weblog over communicatie, kennisdeling en samenwerking via internet

Het meten van het succes van een (online) community

Posted by Rene Jansen Sun, 24 Feb 2008 12:04:00 GMT

Martin Kloos, een oud student van me die twee jaar geleden bij mij is afgestudeerd op het onderwerp communities of practice, triggerde mij vandaag tot een blogpost over het meten van het succes van een (online) community. Martin besprak op zijn blog de tool Nuconomy, die claimt om het succes van communities te kunnen meten middels zachte factoren. Als je je er dan wat verder in verdiept blijkt Nuconomy eigenlijk vooral relatief traditionele maten als aantallen bezoekers en aantal uploaders te gebruiken om het succes te meten. Ik bood Martin gelijk aan om hier eens samen een artikel over te schrijven, want het meten van het succes van een community kan natuurlijk veel beter. In deze blogpost wat eerste gedachten over het meten van het succes van een (online) community, waarin ik natuurlijk ook gebruik zal maken van ons ondertussen bekroonde onderzoek samen met de Universiteit van Amsterdam naar sociaal gedrag in online omgevingen.

Laten we allereerst beginnen met de context waarin Nuconomy zijn meettool vooral wordt ingezet. Steeds meer organisaties zijn er op uit om "een community" te starten, een social netwerk waarin hun medewerkers, klanten en prospects waardevolle gesprekken hebben en een hechte onderlinge relatie kunnen opbouwen. Een belangrijk kenmerk van een community is echter dat communities zich niet laten afdwingen: het is een sociaal proces dat slechts gefaciliteerd of gefrustreerd kan worden. Zoals we in ons co-created whitepaper "Help, de consument praat terug" ook al schreven, is het belangrijk om als initiatiefnemer of facilitator van een community, zelf ook op een transparante en authentieke wijze te participeren in een community. Het succes voor jou als organisatie, datgene wat Nuconomy dus met zijn tool probeert te meten, is daarmee slechts één kant van de medaille.

De andere kant van de medaille komt voort uit de belangrijkste eigenschap van een community, namelijk dat het een sociaal proces tussen mensen betreft, waarbij verschillende mensen met verschillende rolopvattingen participeren. Iedereen heeft daarbij zijn eigen motivatie om te participeren, zijn eigen inbreng in het sociale proces, en dus ook zijn eigen maatstaven om te bepalen in welke mate hij zich identificeert met de community en in welke mate hij de community en zijn bijdrage daarin als waardevol ervaart. Het meten van het succes van een community zal deze diversiteit aan rolopvattingen moeten ondersteunen.

Dat brengt ons bij de vraag: welke rolopvattingen zien we terug in online communities? Wij hebben bij de implementaties van ons sociale en dynamische kennisdelingsplatform Winkwaves Stage, eigenlijk is dit ook een online community-tool, veel onderzoek gedaan naar de rolopvattingen die mensen hebben als zij op dit platform actief worden. Deze rolopvattingen zal ik hier iets generieker beschrijven om ze in het algemeen voor online communities van toepassing te laten zijn.

Allereerst enkele rolopvattingen die leiden tot het toevoegen van informatie aan de online community:

  • De tipper
    Rolopvatting: Ik heb altijd voor iedereen leuke tips als "heb je dat restaurant al geprobeerd, dat boek al gelezen, die site al eens uitgeplozen?"
    Motivatie: ik deel graag tips met iedereen, zo ben ik nu eenmaal.
    Community is voor mij een succes als ik er makkelijk mijn tips kan delen en verspreiden.
  • De storyteller
    Rolopvatting: Ik heb een visie, een mening, en ik zoek een podium om dat uit te dragen
    Motivatie: Ik wil graag gehoord worden
    Community is voor mij een succes als ik er mijn verhaal goed kan vertellen en er interessant publiek komt
  • De profileerder
    Rolopvatting: Ik wil gezien worden als expert, daarom zoek ik overal podia om aan mijn imago te kunnen werken.
    Motivatie: ik wil graag gezien woren
    Community is voor mij een succes als ik beter vindbaar ben en meer volgers krijg
  • De archiveerder
    Rolopvatting: ik bewaar en orden informatie voor mezelf, en als anderen daar ook hun voordeel mee kunnen doen heb ik daar geen problemen mee
    Motivatie: Ik hou het graag opgeruimd en overzichtelijk voor mezelf
    Community is voor mij een succes als ik er gewoon op een handige manier mijn eigen ding kan doen (en verder heb ik niet zoveel met dat community gedoe)
  • De blogger
    Rolopvatting: ik zoek overal plaatsen waar ik mijn blog kan promoten
    Motivatie: Hoe meer linkjes naar mijn blog hoe beter mijn Google pagerank...
    Community is voor mij een succes als ik meer traffic naar mijn blog krijg
  • De reageerder
    Rolopvatting: zelf informatie toevoegen zie ik niet zo zitten, maar ik reageer graag met een reactie of stem op wat anderen posten
    Motivatie: hoewel ik niet zo van de spotlights hou ik wel van een goed gesprek
    Community is voor mij een succes als ik interessante gesprekken kan hebben.

