is één van de weinigen die dit begrepen heeft, en hoewel ik de interface van LastFM niet sterk vind, is het in elk geval een stap in de richting van echte vernieuwing in marketing. En dat zie ik in 2nd life nog niet zo terug...

Geplaatst in , ,  | Tags , ,  | 2 reacties

User-generated content moet ook betaald worden

Geplaatst door Mark Schoondorp Mon, 23 Oct 2006 11:40:00 GMT

Een klein raadseltje. In welke context speelt zich de volgende dialoog af?

En, hoe bent u er zo toe gekomen?
Eerst deed ik het voor mijn plezier en omdat ik het goed kan. Toen deed ik het voor anderen, omdat die daar kennelijk ook plezier aan beleefden. Zodra ik dat doorhad, deed ik het voor geld.

Deze dialoog, die ik afgelopen weekend las, doet mij denken aan een ontwikkeling waarin wij op dit moment middenin zitten: user-generated content. Sinds de begintijd van internet is heel veel content gratis gepubliceerd: boeken, artikelen, foto's, videoclips . Talloze weblogs, waaronder zeer professionele, hebben het licht gezien. Steeds meer sites vertrouwen op het principe van user-generated content, met Amazon en Wikipedia als lichtende voorbeelden.

Mede dankzij de kwaliteit van veel van de inhoud die nu op internet te vinden is, beleven steeds meer mensen plezier aan internet. In de vrijmarkt van het kapitalisme zou dit plezier wel eens de doodsteek voor gratis hoogwaardige user-generated content kunnen blijken - als jij er zoveel plezier aan beleeft, dan ben ik (de auteur) blijkbaar iets waard (zie bovenstaande dialoog). 
Ik verwacht dan ook dat steeds meer bedrijven de goede content-createurs aan zich gaan binden. En dat dus steeds meer inhoud zich zal ophouden achter gesloten deuren of op zwaar met advertenties gedrogeerde en/of gesponsorde websites. Alleen jong-getalendeerden die zichzelf nog moeten bewijzen en gemankeerde would-be schrijvers zullen zich vervolgens met gratis user-generated content bezig houden.

Het hobbyisme is nu echt wel van internet af. Zoals ooit de
radio-zendamateurs verdreven werden door de grote broadcast companies,
zo manouvreren Google, Yahoo en News Corporation (MySpace) zich nu in
de positie van de global narrowcast companies.

Goede content zal van professionals komen die goed zijn en er hun
vak van hebben gemaakt. Websites zullen zich met goede content willen
onderscheiden van hun concurrenten. Vertrouwen op user-generated
content zonder duidelijk beloningsmechanisme voor de auteurs zal de komende jaren
zelfmoord blijken.


Tot slot de oplossing van het raadsel: de dialoog wordt aangehaald door Geerten Meijsing in zijn bundel Stucwerk, en is ontleend aan de Italiaanse schrijver Pittigrilli. Het is het verveelde antwoord van een schrijver op de vraag waarom hij schrijver is geworden.

Geplaatst in  | 2 reacties

Onze visie op web 2.0

Geplaatst door Hans de Graaff Wed, 20 Sep 2006 12:52:00 GMT

Ken je ze nog, de beloften van de internethype? Kennis zou vrij verspreid worden en iedereen kon zijn eigen winkel beginnen. De wereld was een podium en marktplaats ineen. We zijn inmiddels 8 jaar en een desillusie verder. En nu begint weer een aantal mensen hetzelfde te roepen als toen. Wat is er veranderd in de tussentijd? Waarom is er web 2.0?

Het web beloofde vanaf dag 1 een wereldwijd netwerk van mensen die via internet met elkaar verbonden zouden zijn. Alle businessmodellen baseerden zich op dit toekomstvisioen. Uiteindelijk kwam de eerste revolutie van internet er echter op neer dat een nieuw massacommunicatiekanaal werd neergezet. Bedrijven plaatsten brochures, winkels hun handel en bezoekers trokken langs. Zo vulde het internet zich met websites die voldeden aan de vormen van communicatie die we met zijn allen al kenden.

Aan de zijlijn experimenteerde een groep ondertussen met de mogelijkheden die het nieuwe medium bood. En Amazon, E-Bay en Google maakten voor het grote publiek zichtbaar dat internet meer bood dan het oude vertrouwde.

Langzaam maar zeker won de belofte van de kracht van een netwerk van mensen weer aan kracht. Anno 2006 is een ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking dagelijks online en surft met snelheden over het internet waar we in 2000 niet van durfden dromen.

Internet is onderdeel geworden van ons dagelijks leven. Chat, internetbankieren en e-mail zijn niet meer weg te denken. Mensen gebruiken nu internet. En daarmee verandert internet van voornamelijk een kanaal voor eenrichtingsverkeer ("wij hebben iets te vertellen") naar een interactief medium. Een medium dat uitnodigt tot delen van muziek, films, voorkeuren, meningen. In dat delen ontstaan netwerken, met alle effecten van dien. Twee weten meer dan een, de wijsheid van de massa, het is allemaal waar.

Hoe krijgen deze netwerken vorm? Dat is waar web 2.0 naar ons idee uiteindelijk over gaat. Internet als sociaal platform van communicatie tussen mensen, waarbij diensten ontwikkeld worden om deze interactie vorm te geven. Van online foto- en videoalbums en weblogs tot wiki's en rss-feeds. Informatie krijgt een nieuwe dynamiek nu een steeds groter deel van ons leven zich online afspeelt. Nieuwe mechanismen om informatie te vinden en te gebruiken komen op dit moment tot stand. Winkwaves ontwikkelt eigen producten om de mogelijkheden van web 2.0 beschikbaar te maken voor de zakelijke markt in Nederland. En we adviseren bedrijven over het efficiënt toepassen van de nieuwste internettechnologieën.

De komende tijd zullen wij op deze site verslag doen van de middelen die als onderdeel van web 2.0 het licht zien.

Internet ontvouwt zijn volledig potentieel. Zijn jouw internet- en intranetsites hierop al berekend? En wat betekent dit voor het kennismanagement van de organisatie? Wij hebben daar zo onze ideeën over. Deze ideeën staan nog lang niet allemaal op de site, maar we werken er hard aan. In een gesprek lichten we het uiteraard graag allemaal toe.

Geplaatst in  | geen reacties

Top 10 onderwerpen watvindenwijover.nl

Geplaatst door Rene Jansen Mon, 21 Aug 2006 09:07:00 GMT

Het Google lijstje van de top 10 meest gezochte termen is ondertussen fameus. Stiekem hopen we dat de top 10 van meeste gezochte onderwerpen op Watvindenwijover.nl ooit net zo beroemd wordt natuurlijk, dus laten we maar eens beginnen met voor het eerst in onze halfjaar historie een overzichtje te publiceren.

Wat ik een beetje verwacht had was om veel web2.0 achtige onderwerpen tegen te komen. Maar nee, de bezoekers van watvindenwijover.nl blijken toch echt gewone mensen met normale behoeftes. De meest gezochte term is, jawel, vakantie. En met sex op nummer 3 en auto's op nummer 9 blijkt dat we toch echt heel gewone mensen langskrijgen. Wel leuk om te zien dat ook een wat serieuzer onderwerp als marketing populair is. Maar trek gewoon zelf je conclusie, bij deze de 10 meest gezochte onderwerpen op watvindenwijover.nl over het eerste half jaar:


  1. vakantie

  2. google

  3. sex

  4. mooi

  5. wiki

  6. marketing

  7. css

  8. humor

  9. auto

  10. muziek

Natuurlijk leuk om vervolgens te kijken hoe de top 10 er de afgelopen week uitzag:


  1. TV

  2. video

  3. onderzoek

  4. recepten

  5. CSS

  6. huis

  7. foto

  8. website

  9. vakantie

  10. Rotterdam

Ofwel: ook weer veel leuke huis tuin en keuken onderwerpen. Als ik eerlijk ben, ben ik daar eigenlijk wel blij mee, dat Watvindenwijover.nl op deze manier iets meer mainstream blijkt te gaan, ook al ligt er nog een redelijk zwaartepunt bij online marketing, web design en web2.0 achtige onderwerpen die vooral via de tag-cloud worden doorgeklikt. In elk geval kan dit lijstje misschien weer helpen om te werken aan je eigen zichtbaarheid als expert, je weet in elk geval waar mensen zoal op zoeken!