Naast deze mensen die actief toevoegen, zijn er ook mensen die minder zichtbaar een rol spelen in de community:

  • De connector
    Rolopvatting: Ik vertel iedereen enthousiast dat deze community er is (en leuk is)
    Motivatie: ik vertegenwoordig graag een ambassadeursfunctie, maar heb zelf niet zoveel in te brengen
    Community is voor mij een succes als ik er enthousiast over kan vertellen
  • De lurker
    Rolopvatting: Altijd op zoek naar handige (extra) informatiebronnen
    Motivatie: ik kom vooral voor inspiratie
    Community is voor mij een succes zolang ik er zinvolle informatie vind
  • De eendagsvlieg
    Rolopvatting: Ik kijk rond of ik deze community interessant vind
    Motivatie: Ik probeer altijd graag nieuwe dingen uit
    Community is voor mij een succes als hij me meer raakt dan alle andere dingen die ik uitprobeer

Organisaties die een community met hun klanten willen opzetten, ontwerpen zo'n community vaak alleen maar voor "de actieve participant", en meten het succes ook alleen maar aan het aantal mensen die bijdragen. Zo werkt ook de Nuconomy tool. Het interessante is echter dat alle genoemde rolopvattingen belangrijk zijn voor een afgewogen sociaal proces in de community, en daarmee, voor het succes van de community. De lurkers lijken alleen maar profiteurs maar spelen een belangrijke rol doordat zij het publiek zijn voor tippers, profileerders en storytellers. De organisatie die de community wil opzetten zal dus per participant moeten benoemen welk doel hij zelf met elke rol in de community heeft, en hoe belangrijk de verschillende rollen zijn. Een handig hulpmiddel is om voor alle rolopvattingen Persona's te ontwerpen. Een tool om het succes van een community te meten, zal dan per actie die in de community wordt uitgevoerd moeten analyseren vanuit welke rolopvatting of persona die actie is uitgevoerd, en op basis daarvan bepalen welke waarde er wordt geleverd, ofwel, welke succesmaat gemeten moet worden. Een tool die op deze rijke visie op communities is gebaseerd heeft volgens mij vele malen meer potentie dan Nucomony. Ik heb Martin Kloos voorgesteld om hier eens samen een gedegen onderzoekje naar te doen. Zin om ook mee te denken en te schrijven of goede cases in te brengen? Helemaal leuk!

Posted in  | Tags , , ,  | 1 comment

Mag ik je vrienden hebben? Kritische kanttekeningen bij Google's OpenSocial

Posted by Mark Schoondorp Sun, 04 Nov 2007 20:35:00 GMT

Het grootste nieuws van de afgelopen week op internet is zonder twijfel de lancering door Google van OpenSocial. Onder het (populistische) motto: 'The web is better when it's social' ontfermt Google met OpenSoical zich over de identiteit van miljoenen internetters. Wat dit betekent voor de dominantie van Google op internet, is een onderwerp apart. Vandaag op de Winkwaves blog aandacht voor een ander aspect: wat is de waarde van een techniek die je moeiteloos je vrienden laat meenemen van de ene omgeving naar de andere?

OpenSocial is geen nieuw social networking website, maar wil een interface bieden tussen bestaande social sites. Daartoe biedt het gestandaardiseerde informatieprotocollen, oftewel API's. Google onderscheidt daarbij drie soorten:

  1. Wie ben ik? Profielinformatie
  2. Wie ken ik? Vriendeninformatie
  3. Wat doe ik? Activiteiteninformatie

Voor meer details van het platform, kijk bv. op 25hoursaday, het artikel van Dion Hinchcliffe of hier.

Viral marketing

Ik heb grote vraagtekens bij de werkelijke toegevoegde waarde. De controle van de data lijkt in handen te liggen van de social networking sites die de API's van OpenSocial gebruiken. Het belang van sites kan ik begrijpen: viral marketing was nog nooit zo eenvoudig. Ik kan mijn vrienden eenvoudig uitnodigen voor welke nieuwe dienst dan ook die ik besluit te gebruiken. Mijn vrienden kan ik op Hyves aanmaken en dan koppelen aan mijn Netvibes account. Zo breidt het netwerk van een nieuwe dienst zich snel uit. Maar me vrij bewegen op internet wordt steeds lastiger.
Het is alsof ik continu mijn hele familie mee zeul, zodra ik een nieuwe dienst uitprobeer. 'He ma, kijk eens waar ik nu weer uithang...' Je kunt zeggen: maar je hoeft je profielen niet te koppelen. Inderdaad, maar hoeveel mensen kiezen niet gemak boven afgewogen keuzen? Ik voorspel dat ik steeds vaker de moeders van anderen tegen zal komen, zonder dat zij mij of ik hen ook maar iets te melden heb.