Geplaatst in ,  | één reactie

Time mangement mantra: 'do_or_delegate-divert-def-dump-delete'

Geplaatst door Rene Jansen Sat, 19 Aug 2006 19:59:00 GMT

Bij de start van Winkwaves hebben we onszelf als doel gesteld om "goed gereedschap" te maken voor kenniswerkers. Ofwel, een betere ondersteuning bieden voor beleidsmedewerkers, consultants, onderzoekers, schrijvers of andere mensen met een kennisintensieve job. Met watvindenwijover.nl hebben we een eerste vingeroefening gedaan om een platform te creëren om kennis te delen en met mensen in contact te komen die vergelijkbare (of juist heel andere) interesses en kennisgebieden hebben. Een ander gebied waar we kenniswerkers op termijn mee zullen gaan ondersteunen is bij het afhandelen van hun binnenkomende e-mails, een belangrijk onderdeel van het time-management van kenniswerkers. Wat eerste gedachten om jullie reactie te vragen in deze blogpost.


Er is de afgelopen jaren al veel geschreven over het afhandelen van binnenkomende informatie en e-mails. David Allen is natuurlijk één van de guru's op dit gebied, veel mensen hebben zich de afgelopen jaren bekwaamd in zijn "getting things done" filosofie. Een afgeleide aanpak is samen te vatten met het mantra 'do_or_delegate-divert-def-dump-delete'. Bij elk bericht dat je binnenkrijgt loop je dan langs dit mantra:


  • Do now

    Als het afhandelen van de mail minder dan 2 minuten kost: gelijk doen;
  • Do later or delegate

    Als het afhandelen langer dan 2 minuten zou duren: zet het op je to-do lijst (ik zal in een volgende post een keer ingaan op to do lijsten) of kijk wie het in plaats van jou kan doen;
  • Divert

    Wie moet je over deze mail informeren?
  • Def

    Als het een 'definitief' document is, bijvoorbeeld een eindversie van een document, een beslissing of een bevestiging, bijvoorbeeld dat een klant goedkeuring geeft aan een opdracht, dan is dit een bericht dat zo bewaard moet worden dat je het eenvoudig kunt overdragen aan anderen. Zolang mail en filesystemen nog niet met tags werken (behalve gmail natuurlijk) verdienen berichten in de def folder een extra laag van folders per klant of project;
  • Dump

    Als je denkt dat je deze informatie misschien ooit nog eens nodig hebt, maar nog geen idee hebt waar of wanneer, dan kan deze in de dump-folder: een plaats waar je het eventueel met Spotlight (op de Apple), Google desktop search of Copernic desktop search op de PC wel weer terug vindt, dus steek geen tijd in moeilijke folder-substructuren;
  • Delete

    Je kunt vaker berichten weggooien dan je denkt. Veel informatie is eventueel alsnog wel te reproduceren of terug te vinden.

Het interessante is dat dit mantra aansluit op de meeste time-management technieken en daarmee helemaal niet schokkend of nieuw is, maar dat zo'n mantra nog steeds niet goed ondersteund wordt in het vandaag gebruikte "gereedschap" voor kenniswerkers. Wij willen hier verandering in aanbrengen in ons streven om "goed gereedschap" te ontwikkelen. Zin om ons daar bij te helpen? We horen graag van je via info@winkwaves.com, want we kunnen nog wel wat hulp gebruiken!

Geplaatst in  | 3 reacties

Blockbusters en Long Tail in web2.0

Geplaatst door Rene Jansen Sun, 30 Jul 2006 11:35:00 GMT

De afgelopen tijd lees en hoor ik steeds vaker discussies over "the long tail". Op het congres "the web and beyond" kwam het langs, Marco Derksen van Marketingfacts schreef er over, en ook in de discussie rond een interessante post van professor Maes van de universiteit van Amsterdam op Knowledgecafe, een initiatief van een paar van mijn studenten bij de UvA, kwam het langs. Het leek me daarom aardig hier vanuit het perspectief van web2.0 nog eens naar te kijken.

Wat is dat nou precies, de "long tail"? Je zou het eenvoudig zo kunnen uitleggen: de AKO heeft op veel plaatsen (veelal stations) een boekwinkel. De oppervlakte is beperkt, maar de aanloop is erg groot. Voor de AKO is het daarom van belang om vooral die boeken te voeren die interessant zijn voor die aanloop. Daarom bestaat het assortiment vooral uit populaire, makkelijk verkopende boeken voor een breed publiek. Deze verzameling boeken worden "blockbusters" genoemd. De tegenhanger van blockbusters is dan "de longtail": de boeken die voor een veel kleinere groep mensen interessant zijn en een veel lagere omloopsnelheid hebben. Deze boeken zijn veel minder interessant voor de AKO om in haar assortiment te hebben, en vind je daarom alleen terug in gespecialiseerde boekhandels. Amazon is groot geworden door deze long tail aan te gaan bieden: zij haalt het grootste deel van haar omzet uit boeken die in de reguliere boekhandel niet (meer) te verkrijgen zijn. Iets wat in de virtuele wereld makkelijk te doen is omdat je geen schapruimte beperking hebt.

Wat heeft dit precies met web2.0 te maken? Veel web2.0 toepassingen (denk aan Digg) werken met een voting mechanisme met een zichzelf versterkend effect: een artikel waar veel op gestemd wordt krijgt meer aandacht (wordt op homepage gezet) waardoor nog meer mensen er op gaan stemmen. Zo ontstaan “blockbusters”, de AKO top 10 maar dan digitaal. In zijn post op Knowledgecafe.nl was dit volgens professor Maes één van de redenen waarom hij zo weinig echt interessante posts tegenkwam op dit soort sites. Je zou (met een knipoog) kunnen zeggen dat met dit soort mechanismen er zoiets ontstaat als "de domheid van de massa" of "de waan van de dag". Toch voorzien dit soort sites in een behoefte, kijk maar naar de populariteit ervan (vooral in de VS voorlopig).

Ik denk dat het helpt voor de discussie over de waarde van web2.0 diensten om naast het onderscheid tussen "blockbusters" en "longtail" een tweede as te benoemen, die gaat over de gewenste actualiteit: gaat het vooral om nieuws of vooral om naslag. Zo ontstaat een twee bij twee matrix om webdiensten in onder te brengen, met op de ene as "blockbusters" versus "longtail" en anderzijds "nieuws" versus "kennisbank". Elk van deze vier soorten diensten voorziet in een andere behoefte.


  • Blockbuster Nieuws

    Digg is het beste voorbeeld hiervan. De actualiteit is belangrijk, mensen gaan naar deze site om "iets nieuws" te lezen. Dit soort dientsen heeft een entertainmentfunctie en is input voor het gesprek van de dag.


  • Longtail Nieuws

    Het beste voorbeeld zijn de gespecialiseerde blogs met nieuws rond een specifiek thema, bijvoorbeeld de blog van David Armano, die nieuws brengt op het specifieke kruisvlak van marketing en experience design of Wakkere makkers die nieuws brengt over hoe zoekmachines ons steeds weer voor de gek houden of Sophie's blog die zelf haar eigen nieuws brengt over haar leven met kanker. Ik denk dat het succes van blogs te verklaren is dat er heel laagdrempelig publicaties rond een heel specifiek thema (long tail) gebundeld kunnen worden, daar waar dit voor een commerciële uitgever (nog) niet interessant is. Als het populairder wordt kan het natuurlijk alsnog groeien naar een blockbuster (en zal er dus ook blockbuster nieuws rond het thema ontstaan).

  • Blockbuster kennisbank

    Kennisbanken over blockbuster thema's vind je vooral terug in de online archieven van dagbladen en vaktijdschriften, zoals de dossiers van NRC of de thema's van Emerce. Dit zijn kennisbanken met een bepaalde mate van autoriteit (dankzij de bekende uitgevers en redacteuren die achter de kennisbank staan) en gaan vooral over voor een brede doelgroep interessante onderwerpen.