Het netwerk van connecties zal zich als een olievlek uitbreiden. Wat betekent dat echter voor de groepen waarin ik me thuis voel? Gemeenschappen onderscheiden zich minstens zozeer door de mensen die erin zitten als door de mensen die geweigerd kunnen worden. Maar als je vrijwel automatisch je connecties meeneemt, lijkt de aantrekkingskracht van het getal het te winnen van de kwaliteit. Zoals mij laatst overkwam op een site voor freelancers: ik meende mijn adresboek te importeren, maar het bleek dat ik al mijn contacten uitnodigde ook op het freelance netwerk te komen. Terwijl het merendeel van die contacten in de verste verte geen freelancer is.
Wat heeft het in voor zin om vrienden mee te nemen van site naar site, als je juist diverse vrienden hebt om diverse dingen te doen? Wat doe je met al die uitnodigingen? Weigeren lijkt een afwijzing, accepteren hypocriet. Vrienden raken gevangen in elkaars netwerk van social sites en zeker als vrienden geen vrienden zijn maar business partners en klanten, wordt het allemaal wel heel gevoelig. OpenSocial erodeert het begrip 'vrienden' verder, totdat uiteindelijk vrienden onze vijanden zijn, omdat ze ofwel teveel aandacht vragen, ofwel te vaak afgewezen zijn. OpenSocial maakt 'social' misschien wel te gemakkelijk.

Posted in  | Tags ,  | 3 comments

Tagging in soorten en maten

Posted by Mark Schoondorp Fri, 31 Aug 2007 12:54:00 GMT

Deel 1 van deze tweeluik over tagging en trefwoorden beschreef de verborgen kosten van tagging. We signaleerden een spanning tussen het snelle shoot-and-run karakter van tagging enerzijds en de organiserende behoefte van de mens anderzijds. In deel 2 een ontwerpoplossing om de twee tactieken met elkaar te verzoenen. Een oplossing die inmiddels voorzichtig ondersteund wordt op 'Watvindenwijover.nl'.

Er is inmiddels heel veel geschreven over de praktijk van tagging. Een goed overzicht staat in het proefschrift van Moritz Stefaner, "Visual tools for the socio–semantic web" (hoofdstuk 2.5).
Maar als ontwerper wil ik meer dan de theorie - ik wil de doorleefde emotie. Na anderhalf jaar heb ik die wel. En gelukkig strookt mijn emotie met theoretische inzichten. Dus staat me dan als ontwerper maar een ding te doen: ontwerpen voor de nieuwe inzichten. En nee, daarmee wordt het niet makkelijker, wel krachtiger. Het goede nieuws is: voor wie geen krachtiger mogelijkheden wil, verandert er helemaal niets op 'Watvindenwijover.nl' Nog beter nieuws: wie behoefte heeft aan meer structuur in het gebruik van trefwoorden, bieden we een eerste voorzichtige aanzet, die op basis van de ervaringen verder ontwikkeld zal worden.

Onderwerp, typering en doel

Bij tagging denken de meesten in eerste instantie aan het benoemen van het onderwerp van de website: waar gaat deze pagina over? Het idee is dat hier over de tijd heen een zekere consensus tussen mensen over zal ontstaan. Een pagina over hondentrainingen zal vrij snel een gelijkende set trefwoorden opleveren. En dan is het prettig om op 'hond' door te klikken naar andere pagina's over honden.
Dan heb ik vrijwel altijd ook trefwoorden die iets over mijn oordeel zeggen. 'Leuk' of 'handig' bijvoorbeeld. Deze groep trefwoorden, waartoe ik ook neutralere termen als 'recensie' of 'statistiek' reken, geeft de context weer die de gebruiker aan de pagina meegeeft. En deze context is van een andere orde dan een onderwerp. Ze zijn bedoeld ter typering, niet voor definiëring.
Tot slot voeg ik veel websites toe met een specifiek doel: bijvoorbeeld terwijl ik met mijn vakantieplanning bezig ben, of met informatiegaring voor mijn promotie. Een doel dat je deelt met meerderen, is een reden om een groep te starten, maar als je het vooral voor jezelf doet, kan je ook een trefwoord eraan toewijzen.

Het failliet van de orde die vanzelf komt

Zo vind ik in mijn trefwoorden van alles en nog wat door elkaar heen. Structuur is ver te zoeken, en in deze chaos blijkt er helemaal niets 'vanzelf' te ontstaan (dat zou ook volledig indruisen tegen alle natuurwetten; orde ontstaat nimmer vanzelf.) De praktijk van tagging vereist bepaalde basisregels. Uit de voorafgaande analyse mag duidelijk zijn waaraan ik denk: de mogelijkheid trefwoorden te classificeren en van elkaar te onderscheiden. Tagging wordt complexer, maar om te leren zul je je eerst bewust moeten worden van wat je doet. Iedere leraar kan je dat vertellen. Tagging is niet gratis, maar met een bepaalde set van basisregels kun je wel de brug slaan van shoot-and-run naar leren.
Om te leren moet je onderscheid gaan maken tussen de trefwoorden die je gebruikt: wat is het onderwerp, hoe kan ik de informatie typeren en voor welk doel voeg ik de pagina toe? Op 'Watvindenwijover.nl' hebben we daarom speciale karakters geïntroduceerd.