  • Long tail kennisbank

    Juist bij de long tail kennisbanken komt volgens mij de "wisdom of the crowds" gedachte goed tot zijn recht. Wikipedia weet bijvoorbeeld een veel bredere dekking van onderwerpen te bereiken dan de thema's van NRC, simpelweg omdat het werk van schrijven verdeeld wordt over een grote massa, en er ook voor de minder grote onderwerpen voldoende geïnteresseerde lezers zijn. In deze setting dragen mensen vooral bij aan onderwerpen waar ze zelf expert in zijn, en door de onderlinge sociale controle leidt dit (meestal) tot een prima vulling van de kennisbank. Ook social bookmarking schaar ik in deze categorie. Het interessante is dat veel social bookmarking sites, ook oervadervoorbeeld del.icio.us, niet echt een duidelijke propositie kiezen in de matrix. Wij realiseerden onszelf pas onlangs dat veel gebruikers onze Nederlandse social bookmarkingdienst Watvindenwijover.nl vooral als nieuwssite gebruiken, terwijl we hem eigenlijk bedoeld hebben als kennisbank voor de long tail. Zo wordt het long tail kennisbankperspectief (mooi buzzword bingo 2.0 woord trouwens) bijvoorbeeld mogelijk gemaakt door de ingebouwde suggesties van "voor mij gevonden" die het archief van beschikbare meningen over langere tijd doorzoekt om je pro-actief interessante suggesties te doen die nu, in je huidige context, interessant zouden kunnen zijn. Als we van watvindenijover.nl meer een long tail nieuwssite willen maken, dan zullen we ons moeten storten op het ontwikkelen van heel andere functies, namelijk "social news" functies.

Allevier deze soorten webdiensten voorzien in een behoefte. Ik denk dat het aloude "stuck in the middle" van Porter ook hier opgaat: je zult als ontwikkelaar van een web2.0 dienst een duidelijke plaats moeten kiezen in de matrix, juist omdat een andere plaats ook betekent dat andere functionaliteit gewenst is. En fans en critici van web2.0 diensten kunnen met deze matrix in de hand eenvoudiger hun discussie structuren over wat de waarde van een specifieke web2.0 dienst is.

Geplaatst in ,  | geen reacties

Opportunisme in social bookmarking: Misbruik of gebruik?

Geplaatst door Rene Jansen Tue, 11 Jul 2006 15:56:00 GMT

Bij elke mening op watvindenwijover.nl zit een knopje "meld misbruik". Sinds we in januari live gingen, bijna zes maanden en ruim 3000 posts verder, is daar precies 13 keer gebruik van gemaakt om ongenoegen over een mening kenbaar te maken. De helft van de keren ging dit anoniem, de andere helft met afzender. Deze week hadden we relatief gezien een uitschieter boven de trend met twee "misbruikmeldingen". Dat slingerde bij ons een maandagmorgendisccusie aan (half wakker, beetje loom van het warme weer, lekker bakkie in de hand): wanneer vinden wij nou dat er echt sprake is van misbruik? Een mooie aanleiding voor een beschouwende blogpost over "sociale controle" bij social bookmarking...

Bij watvindenwijover.nl kan iedereen zich aanmelden en meningen toevoegen. Er is geen enkele redactionele controle, spamcontrole of controle op goede zeden vooraf. De ultieme vorm van user generated content zeg maar. Kunnen mensen die vrijheid aan? Of leidt het altijd aanwezige opportunisme in onze kapitalistische samenleving automatisch tot misbruik? En wat is een goede manier om daar dan mee om te gaan?

Een voorbeeld. Een van onze actieve gebruikers mailde over een andere gebruiker: "Hans Mestrum heeft volgens mij elke pagina van zijn eigen website hier gepromoot/ gebookmarkt bij WVWO, dit soort spammen zou geweerd moeten worden."