  • '=' voor de typering
  • '@' voor het doel
  • '*' voor een bedankje, mocht je de tipgever extra aandacht willen geven (heeft inderdaad niets van doen met trefwoorden, maar veel met hoffelijkheid, een behoefte waar we regelmatig last van hadden zonder dat we er op een natuurlijk voelende wijze handen en voeten aan konden geven)

Voor de traditionele trefwoorden voor onderwerpen hebben vanzelfsprekend we geen speciaal teken geïntroduceerd. En niet iedere pagina heeft trefwoorden van elk soort nodig.

Alhoewel we op dit moment op 'Watvindenwijover.nl' nog niets doen met de diverse soorten trefwoorden, moet daarin snel verandering komen. Als mijn theorie klopt, dan wil je straks ook verschillende functionaliteiten koppelen aan de verschillende soorten. Maar graag horen we eerst de ervaringen. En suggesties voor verbeteringen of aanvullingen zijn van harte welkom!

Posted in  | Tags ,  | 1 comment

Tagging en taxonomieën - verandering versus stabiliteit

Posted by Mark Schoondorp Sun, 05 Aug 2007 08:13:00 GMT

Een van de steeds terugkerende discussies bij Winkwaves betreft het gebruik van trefwoorden (tags) voor het organiseren van informatie. Zijn trefwoorden beter dan taxonomieën? Ja, zo zegt de een vanuit een liberaal-marxistisch perspectief: vrij van de manipulatie van de gevestigde orde, kun je met trefwoorden zelf je betekenis geven aan wat je vindt. Niet per sé, zegt de ander, licht aangetast met een conservatief-elitair virus: Taxonomieën helpen je om op de schouders van je voorgangers te staan en aan te sluiten bij erkende betekenisgeving. Winkwaves wijdt een tweeluik aan de lange termijn effecten van tagging, gebaseerd op anderhalf jaar ervaringen met 'Watvindenwijover.nl' en inzichten van mede-taggers. Vandaag deel 1: De kosten van tagging.

De zegeningen van trefwoorden ten opzichte van folders en categorieën lijken duidelijk: een interessante webpagina valt zelden in slechts één hokje te plaatsen en met trefwoorden ben je vrij je eigen multi-ordening toe te passen. En aangezien 'gewone' gebruikers meestal enkel voor zichzelf ordenen, lijkt er geen vuiltje aan de lucht. Dankzij trefwoorden vind je veel eenvoudiger je informatie terug, bevrijd als je bent van het ouderwetse hokjes denken.

Bovendien, zo luidt de utopische web 2.0 belofte: door de trefwoorden van alle gebruikers voor een specifieke informatiebron te verzamelen, maak je de wisdom of the crowds inzichtelijk. De menigte geeft haar oordeel waarover de bron gaat en dit oordeel is (meestal) wijzer dan dat van de individuele expert. Per slot van rekening is betekenis een democratisch construct: iets krijgt geen betekenis van bovenaf, maar door het gebruik dat wij ervan maken. Halleluja voor de trefwoorden! Welke dinosaurus wil nog met hiërarchische indelingen en taxonomieën werken?

De keerzijde van trefwoorden

Er is echter over de maanden heen steeds duidelijker een keerzijde van tagging zichtbaar geworden. Kijkende naar de cijfers die we met 'watvindenwijover.nl hebben verzameld, valt me op dat het aantal pagina's en het aantal trefwoorden ongeveer 1 op 1 loopt. Voor iedere nieuwe pagina wordt zo ongeveer ook een nieuw trefwoord aan het systeem toegevoegd. Een gebruiker met 8 pagina's heeft dus gemiddeld ook 8 trefwoorden. Is dat erg? Niet per sé. Hooguit kun je hieruit afleiden dat we niet echt goed zijn in het terugbrengen van complexiteit naar een simpeler systeem. Ockham draait zich in zijn graf om, maar dat is slechts pijnlijk voor een aantal estheten onder ons.
Of zijn de kosten groter? Gevolg van mijn hoeveelheid trefwoorden is dat ik inmiddels ook niet meer gebaat ben bij het bladeren in mijn eigen meningen met behulp van trefwoorden. Kan ik er van op aan dat als ik bijvoorbeeld kijk bij social-networking, ik ook alles vind dat ik als zodanig nu zou willen vinden? Heb ik niet eerder of later een andere term gebruikt?

Lastiger, en waarschijnlijk gekoppeld aan het vorige argument, is dat ik zelf merk dat ik nauwelijks nog weet welk trefwoord ik moet gebruiken bij een artikel dat ik toevoeg. Trefwoorden als duiding voor betekenis staat op gespannen voet met trefwoorden als basis voor het terugvinden van mijn meningen. In het kader van terugvinden en opruimen, ben ik gebaat bij een beperkte set van trefwoorden. Maar dat vergroot de kosten van het toekennen van trefwoorden enorm. Het is nu een mix tussen recht doen aan het artikel en recht doen aan mijn eigen ordening. Welk trefwoord gebruikte ik vorige keer bij een soortgelijke pagina?
Wanneer ik tegenwoordig een mening toevoeg, zorg ik ervoor dat de titel, de url, mijn eigen mening en de trefwoorden zelf als geheel de grootste kans op terugvinden bieden. Dus tijdens het schrijven van mijn mening ben ik al bezig met de mogelijke vragen waarop ik deze mening als resultaat wil terugkrijgen.

Het episodische karakter van tagging

Het mag inmiddels helder zijn: het argument dat tagging 'goedkoper' is dan taxonomieën creëren, klopt volgens mij op de middellange en lange termijn niet. Structuren moeten zich inbedden in je geest om uiteindelijk eenvoudig toegankelijk te zijn. Tagging leent zich prima voor de korte termijn en bespaart je inderdaad de moeite van het verzinnen van structuren, maar zodra je een grotere verzameling bronnen wilt ontsluiten met trefwoorden, loop je tegen de kosten en de beperkingen op. In psychologische termen: tagging is episodisch, taxonomieën zijn semantisch.

In deel 2 van deze tweeluik zal ik mijn nieuwe strategie voor tagging toelichten, waarin ik (vanzelfsprekend) een poging doe de spanning tussen het episodische en het semantische recht te doen.

Posted in  | Tags ,  | 3 comments

Nyenrode goes 2.0

Posted by Rene Jansen Wed, 11 Jul 2007 10:59:00 GMT

De afgelopen tijd kreeg ik bij gesprekken bij klanten regelmatig de vraag: "joh, is er geen leuke opleiding om me wat meer te verdiepen in al die leuke ontwikkelingen rond web2.0 en social software waar je nu zo enthousiast over verteld?". Ik stotterde dan meestal wat van "nee, sorry, maar je kan ons wel inhuren als adviseur...", niet echt een sterk antwoord natuurlijk.

Dus toen ik weer eens met Ed Peelen (één van de promotoren van mijn proefschrift en tegenwoordig hoogleraar Marketing bij Nyenrode) zat te babbelen over een congres waar we samen zouden optreden, vroeg ik of hij mogelijkheden zag om in nauwe samenwerking tussen Nyenrode en Winkwaves een echt goede 2.0 opleiding te organiseren. Ed werd gelijk enthousiast, en afgelopen week waren we zover dat we deze opleiding inderdaad publiekelijk hebben aangekondigd met een persbericht. Het 2.0 heeft de titel niet gehaald (Nyenrode is niet zo van de hypes natuurlijk), en we hebben uiteindelijk gekozen voor "Masterclass Internet Marketingstrategie".

De opleiding wordt uiteindelijk vormgegeven door een mooie samenwerking van Nyenrode, Winkwaves en de marketinggroep van ATOS Consulting. We zijn bezig met een aantal leuke gastsprekers, en proberen zo een mooie mix aan te bieden waarbij theorie en trends vertaald worden naar wat je als marketeer nou echt als voordeel kunt halen uit de ontwikkelingen die we bij Winkwaves+1 hebben getypeerd als "Help, de consument praat terug".

Meer informatie vind je op de site van Nyenrode, of neem gewoon even contact op als je vragen hebt. Het loopt aardig storm qua interesse, dus volgens mij is er behoefte aan deze opleiding :)

Posted in  | Tags , , ,  | no comments

6e online blog kermis

Posted by Rene Jansen Mon, 04 Jun 2007 08:29:00 GMT

Vandaag is de zesde online blog kermis life gegaan op de blog van Karel Geenen. Er zijn dit keer meer dan 20 exposanten op de kermis, en ook wij staan er natuurlijk op, dit keer met het co-created whitepaper "Help, de consument praat terug".

Leuke trouwens van deze blogkermis: Karel heeft ook een verloting op de kermis uitgeschreven, dus je kunt ook mooie prijzen winnen bij hem. Dus niet alleen leuk vanwege de leuke artikelen, maar ook nog wat te winnen. Kijk, zo begint de week goed!

Posted in  | Tags  | no comments

Twitter in veel meer dan 140 karakters

Posted by Mark Schoondorp Sun, 20 May 2007 20:27:00 GMT

Een maand geleden had ik het plan al opgevat: een gedegen blogpost over Twitter, de site waar microbloggen tot levensstijl is verheven. Maar sindsdien lijkt het wel of iedereen in Nederland over Twitter schrijft. Bright heeft er verschillende artikelen aan gewijd, BlueAce heeft erover bericht en ook Marketingfacts heeft de trend uit Amerika al opgepikt. Kortom: Twitter is ontegenzeggelijk een nieuwe Web2.0 hype. Zo zie je maar weer dat een maand op internet nog steeds best wel lang is...

Ik heb even getwijfeld of ik mijn eigen bijdrage nog wel moest leveren. Ik bedoel, wat Twitter is, is inmiddels geen nieuws meer. Gelukkig is bij lange na nog niet alles gezegd over het fenomeen.
Want wat betekent Twitter, en haar steeds populairder wordende Finse evenknie Jaiku, nu precies voor ons leven? Inderdaad, ons leven - Twitter heeft de potentie ons leven te veranderen. Of, beter gezegd, ontwikkelingen die in gang zijn gezet met chat en vooral SMS, te versnellen en te versterken.
Het moge duidelijk zijn, dit gaat niet om de merknaam of de site Twitter, maar om, zoals Twitter haar eigen dienst omschrijft: "a large-scale, device agnostic, message routing system". Kijk, dat is gaaf - sms-en zonder de dwang van een mobiele telefoon. Maar wacht even, waarom is dat gaaf? In welke behoefte voorziet SMS en waarom zouden we dat naar andere media willen vertalen? Wat is de aantrekkingskracht van kleine berichten van minder dan 140 karakters - behalve de prijs die voor SMS lager is dan voor een telefoongesprek?