Nu is het voor ons een bekend verschijnsel dat nieuwe gebruikers, als ze zich net aangemeld hebben, direct hun eigen site toevoegen. Logisch, want dat is een URL die je top of mind hebt en daarmee kun je makkelijk even uitproberen hoe het werkt. Kijkend naar de meningen van Hans Mestrum, geen onbekende in de Nederlandse blogwereld, verwijzen veel van zijn toevoegingen inderdaad naar artikelen die hij zelf geschreven heeft. Anderzijds, inhoudelijk kijkend naar de toevoegingen blijkt dat Hans veel experimenteert en over zijn bevindingen schrijft. En daarmee voegt hij wel waarde toe aan watvindenwijover.nl. Moeten wij hier Hans nu op aanspreken? We hebben er naar gekeken, maar we nemen geen actie tegen hem. Belangrijkste reden: de toevoegingen hebben op zich wel een waarde, en als je naar zijn meningenpagina gaat kun je direct zien dat dit het soort toevoegingen is dat hij doet. Zo bouwt elke gebruiker in de loop der tijd een online identiteit op, waaraan mensen makkelijk kunnen aflezen met wat voor soort iemand ze van doen hebben. Het profiel als bescherming tegen misbruik zeg maar. Het is dan aan elke lezer zelf om een beeld te vormen rond de persoon en of hij deze persoon vertrouwd en interessant vindt.

De tweede misbruikmelding van dit weekend kregen we over de post van Yvonne. De misbruikmelder heeft blijkbaar even research gedaan via de whois database en concludeert: "Yvonne heeft een account gemaakt en daar slechts 2 websites mee gebookmarkt, die toevallig beide geregistreerd staan op naam van Y. (yvonne?) Vos. Tanja is actief sinds Yvonne 'actief' is echter zij heeft (even als Yvonne) alleen www.sexylingeriewinkel.nl gebookmarkt en is daarna nooit meer actief geweest.
Volgens mij is hier sprake van het aanmaken van twee accounts door één persoon, die er ook nog alleen voor zijn gemaakt om de eigen websites te promoten."


Inderdaad ziet dit er wel erg dubbel uit. Moeten wij Yvonne (en Tanja) hier op aanspreken? Geen makkelijk antwoord, maar op dit moment nemen we ook tegen haar (nog) geen actie. Belangrijkste redenen: als je naar de profielen van deze dame's kijkt wordt direct duidelijk dat zij slechts 1 site hebben toegevoegd, en dat het hier dus waarschijnlijk om zelf-promotie gaat. Verder filteren onze business rules dit soort toevoegingen eruit als het gaat om het doen van aanbevelingen. En last but not least: sinds de toevoeging op 10 april (3 maanden geleden) is er nu pas één melding van misbruik, dus blijkbaar zijn er weinig mensen die zich aan deze toevoegingen storen...

Betekent dit dat we alles maar toestaan? Dat ook weer niet, we monitoren heel duidelijk wat er allemaal gebeurt en hebben al diverse malen ingegrepen. Deels zichtbaar, deels onzichtbaar. Onzichtbaar? Klinkt spannender dan het is, maar we hebben al verschillende keren de business rules die advies geven aan gebruikers (bijvoorbeeld: voor mij gevonden en wie zijn experts) aangepast om de kans op exposure van dit soort toevoegingen te verkleinen. Ook hebben we als gevolg van trefwoordenspam bij een eerder geval het aantal trefwoorden dat je per mening kunt gebruiken verkleind. Ook merkten we al vrij snel dat enkele slimmerikken een site steeds opnieuw gingen toevoegen of editen om hem bovenaan te krijgen. Dat soort misbruik proberen we met wat slimme functionaliteit en business rules te minimaliseren. Slechts één keer hebben we daadwerkelijk ingegrepen op een misbruikmelding, maar dat bleek bij een ouder iemand te zijn die blij was dat we hem vervolgens hielpen te bereiken wat hij echt wilde...

Samenvattend hanteren wij dus op dit moment de volgende manieren om de kans op misbruik van watvindenwijover.nl te minimaliseren:

  • Sociale controle is de belangrijkste moderator, daarom reageren we heel alert op meldingen van "meld misbruik" (maar zijn tegelijkertijd terughoudend met ingrijpen, zoals je ziet);
  • We schaven continu aan business rules om exposure van dubieuze meningen te minimaliseren;
  • We zijn bezig om rating en rankingmechanismen te implementeren waardoor de "wisdom of the crowd" nog directere invloed heeft op wat boven komt drijven of niet, de echte online variant van sociale controle zeg maar.

De vraag is nu natuurlijk: zijn we hiermee op de goede manier bezig om misbruik in te perken? Op zijn web2.0's horen we natuurlijk graag terug van onze gebruikers of we op de juiste weg zijn om dankzij sociale controle en slimme business rules de kans op misbruik klein te houden...

Ik nodig jullie graag uit te reageren, en hoop natuurlijk dat ook Hans en Yvonne zich in deze discussie mengen :)

Geplaatst in ,  | 3 reacties | geen trackbacks

Nederland klaar voor de kenniseconomie?

Geplaatst door Rene Jansen Mon, 26 Jun 2006 15:12:00 GMT

De laatste tijd heb ik regelmatig gesprekken over de "kenniseconomie". Vaak is dan de conclusie dat we daar in Nederland nog helemaal niet klaar voor zijn. Mensen herkennen zichzelf helemaal niet in de naam "kenniswerker", en managers weten niet hoe zij kenniswerkers moeten aansturen. Daarom komen alle managementtechnieken uit de industriële economie langs. Vandaag eens gekeken naar de activiteiten waar die Nederlandse kenniswerker dan druk mee is. En als je dat ziet, is gelijk duidelijk waarom we nog een lange weg te gaan hebben in NL...



(bronverantwoording: een goed gesprek op een druilerige maandagmiddag, met 2 Brand bier en 2 zakjes Lays paprika chips)

Geplaatst in  | geen reacties

Web2.0 als marketinginstrument

Geplaatst door Rene Jansen Sun, 04 Jun 2006 08:13:00 GMT

Ruben, de blogger van Usarchy, nodigde ons uit om mee te doen aan de eerste Nederlandse blogkermis: een online blog carnaval waar allerlei blogposts op het gebied van marketing samen worden gebracht. Vandaar deze blogpost waar ik eens wat ideeën toelicht over de vraag hoe web2.0 ingezet kan worden als marketinginstrument.

Trends in marketing

Kijkend naar de laatste trends op het gebied van marketing denk ik dat er op dit moment vier strategische marketingrichtingen zijn om je merk onderscheidend op de kaart te zetten:


  • De beste beleving
    Denk aan de experience economy van Joseph Pine: als organisatie probeer je rond je product of dienst een beleving neer te zetten die de klant niet snel zal vergeten. Apple, De Efteling of "4 uur Cup a Soup tijd" zijn aardige voorbeelden. Het neerzetten van zo’n beleving betekent erg hard werken en enorme budgetten uittellen voor design, marketing en branding.
  • De goedkoopste
    Het C1000 gevoel, gewoon geen fratsen, maar een uiterst efficiente proces om zelfs met een lage prijs nog net voldoende marge over te houden om succesvol te zijn. Marketingcommunicatie is hard nodig om mensen te blijven overtuigen dat je de goedkoopste bent, dus "play it hard" (denk aan tele2) en leef rond je acties.
  • De geloofwaardigste
    Door de toenemende transparantie merk ik bij mijzelf een toenemende afkeer van organisaties die niet "echt" zijn, die mij als consument het gevoel geven dat ik voorgelogen wordt zeg maar. Albert Heijn heeft voor mij zijn geloofwaardigheid verloren op het moment dat ze begonnen toe te geven de afgelopen jaren veel te veel voor alle producten gerekend te hebben. Dan vertrouw ik zo’n organisatie niet meer. Ik merk dit vaak bij Amerikaanse spelers: als ik online een product koop en ze vragen om een "promotional code". Negen van de tien keer heb ik die niet, en voel me dan bij voorbaat genaaid: waarom krijg ik die korting dan niet en andere wel? Ben ik minder belangrijk? Vanuit dit gevoel zie ik een trend om je als organisatie transparanter en geloofwaardiger op te stellen, waarmee je verkoop niet zozeer stimuleert door acties en lage prijzen, maar juist door bij de klant een stuk vertrouwen, respect en waardering op te bouwen. Dit kost tijd, en is daarmee een van de moeilijkste strategieën. Maar, in mijn ogen, wel de strategie van de toekomst...
  • De allerpersoonlijkste
    Vooral geschikt als je in een specifieke niche branche of sector zit, zoals het ontwikkelen van individuele aanpassingen voor gehandicapten, of het opzetten van een afvalstraat voor gemeentereinigingen. In die gevallen maak je een relatief kleine oplage van je product, met heel specifieke eigenschappen. Kennis van je markt in het algemeen en de individuele klant in het bijzonder zijn hier de cruciale onderscheidende factoren.