Microbloggen en sms-en vormen de macht van degene die de boodschap stuurt: met een kort berichtje komt hij even je leven binnen, om direct weer te verdwijnen. Tenzij je reageert, waarop de dynamiek van een traag-verlopende conversatie op gang komt, is het niet meer dan een 'kiekeboe, hier ben ik'. Een bevestiging van je bestaan, en van het feit dat je in een zekere relatie staat tot de ontvanger.
De luxe van microbloggen is dat je boodschap maar heel kort kan zijn. Luxe? Ja, want deze door de techniek gesanctioneerde kortheid, maakt dat je zonder schaamte alles de wereld kan ingooien. Elk kort bericht, dat voor een e-mail te onzinnig is, voor een blogpost te stompzinnig, heeft plots zijn eigen platform. Het is alsof je je moeder 5 minuten kunt bellen zonder verwijten te krijgen dat je niet meer tijd voor haar hebt. De korte berichtjes complementeren je foto's op Flickr, je activiteiten op MySpace, je video's op YouTube, je meningen op 'Watvindenwijover.nl'.
Jaiku voert deze opname van je lifestream consequenter door dan Twitter, en positioneert wat dat betreft de mogelijkheden scherper. Microbloggen maakt het mogelijk alles wat je denkt te delen met de wereld - je hoeft geen brieven te schrijven en te herschrijven, je hoeft geen mails te verzenden waarin je nog enigszins met de ander rekening hoeft te houden. Nee, het is geoorloofd observaties en gedachten met anderen te delen zonder dat je eigenlijk rekening hoeft te houden met wie de ander is. Schrijven wat je meemaakt zonder verdere toelichting. Of, zoals mijn favoriete Twitter luidt: "Sharmoota is having fun with the paper shredder. DIE paper DIE" - Wie Sharmoota is? Geen flauw idee. Wat deze melding in haar leven betekent? Eveneens geen flauw idee. Maar de toon en de melding: korter dan dit kan humor niet zijn. En dat maakt Twitter verslavend - je kunt van alles de wereld inslingeren, je kunt je leven delen met onbekenden of met vrienden, en niemand verwacht meer dan 140 karakters van je.

Hetgeen me terugbrengt bij de vraag waarom deze service de potentie heeft ons leven verder te veranderen: met een service a la Twitter is internet een stap verder in het verbinden van onze levens voorbij de grenzen van tijd en plaats. Onbekenden en bekenden vertellen de wereld wat ze doen. En als je wilt luisteren, ben je uitgenodigd.
Dit gezegd hebbende, weet ik weer waarom het zolang duurde voordat ik eindelijk de post schreef. Er is zoveel meer over te zeggen - een heel boek. Misschien wel een heel leven...

Posted in  | 1 comment

Democratie 2.0

Posted by Rene Jansen Sun, 08 Apr 2007 11:09:00 GMT

In Nederland leven we, gelukkig, in een democratie. Dat betekent dat iedere volwassene - vrouw of man, geschoold of ongeschoold, werkend of werkloos, optimist of pessimist, slimste van de klas of probleemgeval, een gelijk recht heeft te stemmen bij politieke verkiezingen. En dat is goed. Toch werkt het democratische principe niet optimaal. Er wordt een steeds grotere kloof ervaren tussen de Haagse politiek en de belevingswereld van de gewone burger. De afgelopen jaren zijn, mede geïnitieerd door Pim Fortuijn en de daaropvolgende gebeurtenissen, verschillende richtingen aangedragen om deze kloof te dichten:

  • Meer openheid en communiceren vanuit Den Haag naar de burger (minder torentjesoverleg);
  • beter luisteren naar de kiezer en de borreltafel thema’s beter verwoorden (de kracht van bijvoorbeeld SP en Geert Wilders);
  • duidelijker (en daarmee hardere) standpunten innemen (Verdonk).
Als ik kijk naar mijn eigen ervaring bij de afgelopen verkiezingen, zowel de 2e kamerverkiezingen eind vorig jaar, als de provinciale statenverkiezingen begin dit jaar, dan speelt internet een cruciale rol in mijn opinievorming en keuzeproces. Als goedwillend betrokken burger staat mij een uiteenlopende variëteit van stemwijzers ter beschikking om mij te helpen te bepalen op welke partij ik zou moeten kiezen. Waar ik voorheen vooral op basis van uitgangspunten van een partij stemde (sociaal democratisch, liberaal of christelijk bijvoorbeeld) kan ik nu op basis van thema’s uit het verkiezingsprogramma of actuele wetsvoorstellen uit de afgelopen periode zien hoe groot de overlap in denken tussen mij en de verschillende partijen is.

De interessante constatering voor mij was de diversiteit die zich bij deze stemwijzers voordeed: mijn stemadvies bleek te variëren van SP (63% overlap), via PvdA (69%) en D66 (70%) tot aan CDA (63%) en VVD (69%). Ik zou mij dus net zo verwant moeten voelen met PvdA als met de VVD, en ik vraag me af of statistisie de winnende procent verschil met D66 als statistisch relevant zouden benoemen. Het probleem is dat ik mij voor het ene thema identificeer met het standpunt van de ene partij, en voor het andere thema met het standpunt van de andere partij.

Volgens mij is dit de illustratie van het failliet van ons huidige democratische bestel. Onze politieke partijen zijn toch vooral een overblijfsel van de verzuiling: onze huidige politieke partijen vertegenwoordigen één verzameling van standpunten over alle themas heen. Met de ontwikkelingen van social software en web2.0 zouden we volgens mij toe kunnen groeien naar een heel ander staatkundig bestel, een democratie 2.0 zeg maar.

Belangrijke ontwikkelingen die we op het gebied van web2.0 zien, zijn de mogelijkheid om je stem te laten horen (blogs), mee te onderhandelen over de relevantie van thema’s (digg), onze mening over thema’s te laten horen (watvindenwijover.nl) en de betekenis van thema’s vast te leggen (wikipedia). Waar het belang van communities in de fysieke wereld vermindert (de buren en de buurt) zoeken we elkaar massaal op in de virtuele online wereld (chat, Hyves en second life). De uitdaging ligt er in om vanuit deze trend een beeld te schetsen van een nieuw soort democratie die de oude verzuiling los laat en inspeelt op onze emotionele betrokkenheid bij thema’s die ons wel boeien en binden.

Ik zou graag een denkrichting willen schetsen voor deze democratie 2.0. De bestaande politieke partijen die op een veelheid aan thema’s een standpunt moeten hebben verdwijnen. Daarvoor in de plaats komen kleine gefocusde partijen die voor een specifiek thema een standpunt hebben. Je krijgt dan bijvoorbeeld 3 partijen voor volksgezondheid, die ieder op hun eigen manier een oplossing voor de problemen in de zorg aandragen. Eigenlijk kies ik als burger mijn minister voor volksgezondheid. En zo kies ik ook een minister (en daarmee een oplossingsrichting) voor onderwijs, voor economie en voor ruimtelijke ordening. Zo stel ik bij de tweede kamerverkiezingen zelf mijn ideale kabinet samen, en aangezien alle burgers dat doen, zal het uiteindelijke kabinet per thema veel beter de stem van de kiezer vertegenwoordigen. De tijd die ik nu steek in het online invullen van stemwijzers en kieshulpen zou ik in deze nieuwe situatie ook gebruiken om gelijk mijn stem uit te brengen, zodat het mij eigenlijk geen extra tijd kost.

Zal een kabinet dat op deze manier is samengesteld betere beslissingen kunnen nemen? Per thema wel, daar ben ik van overtuigd. We kennen allen de “pot met bonen” waar mensen moeten raden hoeveel bonen erin zitten. Wetenschappelijk is aangetoond dat als mensen van elkaar hun schatting niet weten, maar je van een grote groep stemmen het gemiddelde uitrekent, je een heel preciese benadering van het echte aantal bonen krijgt. Wisdom of the crowds wordt dit wel genoemd.

De echte uitdaging om deze denkrichting te laten werken zit in het vinden van een 2.0 oplossing voor het afstemmings- en prioriteitenvraagstuk over de thema’s heen. Nu is het de politieke partij die staat voor een bepaalde prioriteitsstelling: VVD zal altijd “de economie” laten prefaleren, waar Groenlinks altijd het milieu prioriteit geeft. Mijn verwachting is dat je hiervoor een stemmingsmechanisme kunt gebruiken zoals Digg: binnen een bepaalde bandbreedte kan de burger tijdens periodieke stemrondes stemmen om meer geld uit te trekken voor het ene thema (duimpje omhoog voor dit thema), ten koste van geld voor het andere thema (duimpje naar beneden). De wisdom of the crowds voorspelt dat de massa bij elkaar een goede verdeling van onze gemeenschappelijke middelen waarborgt.

Wat mij aanspreekt in deze benadering, is dat ik veel duidelijker mijn stem kan laten horen op gebieden die ik interessant vind. Mijn stem die ik bij de verkiezingen laat horen is geen overlap van 60-70% met een partij, maar een 100% keuze, hetgeen mij weerhoudt om mijn toevlucht te zoeken om “strategisch” te stemmen. Met op deze manier gekozen ministers, en de mogelijkheid om met elkaar het belang van thema’s en daarmee de budgetverdeling over ministeries heen te bepalen, verwacht ik dat de afstand tussen politiek en burger enorm verkleind wordt. We hebben nog een flinke weg te gaan om deze denkrichting verder door te denken, maar het huidige kabinet zou haar innovatiebudget prima kunnen steken in het ontwikkelen van een mooie web2.0 omgeving om deze denkrichting verder te verfijnen en onderzoeken op haalbaarheid. Wij van Winkwaves zouden dit platform dan graag helpen ontwerpen en bouwen natuurlijk :)

Posted in  | Tags , ,  | 1 comment

Online reclame met geluid: waarom?