Marketing en web2.0

Kijkend naar deze trends, zie ik bij de de derde strategie van "de geloofwaardigste" een mooi link naar web2.0. Web2.0 biedt een platform waarop mensen elkaar kunnen vinden. Door hier "de mens" in jouw organisatie in contact te brengen met "de klant" (die vaak tot verbazing van veel organisaties ook een mens van vlees en bloed blijkt te zijn, vol van emoties, ambities en ervaring...) liggen er gouden kansen om de strategie van “geloofwaardigste” invulling te geven.

Maar hoe doe je dat dan? Is bijvoorbeeld corporate bloggen het antwoord? Ik zou zeggen: het is een stapje. Je kan namelijk de corporate blog gebruiken om dagelijks of wekelijks meer inzicht te geven in waar je mee bezig bent. Nadeel is dat het concept van bloggen vrij “autoritair” blijft: de blogger (de organisatie) vertelt zijn verhaal, de lezer kan slechts reageren. Dat hij terug kan praten is een stap voorwaarts, nuttig dus, maar het is letterlijk “terug-”praten in plaats van "mee-"praten. Waarmee je het risico loopt dat corporate bloggen vrij makkelijk verwordt tot ouderwetse marketingcommunicatie.

Om geloofwaardig te creëren middels transparantie zie ik meer kansen in bijvoorbeeld wiki’s en social bookmarking. Een wiki is als "collaborative writing environment" gewoon het virtuele whiteboard waar je samen met je klanten om heen kunt staan om samen kennis te maken. Ik heb dit idee in de praktijk nog niet gezien, maar neem bijvoorbeeld Yamaha of Korg, die zouden de handleiding van hun synthesizers als wiki neer kunnen zetten. Waarmee de gebruikers, die vaak zelf veel meer weten van hoe ze omgaan met het product en hoe het werkt, de kans krijgen om zelf aanvullingen of wijzigingen te doen aan zo’n producthandleiding. Slim voor iedereen: de kwaliteit van de handleiding gaat omhoog, noem het een “open source handleiding” waarmee nieuwe klanten geholpen zijn, maar ook het respect voor Yamaha zal omhoog gaan. Waarom? Omdat ik er van overtuigd ben dat klanten dergelijke transparantie en de mogelijkheid om mee te denken, mee te praten enorm waarderen en zullen omzetten in een veel grotere binding. Zonder dat daar nou enorm grote marketingbudgetten tegenover hoeven te staan.

Een andere mogelijkheid zie ik in het delen van kennis met je klanten middels social bookmarking. Ik denk dat veel organisaties zich onvoldoende realiseren hoeveel kennis er verstopt zit in de hoofden van hun medewerkers en in de bookmarks in eenieders browsers. Door aan je site een social bookmarking omgeving toe te voegen, waar al jouw medewerkers interessante referenties naar artikelen en sites toevoegen, al dan niet voorzien van hun annotatie wat er dan zo interessant aan is, biedt je klanten en prospects een logische plek om zichzelf te verdiepen in de trends en ontwikkelingen in jouw markt. Je zet dan “kennis” in als je onderscheidende waarde in de markt. Door ook klanten de mogelijkheid te geven sites toe te voegen en te annoteren, creëer je een gevoel van "samen aan de zelfde kant van de tafel zitten". Heel krachtig als relatie-instrument, maar zeker ook als “marketing research” instrument. Want nog niet eerder kon je als organisatie zoveel te weten komen over wat je klant vind, hoe hij denkt, en wat zijn ideeën en wensen zijn. De kunst is om zo hét kennisplatform voor jouw branche te creëren.

Samenvattend denk ik dat web2.0 ideale mogelijkheden biedt om vooral de marketingstrategie van "de geloofwaardigste" goed te ondersteunen. Dat gebeurt nu nog heel weinig. Je zou je bijna afvragen, is dat omdat web2.0 nog niet zo bekend is, of is het omdat nog weinig bedrijven het aandurven zich als "de geloofwaardigste" te profileren? Ik hoor graag jullie reacties!

Geplaatst in  | Tags , ,  | 4 reacties