Posted by Hans de Graaff Mon, 02 Apr 2007 07:37:52 GMT

Als er iets is wat ik niet begrijp, dan is het het idee achter flash reclames met geluid die op een site staan. Nietsvermoedend wil ik even op een site kijken, zoals net op de ANWB site of er nog file is, en direct begint er een dialoog of muziekje alle aandacht op te eisen. NIet alleen van mij, maar ook van mijn collega's. Plots ben ik de paria van de gemeenschappelijke ruimte, Ík ben blijkbaar niet aan het werk. Thuis zijn de blikken wellicht iets minder verwijtend, maar niet minder verstoord.

Mijn onmiddelijke reactie is dan toch om het window dicht te klikken. Dan maar geen file-info, of wat dan ook waar ik naar op zoek was. Dat kan toch ook niet de bedoeling zijn van de site-eigenaar of de reclame-maker. Dus ik vraag me toch een beetje af hoe mensen denken dat dit werkt. Het kan ook niet de bedoeling zijn dat ik het geluid helemaal uit heb staan. Daarmee val ik weliswaar niemand meer lastig, maar dan mis ik ook de handige earcons die mijn applicaties produceren. Bovendien hoor ik dan ook de reclame-geluidjes niet. Blijft over de mogelijkheid om altijd met een koptelefoontje op te zitten. Ook niet echt een fijne oplossing om in contact te blijven met je collega's of huisgenoten. Ik kan dus niet anders concluderen dan dat dit soort reclames verzonnen worden door mensen die de mooie hoekkamer voor zichzelf hebben. Daar maakt het inderdaad niet uit of er plots allerlei herrie uit je luidsprekers komt. Voor alle andere mensen is het gewoon hinderlijk.

Posted in  | no comments

Stijlvol bloggen, alsjeblieft!

Posted by Mark Schoondorp Thu, 29 Mar 2007 09:02:00 GMT

Mijn favoriete blog is Creating Passionate Users van Kathy Sierra. Afgelopen week is haar het zwijgen opgelegd. Ruim een maand van steeds heftiger persoonlijke aanvallen en bedreigingen op diverse fora braken uiteindelijk de mentale weerbaarheid van deze zeer populaire blogster. Haar (vooralsnog) laatste post is gewijd aan de psychische impact van de bedreigingen.

Waarom juist Kathy Sierra mikpunt is geworden, is een raadsel. In de reacties op haar laatste blogposts en in commentaren elders op internet lees je diverse verklaringen. Sommigen denken dat haar vrouw-zijn ermee te maken heeft, anderen haar succes. Persoonlijk neig ik naar de mening dat wellicht haar standpunt over succesvolle producten een stel psycho's aan het rebelleren heeft gebracht.

Lovers & Haters

Haar stelling, die bij ons op kantoor aan de wand hangt, is dat succesvolle producten een groep liefhebbers en een groep haters hebben. En dat deze tweespalt onder de gemeenschap ook precies de reden is dat deze producten succesvol zijn. Producten die geen uitgesproken reactie oproepen, zijn gedoemd ten onder te gaan. Misschien dat uit een soort zeer verknipte vorm van fan-zijn, een stel gestoorde gekken zover gaat dat ze hun haat voeden als bewijs van haar gelijk. Zoals John Lennon ooit vermoord werd door Mark Chapman, een fan.

De politie is op dit moment op jacht naar de bedreigers, die volgens de Amerikaanse wet (gelukkig) zich schuldig maken aan zware criminele activiteiten. Hopelijk worden ze snel gevonden. Maar zoals Kathy Sierra zelf schrijft, haar leven zal nooit meer hetzelfde zijn.

Keuze beste Nederlandse blog is geen stijl

Hetgeen mij brengt bij de titel van dit stuk, Stijlvol bloggen. In Nederland heeft het internetpubliek de blog GeenStijl uitgekozen tot beste blog van Nederland in 2006. De toon van deze blog is hard, recht op de man en wars van politieke correctheid. Een verademing, zo vinden blijkbaar velen.

Het is echter deze opvatting over de vrijheid van meningsuiting die volgens mij excessen in de hand werkt. Het is te goedkoop om GeenStijl te beschuldigen van betrokkenheid bij het monddood maken van Kathy Sierra. Maar door 'zeggen wat je denkt en schrijven wat je vindt' als norm op internet te promoten, maak je de grens naar online doodsbedreigingen wel heel dun - iedereen heeft wel eens iemand in een vlaag van ergernis dood gewenst.

Goed schrijven betekent volgens mij weloverwogen je mening geven, en altijd je respect betonen. Het is daarom zonde dat GeenStijl blijkbaar als de beste blog van Nederland wordt gezien.
Excessen als de doodsbedreiging tegen Kathy Sierra zijn uitzonderlijk, maar als we de norm van GeenStijl als lichtend voorbeeld presenteren aan de opgroeiende internetgeneratie, dan kunnen we er nog heel wat verwachten, vrees ik. Daarom mijn pleidooi voor Stijlvol bloggen: laat alsjeblieft de beste blog van Nederland volgend jaar wel stijl hebben!

Posted in  | Tags , ,  | 111 comments

Older posts: 1 2 3